De luie patat
december 9, 2007 door guy
De enige juiste omschrijving van mezelf en m’n gedrag de voorbije dagen. Hangen, slenteren en nog eens hangen. En onnozele blockbusters kijken, dat ook. Misschien is het omdat ik ter compensatie van het beëindigen van Mailers The Executioner’s Song (waarschijnlijk het langste boek dat ik ooit las, na Vikram Seths A Suitable Boy (1473 pag) en de Sades Juliette (1141 pag)) de breinactiviteit even op een lager pitje moest zetten. Enfin ja. Gezien:
16 Blocks van Richard Donner (The Omen! Superman! Lethal Weapon!), met Bruce Willis, Mos Def en David Morse. Willis is de uitgebluste, met de fles getrouwde flik die de opdracht krijgt een boefje (Mos Def) naar de rechtbank te brengen. Dat boefje blijkt echter een getuige te zijn in een zaak die de corruptie van en moord door enkele flikken aan het licht zal brengen. En die flikken doen er alles aan om hem om het hoekje te helpen. Gelukkig is er dan nog Willis, die met een restje integriteit wonderen verricht. Het is een voorspelbare, soms zelfs routineuze film, maar Willis staat prima te acteren en te mompelen en de film heeft een ouderwetse flair die me toch bij de les hield. Degelijke lichtverteerbaarheid dus. (***)
Rocky Balboa van Sylvester “Adriaaaahaaan” Stallone. Aaah, jeugdsentiment. Ik leerde de Italian Stallion pas echt goed kennen met Rocky III (remember “Eye Of The Tiger”!), toen hij het mocht opnemen tegen Clubber Lang (de door alle kinderen en homoseksuelen bewonderde Mr. T). Achteraf bekeken was die film een pak minder dan het origineel, wat nog steeds een oerdegelijke variant op het rags-to-riches-thema is. Rocky IV werd geridiculiseerd door al te veel cartoonesk gezeik, James Browns wansmakelijke “Living In America” en de onvermijdelijke Koude Oorlog-ambiance. Naar verluidt was V desastreus, maar ik zag hem niet. In dit laatste deel is Balboa weduwenaar en een legende van de oude dagen die het contact met zijn zoon bijna volledig verloren is en nog wat verloren loopt in een wereld die steeds minder overeenkomsten vertoont met die waarin hij opgroeide. De eerste helft van de film zwelgt daardoor in een wat al te sterk aangedikte melancholie die het tempo van de film belemmert, maar de tweede helft, die leidt naar het gevecht tussen de oude Balboa en de regerende wereldkampioen, is prima. In tegenstelling tot het carnaval uit Rocky IV werd de match verrassend sober en realistisch in beeld gebracht, waardoor het zelfs meeslepend wordt en de reeks alsnog een zekere waardigheid aangemeten krijgt. Al ben ik me ervan bewust dat het waarschijnlijk een pak minder zou zijn als het niet zo’n icoon uit de 80s was. (***)
Superman Returns van Bryan Singer. Deze moest ik wel goed vinden. Singer was immers de man van The Usual Suspects, X-Men 1 en 2, het onderschatte Apt Pupil, en enkele afleveringen van de prima serie House, M.D. En toch: ik vond het een retesaaie en véél te lange film die hier en daar krampachtig probeert om wat meer diepgang dan de vorige delen te bieden, maar daar niet in slaagt. Deze Clark Kent (Brandon Routh) heeft zowat evenveel charme als Yves Leterme en van spetterend weerwerk moet hij het ook niet hebben. Kevin Spacey mist de “ik-word-bijna-zot”-gevaarlijkheid van Gene Hackman en vervangt die door een geforceerd maniërisme en de decors waren nog steeds redelijk lullig. Maar die lengte, die lengte! Nee, dan maar Spider-Man of Singers eigen X-Men. (**)
Opnieuw bekeken: Henry, Portrait Of A Serial Killer. Bijna geshockeerd door de veroudering (die muziek) en de houterigheid van een aantal scènes. Tegelijkertijd nog steeds onder de indruk van de sfeer van de film, die droger, meer registrerend, realistischer is dan die van andere serial killer-films uit de jaren negentig (Silence Of The Lambs, Se7en). Daardoor heeft de film meer gemeen met het al even onopvallande, maar degelijke Citizen X. En Rooker was perfect gecast. (***1/2)
Intussen ook beginnen kijken naar het eerste seizoen van Weeds, en ik vind het na vijf afleveringen al enorm jammer dat ze slechts een half uurtje duren. Het acteerwerk is top (met een geweldige Mary-Louise Parker die, net als in enkele seizoenen van The West Wing, de pannen en schoorstenen van het dak speelt), de humor is hilarisch en bij momenten verrassend hard, de centrale thema’s (wat doet een mens om te overleven in monochroom suburbia?) behandeld met flair en ballen. Deze keer niet van HBO maar van Showtime (en dat is duidelijk ook geen FOX of ABC), en de zoveelste bevestiging dat de Amerikaanse TV-series misschien wel meer te bieden hebben dan de (mainstream) filmindustrie. (****)
Gisteren ook een halve aflevering gezien van Mama zoekt een lief (soms is de nieuwsgierigheid té groot). Wie vindt zoiets uit? Dat is genant en pijnlijk om naar te kijken. Exploitatieve kwatsch die slechts een blote tiet of twee verwijderd is van gezeik als Temptation Island.
NP: Jackie McLean -Jackie’s Bag
De Rudy Van Gelder Editions van hopen Blue Note-klassiekers lagen serieus afgeprijsd in de Mediamarkt. Wat doet een mens zonder ruggengraat dat? Juist: een paar cd’s meepikken. In dit geval: Page One (Joe Henderson), Empyrean Isles (Herbie Hancock), Workout (Hank Mobley) en ook nog Jackie’s Bag, Capuchin Swing, Action, Destination… Out! en Right Now! van Jackie McLean. ‘t Is een schande. Maar wel een goeie oogst. Daarnaast ook nog Alela Diane’s The Pirate’s Gospel en het zevende seizoen van The Gilmore Girls gekocht. De madam was content.
En nu ga ik naar de seizoensfinale van 24 kijken.






Superman Returns zou oorspronkelijk met Nicolas Cage als superman en Patrick Steward (vooral bekend als Captain Picard uit Star Trek) in de rol van Lex Luthor gedraaid worden. Een mens kan er alleen maar van dromen wat die twee in goede doen met hun rollen zouden doen.
Voor elke goede film heeft Spacey ook in drie draken gespeeld.
momenteel ook zwaar verslaafd aan die plaat van Alela Diane - ben benieuwd wat het live wordt, zaterdag in de 4AD in Diksmuide…
Alleen al om de versies van “Foreign Tongue” en “Clickity Clack” te horen zou ik willen gaan, maar helaas kan ik niet. Ik zal duimen voor een overdondering
Vreemd en verrassend hoe smaken kunnen verschillen toch.
Het was ook een tijdje geleden dat ik “Henry..” gezien had en ik was eigenlijk niet van plan te kijken, maar ben weer gefascineerd blijven hangen, nét door de muziek in eerste instantie. En me daarbij de bedenking makend dat deze film de tijd trotseert, bij de échte klassiekers mag behoren en nooit zal verouderd overkomen.
vond dit seizoen van 24 redelijk drek