Ik had de voorbij weken veel gedoe aan m’n hoofd. Geen onvermijdelijke Kerstverplichtingen (Thank God, Hallelujah!), maar gewoon… gedoe. Dingen die ik nog niet had kunnen schrappen op m’n to do-lijstje. Nu zijn ze grotendeels achter de rug. Maar ik slaag er dus nog steeds niet in drukke periodes te combineren met veel blogactiviteit. Hetzelfde als ik moe of slechtgezind ben. Ik heb nochtans wel wat gelezen (later meer daarover), veel muziek beluisterd (morgen volgt m’n persoonlijke Top 20 van het jaar, mét blabla erbij!) zitten nadenken over wat ik kan doen tegen de nakende vervetting nu ik m’n dagelijkse wandeling van/naar het werk niet meer heb, en ook wat films gekeken. Niet bijzonder veel interessante dingen, ondanks de kersttijd, die dankzij o.m. BBC de moeite is. Anderzijds is dit ook het uitgelezen seizoen om onderworpen te worden aan brol. Brol >>> irritatie >>> de ideale Kerststemming. De voorbije week (of tien dagen):
Perfect Creature van regisseur Glenn Standring (2006). Veelbelovend op papier, want een Nieuw-Zeelands product uit de stal van New Line Cinema (zie: Lord Of The Rings). Maar wat een teleurstelling. Visueel behoorlijk spectaculair voor een film die in vergelijking met de paradepaardjes van Hollywood eigenlijk een small budget-filmpje is. Qua beelden, kleuren en film noir-achtig schaduwgebruik deed het denken aan Shadow Of The Vampire (met Willem Dafoe), maar terwijl die laatste een boeiend verhaald had aan te bieden, ging het hier om een richtingloos zootje dat nergens op sloeg. Het zat fout met het ritme van de film, het acteerwerk was middelmatig (kon alleszins niet gered worden door een bevallige Saffron Burrows) en nergens wist het een juiste balans te vinden tussen duistere vampierenfilm, hypermoderne actiefilm en irritant gezwets. Geen concurrent voor The Dukes Of Hazzard, met voorsprong de grootste drolfilm die ik dit jaar zag, dat niet, maar naar het einde van de film was ik het begin al vergeten. Dat zegt genoeg. (*1/2)
Evilenko van David Grieco (2004). Deze film is, net als Citizen X, gebaseerd op het leven van de Russische seriemoordenaar Andrei Chikatilo (hier Andrej Romanovic Evilenko), die in de jaren tachtig een paar dozijn vrouwen en kinderen afslachtte. Het interessante aan Citizen X was dat de film grotendeels vertrok vanuit het perspectief van de speurders (en op die manier het gebrekkig functioneren van het politie- en gerechtsapparaat blootlegde), maar dat Evilenko eerder gericht is op de trip van de moordenaar, hier vertolkt door Malcolm McDowell. Die laatste doet heel erg zijn best, misschien wel té, om gestalte te geven aan de zieke geest van Chikatilo, omdat z’n overdreven maniërisme (vertrokken mondbewegingen, tics à volonté, een cartoonesk krakend stemmetje) snel op de zenuwen gaat werken. Net als Citizen X werd Evilenko (wat een lullige titel trouwens) opzettelijk grauw en sober gehouden, wat een goede beslissing blijkt en de geloofwaardigheid enkel ten goede komt. Het probleem is echter dat de film voor de rest geen enkele troef heeft: er wordt nog maar eens stijf geacteerd, de spanning verslapt regelmatig en de held (rechercheur Lesiev), gespeeld door ene Marton Csokas, loopt er maar wat te paraderen met z’n opgezette communistische bast. Stephen Rae was dan nog een bonus bij de andere film. ‘t Had zijn momenten, maar niet meer dan dat. (**)
Heel erg verrast door deze debuutfilm van Felix Van Groeningen (2004). Om de één of andere reden verscheen er tussen m’n oren steeds een bordje met de “vermijden”-mededeling als ik deze film tegenkwam. Plots besefte ik echter dat ik de film al die tijd verward had met (het naar verluid inferieure) Shades (van Erik Van Looy), waar ik ooit een stuk van zag dat me totaal niet beviel. Steve + Sky dus. Un amour fou, zoals ze zeggen. Het verhaal is simpel: en ex-boefje papt aan met een ex-hoertje. Zij ziet hem graag, hij houdt de boot liever wat af. Dat is ‘t. Het strekt Van Groeningen dan ook tot eer dat hij meer dan anderhalf uur de aandacht wist vast te houden. De film weet dan ook op alle vlakken tegelijk te imponeren: sterk acteerwerk van de drie hoofdrolspelers (Titus De Voogdt, Delfine Bafort en Johan Heldenbergh) met soms geweldige dialogen (in een sappig Gents, nog steeds het meest onweerstaanbare taaltje van ‘t Vlaanderenland wat mij betreft), inventieve cameravoering, waardoor elke scene het bekijken waard is, humor (De Voogdt/Steve die rondjes loopt op een rond punt = een instant classic van de Vlaamse film!!), etc. Het volproppen van de film met creatieve/aparte beelden is waarschijnlijk iets dat typisch is voor een debutant die meteen alle kaarten op tafel wil gooien, maar het resultaat is indrukwekkend en bevat een naturel die een verademing is en talloze beelden die nog een tijd op je (mijn) netvlies gebrand blijven staan. (****)
The Sentinel van Clark Johnson (2006). Degelijke Michael Douglas, degelijke Kiefer Sutherland, degelijk opgebouwde spanning, degelijk verwerkte knipogen naar The Fugitive, 24 en In The Line Of Fire, degelijke acteurs in degelijke bijrollen, degelijk camerawerk, degelijke actiescènes, degelijke opbouw, degelijk ritme, degelijke ongeloofwaardigheid, degelijke onzin, degelijke verspilling van (degelijk) geld, degelijk vertier voor een vrijdagavond, degelijke tijdverspilling. (**1/2)
Borat van Larry Charles (2006). Volledige titel: Borat: Cultural Learnings of America for Make Benefit Glorious Nation of Kazakhstan. Borat (Sacha Baron Cohen a.k.a. Ali G) is een Kazachse reporter die tongzoent met zijn zus en naar de USA wordt gestuurd om eens te gaan bekijken wat er voor Kazachstan te leren valt in die grote natie. In deze als documentaire opgesmukte film is het hoofddoel voornamelijk: een ander in de zeik zetten. Doorgaans is dat niet genoeg om me anderhalf uur weten te boeien, en ook in dit geval had ik moeite om de film niet op Pauze te zetten en een dag later verder te kijken, maar de beste momenten zijn zo hilarisch, zo over-the-top, zo onwaarschijnlijk grof en beledigend dat je niet anders kan dan verderkijken in ongeloof. Alles en iedereen moet eraan geloven: feministes, Joden, zwarten, patriotten en ook brave nietsvermoedende burgers. Tot op zekere hoogte kan de film zeker beschouwd worden als een spiegel die een op hol geslagen Westerse samenleving wordt voorgehouden, maar als puntje bij paaltje komt doet het allemaal niet terzake. Baron Cohen is niets minder dan een gek met een suicide mission. Het onwaarschijnlijke van de film is dat hij niet keer op keer wordt afgetuigd, dat hij ondanks zijn ridicule accent, looks, vragen en opmerkingen toch erin slaagt om zijn gesprekspartners en publiek te doen geloven dat hij uiteindelijk een goedbedoelende, arme Kazach is. Klassieke momenten te over: de worstelscène met zijn ultra-corpulente sidekick (meteen gedaan met borrelhapjes kauwen), de Rodeo-speech (een publiek van patriotten vertellen dat hij hoopt dat Bush Irak zo lang bombardeert dat er generaties lang ellende zal zijn), de stront-in-het-zakje-scène, en het moment waarop hij bij een wapenverkoper gaat vragen welk wapen hij zich het best zou aanschaffen om Joden af te knallen (… en hij professioneel advies krijgt). Een aantal stukken zijn overduidelijk in scène gezet, maar zelfs de meest onschuldige die het niet zijn (zoals het aanspreken van wildvreemden op straat), leiden soms tot hilarische beelden. Borat is wat eendimensionaal, maar is ook, net als heel wat andere simpele genoegens, heel erg effectief. (****)
Bad Santa van Terry Zwigoff (2003). Een vriend zei me dat ik deze eens moest bekijken, ook al stelde ik me vragen bij de titel, de cover en het idee dat ik er over had (de zoveelste kleffe Kerstkomedie). Hij had gelijk. Bad Santa is geen eye-opener, geen instant classic, geen Wow!-film, maar wél een aangename verrassing, een Kerstfilm zoals er veel meer zouden moeten zijn, eentje die je graag kijkt op vrijdagavond. Dat het script van de Coen Brothers komt zal er ook mee te maken hebben. Billy Bob Thornton en zijn dwergmaatje slagen er jaar na jaar in om tijdens de Kerstperiode grote winkels op te lichten. Op papier een klassiek oplichtersverhaal, maar eigenlijk draait alles rond de miserabele toestand van de mentaal en fysiek aan lager wal geraakte alcoholicus, Thornton, die de meest onwaarschijnlijke gemeenheden spuit, zichzelf nog meer haat dan de anderen en van opportunisme de überdeugd gemaakt heeft. In dat alles komt verandering (of toch bijna), als hij een klein, dik ventje leert kennen dat ondanks alles blijft geloven dat hij de echte Kerstman is. De film is bij momenten verrassend hard en platvloers, maar bevat tegelijkertijd een, euhm, poëzie, die in geen andere Kerstfilm voorkomt (niet dat ik een expert ben). (****, al is het maar voor de aanwezigheid van Lauren “moeke Gilmore” Graham)
The Hitchhiker’s Guide To The Galaxy van Garth Jennings (2005), gebaseerd op de in sommige milieus erg populaire cult classic van Douglas Adams. Zoals dat gaat bij een heel pak andere cult classics ben je waarschijnlijk voor of tegen. Legioenen hardcore fans van het boek (of de radio-, strip-, of chocomelversie ervan) stonden waarschijnlijk te drommen bij de première, om te kijken welke favoriete one-liners en grappen wel of niet gebruikt zouden worden in de adaptatie, welke karakters de transformatie al dan niet zouden overleven en hoe die planeet en die nemesis er uit zouden zien, etc. Anderen couldn’t care less. Ik moet toegeven: ik heb het boek nooit gelezen. Ik heb de achterflap gelezen, heb er wat in zitten bladeren en het sprak me niet aan. Ik ben doorgaans geen fan van geeky sci-fi (en neen, een kenner hoeft me niet te komen vertellen welke genres er zijn, De Geschiedenis Van Het Kleurpotlood interesseert me ook niet echt), een wereld die me net wat te vreemd is. In m’n jonge(re) dagen heb ik nog wat gelezen van Terry Pratchett (nee, ik moet niet weten of die al dan niet te vergelijken valt met Douglas Adams), en ook al werkte dat op papier prima, na een tijdje was ik het kotsbeu. Wat de film betreft: geen mens die het boek niet gelezen heeft (en dat moeten er toch wat zijn) gaat me kunnen overtuigen van het feit dat hij goed in elkaar zat. Er zat geen structuur in de film, een groot deel van de grappen was té flauw, het was allemaal van de hak-op-de-tak, anecdotisch en té vrijblijvend. Het zal wel het gevolg zijn van de “aparte” (ik wik en weeg mijn woorden) stijl van het boek, zeker? Maar hey, ik heb het door velen zo bejubelde Dr. Who ook altijd een hoop gezever gevonden. (*1/2)
Een specialleke, deze A Life Aquatic with Steve Zissou van Wes Anderson (2004). Superieure onzin of geschifte genialiteit? Geen idee, maar uitgezonderd David Lynch is er momenteel geen enkele regisseur die voor zo’n Eh?-ervaring kan zorgen als Anderson. Ok, er is nog een verhaal – Bill Murray is Steve Zissou, een Jacques Cousteau-achtig type dat een nieuwe zeereis aanvangt om te gaan jagen op de haai die zijn vriend doodde – maar dat is slechts een skelet waar de film aan wordt opgehangen. En die film bewandelt constant de lijn tussen gedrogeerd, absurd, surrealistisch en vaag herkenbaar. Terwijl je kijkt vraag je af wat je in godsnaam mist, of je een subtext zou moeten herkennen maar er niet in geslaagd bent. Zo stel ik me voor dat iemand die aan de valium zit een doorsnee film ziet: als een kijkervaring die nooit echt ‘gevat’ kan worden. Achteraf is het ook onmogelijk om die sfeer en ervaring opnieuw te vatten, enkel het gevoel blijft over. Het zorgt er enerzijds voor dat je eindelijk nog eens een unieke film te zien krijgt, anderzijds is er een frustratie omdat je met lege handen achterblijft. Bill Murray is bijna even goed als in Lost In Translation, en krijgt uitstekend weerwerk van o.m. Willem Defoe, Anjelica Huston, Owen Wilson, Cate Blanchett en Michael Gambon. Vooral visueel is de film een aanrader, de 70s stijl zag er nooit zo onherkenbaar bekend uit. Cartoonesk kleurrijk en surreeël tegelijk. (***1/2)
Opnieuw een verrassing, deze V For Vendetta van James McTeigue (2006). Na vijf minuten had ik zin om ‘m al af te zetten (”wat een theatraal neo-Phantom Of The Opera-achtig gezwets”). Toch blijven kijken en daar voor beloond geworden. V For Vendetta wil veel dingen tegelijk zijn: een wrekersverhaal, een actiefilm en een politieke dystopie. Het speelt zich af in het Londen van een nabije toekomst die in het teken van een totalitaire dictatuur staat. Blijkbaar hebben revoluties, oorlogen en zuiveringen ervoor gezorgd dat alles wat staatsvreemd is werd verwijderd. Er is een avondklok, er is censuur. Er is ook een rebel, de gemaskerde “V”, die aankondigt dat hij binnen een jaar, tijdens Guy Fawkes’ Night, het Parlement zal opblazen en zo een symbolische daad stellen. Het heeft iets van Orwells 1984, iets van Brave New World, iets van Rupert Thomsons Divided Kingdom (een recensie) en gaat amper verhulde kritiek op het hedendaagse internationale beleid van grootmachten als de USA niet uit de weg. Aan de oppervlakte een flashy actiefilm dus (met weinig, maar wel extreem straf in beeld gebrachte geweldscènes), maar daaronder ook een geladen aanklacht. Natalie Portman is niet groots maar overstijgt haar reputatie van lichtgewicht, maar het zijn de andere personages die voor het genot zorgen: Hugo Weaving (die het moet doen met stem en masker), Stephen Fry (altijd goed), Stephen Rae (altijd onweerstaanbaar verveeld) en een briesende John Hurt als dictator (knipoog van formaat, aangezien hij twee decennia geleden nog Winston Smith speelde in de verfilming van 1984). V For Vendetta is een flashy, barokke, kleurrijke en hypermoderne film die de genrebeperkingen moeiteloos overstijgt en zo zorgt voor prima, verantwoord (bwaha) entertainment. Verfrissend en met als bonus fijne muziek van o.m. Getz & Gilberto, The Rolling Stones, Cat Power en Spiritualized. (****)









“Na vijf minuten had ik zin om ‘m al af te zetten (”wat een theatraal neo-Phantom Of The Opera-achtig gezwets”). Toch blijven kijken en daar voor beloond geworden.” (V For Vendetta)
Had net hetzelfde gedacht. Net als bij die muzikale touch. Zéér fijne film!
The Life Aquatic is een waar juweeltje, een zeldzaam origineel en creatief pareltje!
V for Vendetta en Bad Santa vond ik hoogst genietbaar, maar Steve + Sky vond ik niet je dat. Borat vond ik leuk uitgevoerd, maar al te makkelijk en dus wat goedkoop, al was Pamela Anderson wel geweldig als zichzelf.