Laatste roman van de in 2004 overleden cultauteur, schepper van het weergaloze Last Exit To Brooklyn, het verfilmde Requiem For A Dream en nog een en ander dat zeker een inspiratie moet geweest zijn voor Chuck Palahniuk, Dennis Cooper, Henry Rollins (die een paar spoken word-releases van Selby uitbracht en in de 80s regelmatig de hort op trok met de veteraan) en een hele resem andere auteurs die niet te hoog oplopen met mens en maatschappij en van etterende portretten vol existentiële waanzin hun specialisme gemaakt hebben. Met hun nadruk op obsessies, geweld, verslaving, depressie en ander onheil zijn Selby’s boeken geen alledaagse kost waarbij het gezellig zetelhangen is met Martini en olijven binnen handbereik. Ook deze keer slaat de auteur zonder al te veel omwegen toe, door het introduceren van een naamloze verteller die zelfmoord contempleert. Er wordt weinig vrijgegeven over het waarom, er wordt geen kader geschept, de lezer wordt eenvoudigweg voor voldongen feiten gesteld. De man begeeft zich naar een wapenhandel, maar door een technisch mankement loopt zijn aanvraag vertraging op. Tijdens die periode ziet hij in dat zelfmoord geen oplossing biedt voor zijn probleem. Moord wel. Hij vat het plan op om volk uit de weg te ruimen dat het in zijn ogen niet verdient om te leven, te beginnen met een ambtenaar die zich ontfermt over veteranendossiers. Terwijl hij de moord zorgvuldig voorbereidt verwordt het boek ook tot een monumentale rant over mens en moraal, maar ook over alledaagse materie als rijgedrag, verkeersveiligheid, voeding, tv-programma’s. Hoe dichterbij zijn eerste moord komt, hoe koortsiger en onevenwichtiger het boek wordt, waardoor het niet enkel doet denken aan films à la Taxi Driver en The Assassination of Richard Nixon, maar ook boeken als Dostojevski’s Misdaad en straf. Een eerste succes brengt de samenhang van zijn discours de finale genadeslag toe. De tweede helft van het boek moet het dan ook niet hebben van secuur uitgewerkte plotuitbeelding, van orde en duidelijkheid, maar van taalexplosie. Die woordenbeweging is vaak incoherent, maar wordt met zo’n verschroeiende intensiteit in het gezicht van de lezer gepleurd dat het aanvoelt alsof Selby en zijn personage op leven en dood schrijven. Literatuur met kloten. Het is delirisch, verwarrend en soms ronduit onbegrijpelijk, maar tegelijkertijd ook bloedrauw, opwindend en poëtisch (of toch de invulling die ik er aan geef, in Watou heb ik alleszins geen reet te zoeken). Een aanrader voor misantropen, doemdenkers en liefhebbers van perverse spelletjes. Zo lopen er hier wel een paar rond, me dunkt. Maakt er werk van, jongens en meisjes. (****)
-
Selby, Hubert Jr. Waiting Period. Marion Boyars, New York: 2002. 196 pag.
NP: Unsane – Occupational Hazard
da’s er duidelijk eentje voor het lijstje.
Ziet er inderdaad veelbelovend uit. ‘k Moet dringend eens iets lezen van Selby.
En als ik je iets kan aanraden in dit genre is het wel HARRY CREWS => fuckin’ awesome!!!
http://www.harrycrews.com/
Van Crews las ik Body, dat zich afspeelt in het bodybuilderswereldje. Naar ‘t schijnt hoort dat wel niet tot z’n beste of meest representatieve werk. Ik ben ook al even op zoek naar The Gospel Singer. Ik zal de zoektocht maar hervatten!
Ik vond hem ook geweldig in Searching For The Wrong-Eyed Jesus. Behoorlijk intense kerel.
Trouwens: Brötzmann staat in september opnieuw in België. Maar Hasselt is misschien wat ver?