
Nog wat films gezien de voorbije twee weken:
- Street Kings (David Ayer, 2008). Grimmige flikkenthriller die duidelijk ontsproten is aan het brein van Ellroy. Brutaal, hard, cynisch. Eigenlijk aangenaam verrast door Keanu “Dude” Reeves, maar Forest Whitaker is een tegenvaller als theatraal uit z’n nek leuterend afdelingshoofd. (**1/2)
- Deja-Vu (Tony Scott, 2006). Blockbusteralarm. Opnieuw een thriller, maar dan eentje met een soms wel heel erg bij de haren gegrepen sci-fi-randje. Een paar gedreven momenten, maar vooral veel bandwerk. Enemy Of The State en True Romance blijven Scotts beste. (**)
- Entre les murs (Laurent Cantet, 2008). Verbluffend goed. Zelden of nooit een film gezien met/over jongeren en onderwijs die zo genuanceerd was, zo realistisch, zo perfect qua stijl en sfeer. De onverschilligheid en tegendraadsheid van de stadsjeugd, het eindeloze geëmmer van collega-leerkrachten, de klasdynamiek, de sleur, de opstootjes, de woord-tegen-woord-spelletjes, het zit er allemaal in zoals het is, zonder grote verhalen, zonder zwart/wit-toestanden of kleffe feel good-onzin. (*****)
- Wanted (Timur Bekmambetov, 2008). High energy actienonsens, maar dan zo snel dat je amper de tijd hebt om vragen erbij te stellen. Qua acteerwerk valt niemand op, tenzij James McAvoy misschien, al is alles en iedereen dan ook ondergeschikt aan de special effects en flitsende actie. (**1/2)
- Aanrijding in Moscou (Christophe van Rompaey, 2008). Al die prijzen en lovende kritieken creëren natuurlijk verwachtingen die niet ingelost worden. Barbara Sarafian is nochtans overtuigend, laat een geweldig Gents accent uit haar bek rollen en krijgt alle mooie scènes. Het probleem is echter dat de prima acteurs een beter verhaal met betere dialogen hadden verdiend. Nu zinkt het al te vaak in, waardoor het doet denken aan Vlaamse voorgangers die minder potentieel hadden. (***)
- The Magnificent Seven (John Sturges, 1960). Legendarische, op Kurosawa’s The Seven Samurai gebaseerde western met schoon mansvolk als Yul Brunner, Steve McQueen en Charles Bronson. In m’n geheugen een klassebak en zowat het beste uit het genre. Het blijft een goede film, maar het is verre van een klassieker, met al te veel statische scènes en wat lullige dialogen. Wel goeie muziek, van Elmer Bernstein. (***1/2)
- Dawn Of The Dead (Zack Snyder, 2004). Remake van de klassieker van Romero, die m’n favoriet van het originele trio is. Het gaat er nu allemaal veel wilder en hectische aan toe, zo’n beetje als in 28 Days Later, en de special effects spelen de hoofdrol. Degelijke boel. (**1/2)
- 10 Rillington Place (Richard Fleischer, 1971). Onterecht onbekend portret van psychopaat John Christie, op gewéldige manier gestalte gegeven door een fantastische Richard Attenborough. Voelt soms veel moderner aan dan hij is, heeft een geweldig sfeertje en sterk weerwerk van o.m. John Hurt. (****1/2)
- Le silence de Lorna (Jean-Pierre & Luc Dardenne, 2008). Prima film, maar in m’n lijstje van Dardenne -favorieten hangt hij waarschijnlijk ergens onderaan te bungelen. Breekt een beetje met de pseudo-chaotische traditie van z’n sociaal-realistische voorgangers door een vaag misdaadelement toe te voegen, maar slaagt er niet in om echt mee te slepen en voelt te lang aan. (***1/2)
- Monty Python & The Holy Grail (Terry Gilliam & Terry Jones, 1975). Ik moet stoppen met het herbekijken van oude favorieten, want op een enkele uitzondering na vallen ze me tegen. Deze Holy Grail bevat nog steeds een paar van m’n favoriete Monty Python-momenten, maar het duurt allemaal zo lang, lang , lang. Het kan me gewoon geen anderhalf uur meer boeien. Ni! (***1/2)
- The Texas Chain Saw Massacre (Tobe Hooper, 1974). Vernieuwend en grensverleggend en al wat je wil, maar eigenlijk ook een klungelig zootje met wanstaltig acteerwerk, houterige montage, irritant geschreeuw (WAAR GEEN EINDE AAN KOMT) en meer van dat. Nu en dan wel leuk camerawerk (iets dat je ook zag bij de oudere films van Peter Jackson), maar uiteindelijk toch een zware tegenvaller (*1/2).
- Palindromes (Todd Solondz, 2004). Zo mogelijk nog tegendraadser dan Happiness en een grote, cynische brok ellende. Bevat vrij experimentele elementen, zoals het feit dat het hoofdpersonage door acht verschillende personen (van verschillende leeftijd, met verschillende huidskleur, etc) wordt gespeeld, maar het is vooral de toon van de film die opvalt, met onwaarschijnlijk botte humor verpakt in brave burgerschijn. Je hebt er vaak geen idee van waar de man eigenlijk naartoe wil (uiteindelijk is de kern wel pure misantropie), maar het blijft wel hangen. (****)
- Watchmen (Zack Snyder, 2008). Bevat heel wat geweldige beelden (die openingsscène alleen al), intrigerende personages (Rorschach!), goed in beeld gebrachte actie, maar krijgt te weinig ademruimte. Natuurlijk gebaseerd op een knoert van een graphic novel die het geen oneer wilde aandoen. Een aantal scènes is gewoon té lullig (al die blabla op Mars, waarvan de stripfans me ongetwijfeld zullen laten weten dat het zo veel beter was in het boek), het einde sleept veel te lang aan en er wordt te veel geprobeerd om toch maar wat psychologische diepgang erin te rammen, maar het is tenminste een superheldenfilm die afwijkt van de platgetreden paden. (***1/2)
- De eerste aflevering gezien van Mad Men Season 3. Juij.
NP: Kylesa – To Walk A Middle Course
Hmm ik blijf “The Texas Chainsaw Massacre” toch een ijzersterke film vinden maar ik zal hem eens herbekijken en er zelf een baksteen over schrijven (zijn rol in het horrorgenre etc.).
“Ten Rillington Place” vond ik vooral een heel kille film, haast analytisch, maar het ingehouden theatrale spel past wel heel goed bij het verhaal en bij “Watchmen” oogt de Mars-scene ook belachelijk in de graphic novel hoor. Nu ja, het past binnen het verhaal en helpt mee de personages begrijpen maar het blijft toch ook nogal typisch voor comics.
Ben gemoedelijk aan Monty Python’s Flying Circus chronologisch aan het bekijken. Een aantal sketches zijn echt gedateerd/te lang. Idem voor hun films maar er zit ook sentiment in. Nog dertig jaar en we bekijken ze zoals de films van Marx Bros etc., als vooruitstrevend voor hun tijd.