Ik heb niet alle releases van dit jaar gehoord, dus als uw favorieten er niet bij staan wil dat niet noodzakelijk betekenen dat we niet meer met elkaar kunnen spreken. Hieronder de lijst, met doorgaans wat commentaar uit de goddeau-recencies. De algemene goddeau-lijst staat hier
20. Hoquets – Belgotronics
Samen zorgen ze echter voor een van de meest charmante meertalige platen die recent zijn verschenen. Dat doen ze bovendien op een wel heel bijzondere manier: met zelfgebouwde instrumenten (de zogenaamde ’hoquets’), gemaakt van houten planken, kapotte snaren, blikken en ander afval. Het is potten- en pannensound vol gekletter, gerammel en gerinkel, alsof een paar hyperactieve kleuters losgelaten werden in een doe-het-zelfzaak. (gp)
19. Action Beat – Beatings
Action Beat is een jonge DIY-band die op Beatings precies dat pak rammel uitdeelt dat beloofd wordt. Ideaal voor wie regelmatig nog graag werk van al even contraire bands als Shellac, Royal Trux, Teenage Jesus & The Jerks en Flipper oplegt. Het is die traditie, en ze leeft nog. (gp)
18. Hazmat Modine – Cicada
Een ratjetoe van stijlen en invloeden dus, en op papier zou je ervoor kunnen vrezen dat deze gokkers hun hand overspelen, maar dat is buiten het talent en de overduidelijke speelvreugde van de band gerekend. Hazmat Modine heeft de muzikanten, de songs en de leider om een perfect gekruide schotel te maken die je zowel binnen verschillende werelden kan aanprijzen. (gp)
17. Tim Hecker – Ravedeath, 1972
Split into three multi-part pieces and several stand-alone compositions — some with titles continuing the titular approach, such as “Analog Paralysis, 1978″ — the overall effect of Ravedeath, 1972 is a balance between sheer sonic wooziness and a focused sense of construction; nothing seems wholly random in each song’s development even as the feeling can be increasingly disorienting. (Allmusic.com)
16. Mastodon – The Hunter
Nog geen minuut na de beukende opener ligt het er al vingerdik op dat de Georgiaanse band opnieuw andere wegen inslaat. In het extreem catchy “Curl Of The Burl” passeren zowel Ozzy Osbourne (let op de bedwelmende vocalen van gitarist Brent Hinds), Kyuss (zware Southern riffs, check) als Alice In chains (aanstekelijk refrein, check). Andere koek dan we gewend zijn, maar een epische solo en een woest uithalende Dailor houden het Mastodon-gehalte hoog. (lh)
15. Daniel Martin Moore – In The Cool Of The Day
Het is een rustig schuifelende en schaduwrijke plaat, iets wat mooi gereflecteerd word in het artwork, maar het is nergens zwaarmoedig of deprimerend. Het zijn ingetogen en gloeiende songs, gevoelig op het melige af en vooral: verdomd charmant. Alsof Josh Rouse, Hayden en Damien Jurado Onze Lieve Heer gevonden hebben en vervolgens de handen in elkaar sloegen. (gp)
14. Brutal Truth – End Time
End Time zet de revitalisatie van zijn voorganger met onverminderde furie verder. Bonus is daarbij de wat minder heldere sound. Die zet de scherpte en technische virtuositeit niet zo sterk in de verf, maar garandeert dat de band ver wegblijft van het steriele gevaar. Punt van kritiek is dan weer de overbodige ballast die het album met zich meesleept (geen enkele grindcoreplaat zou een speelduur van vijftig minuten mogen benaderen, laat staan overschrijden). (gp)
13. Oneohtrix Point Never – Replica
In vergelijking met voorheen gaat Oneohtrix Point Never hier meer beheerst te werk. Een driftige ruisexplosie als aan het begin van voorganger Returnal zal je hier niet terug vinden. Er wordt beter gedoseerd, waardoor er meer reliëf in de composities zit. Alle details komen zo helemaal tot hun recht, zoals de somnolente synthklanken van opener “Andro”, waar de ruis als een trouwe hond over waakt. (mb)
12. Sharon Jones & The Dap-Kings – Soul Time!
Despite being a collection of stuff tossed outside the medium of a proper album, Soul Time! is remarkably and thoroughly consistent, and anyone familiar with Jones will be left craving for even further remainders. So I say, bring it on, and do the funky chicken while you’re at it. (Popmatters.com)
11. Randy Newman – The Randy Newman Songbook, Vol. 2
Wie echter nog eens bevestigd wilde zien dat hij behoort tot de grootste songschrijvers van de rockgeschiedenis, die moet niet langer zoeken. De waanzinnige gemiddelde kwaliteit van Vol. 1 wordt hier niet gehaald, maar wie ook maar een zijdelingse interesse heeft in Newman of de edele kunst van de songschrijverij, die doet er goed aan om dit pareltje in huis te halen. (gp)
10. Raphael Saadiq – Stone Rollin’
Een controlefreak dus, maar in tegenstelling tot een bejubelde en boeiende figuur als Kanye West, gaat Saadiq zich niet te buiten aan hypereclecticisme en megalomane borstklopperij. Het doel is om verschillende soulstromen te verwerken in een coherent geheel en daar is Saadiq glansrijk in geslaagd: hoe divers de invloeden ook zijn, Stone Rollin’ heeft een ongemeen geslaagde flow. (gp)
9. Rotten Sound – Cursed
Het ‘Kijk mama, zonder handen!’-gedoe van technische death metal wordt achterwege gelaten, net als de saaie solo’s, onverteerbare epische concepten en lange speelduren. Thuis, dat is onze maatstaf als het op grindcore aankomt. Vijfentwintig minuten, in die tijd moet je ’t gebruld krijgen, en dat is iets waar die van Rotten Sound gelukkig rekening mee houden. Zestien songs snellen aan een rotvaart in zevenentwintig minuten voorbij met slechts één doel: door de geluidsmuur tieren en razen met een aan de waanzin grenzende furie. (gp)
8. PJ Harvey – Let England Shake
Harvey kruipt in hoofd, hart en huid van enkele personages om de impact te beschrijven die de oorlog op hen heeft. Daar slaagt ze griezelig perfect in. Gruwelijke taferelen worden al eens beschreven zoals een kind van vijf dat doet wanneer hij iets op tv heeft gezien: “arms and legs were in the trees” zingt ze in “The Words That Maketh Murder”, een van die songs waarin ze de onomwonden perfectie bereikt. (pn)
7. Drive-By Truckers – Go-Go Boots
Zo is Go-Go Boots veel ingetogener en ademt het een andere sfeer uit dan zijn voorganger, maar tezelfdertijd is de mix van country en (southern) rock op dit album net zo goed prominent aanwezig. Het grote verschil met de vorige platen is de scheut soul die meer dan ooit doorklinkt, niet in het minst op de twee Eddie Hinton-covers die het album sieren. (jb)
6. Mike Watt – Hyphenated-Man
“Swagger swagger / Stagger stagger / Fumble bumble / Stumble tumble / Noggin’ bobbin’ / Bobbin’ noggin’ / Hardened guarded / Shoulder-parted”, gaat het in “Shield-Shouldered-Man”. Watt is zot, maar ook nog altijd, en dat is veel belangrijker, een echte held, die na Ball-Hog Or Tugboat? (1995), Contemplating The Engine Room (1997) en The Secondman’s Middle Stand (2004) met Hyphenated-Man gezorgd heeft voor een vierde onvergelijkbare hoofdstuk in een prachtige solocarrière. (gp)
5. Liturgy – Aesthethica
Met z’n vele verzengende passages en erg lange speelduur (de zeventig minuten is binnen handbereik) is Aesthethica een aardige kluif die zich niet makkelijk laat weghappen, maar het laat wel horen dat zelfs black metal tot iets nieuws kan leiden. Iemand omschreef hen ooit als “the first black metal band that truly embodies the ghosts of New York” en daar valt niks tegenin te brengen. (gp)
4. Bill Wells & Aidan Moffat – Everything’s Getting Older
Everything’s Getting Colder is niks voor zachtaardige dromers, maar voor volk dat het leven onder ogen kan en wil zien, en zich misschien kan vinden in de overrompelende gevoelens van wroeging en zinloosheid. Het album kreeg bovendien een bijzonder geslaagde flow mee en bewandelt de draad tussen pijnlijke onbeschaamdheid en innemende eerlijkheid op een meeslepende manier. (gp)
3. Black Joe Lewis & The Honeybears – Scandalous
Twee jaar na dat langspeeldebuut hebben Black Joe Lewis en z’n honingbeertjes opnieuw getekend voor een van de heetste, meest onweerstaanbare en groovy platen van het jaar. Dit is de anti-Fleet Foxes. Of het nu gaat om een block party, een taaie klus die uit de weg moet of een lijfelijk evenement met schonere vooruitzichten: dankzij Scandalous neemt het succes op slagen alleen maar toe. (gp)
2. Jesse Sykes & The Sweet Hereafter – Marble Son
U merkt het: we zijn meer dan een beetje enthousiast over de nieuwe Jesse Sykes. Niet moeilijk, aangezien ze ons jaren geleden al overtuigde, maar we schrikken er ook niet voor terug om te beweren dat deze groep zich bevindt in een select clubje van bands dat blijft evolueren in een traditie zonder zijn eigenheid te verliezen en dat door iets in hun platen weet te stoppen dat zo echt, uit het leven, uit extase en pijn gegrepen is, dat het je niet meer loslaat eens je hebt toegehapt. Jesse Sykes & The Sweet Hereafter: het was een bedwelmend parcours via diepe gemoedsdalen én voorzichtige pieken, zoals het leven. Dit is een band die iets kan betekenen voor een mens, vooral als die ook al eens in een afgrond heeft zitten staren. Nogal zeldzaam dezer dagen. (gp)
1. Colin Stetson – New History Warfare, Vol. 2: Judges
Ja, dit is avant-garde (én drone, én minimalisme), maar het is ook zoveel meer dan dat. De man is er in geslaagd om een fenomenale virtuositeit om te zetten in een album met een — dit is het moment om dat adjectief nog eens uit de kast te halen — wonderbaarlijke intensiteit, schoonheid en emotionele spankracht. Het is een album dat nergens mee te vergelijken valt. Vroeger niet, dit jaar niet, volgend jaar niet. De lat voor solo saxalbums ligt hoog in 2011. Die voor albums tout court ook. (gp)

















Ik hou het op een simpele top-5 voor 2011:
1. Bridget Hayden – A Siren Blares In An Indifferent Ocean LP
2. Chris Watson – El Tren Fantasma CD + Chris Watson – El Tren Fantasma – The Signal Man’s Mix 12″
3. Tarfala Trio – Syzygy 2XLP + 7″
4. Julie Mittens* – Recorded 23|24072011 LP
5. Manuel Mota – Dias Das Cinzas LP + Manuel Mota – Untitled LP
De eerste gewoon omdat de LP alles in huis heeft om mij letterlijk omver te blazen: groezelege lo-fi, drone-noise, ijle koudheid, warme donkerheid. Kortom: eentje om in te kaderen.
De tweede wegens de verbluffende schoonheid van een reis doorheen Mexico met de trein. Field recordings zoals het hoort. De LP bevat 2 remixjes.
De derde wegens het zelf meegemaakt te hebben.
De vierde wegens de tweede vinyl uitgave van Hollands meest onderschatte trio. Dit is psychotische freejazzrock in een oerbezetting: d+b+g – het giert, het knalt, het scheurt, het kraakt en het gaat er in een rotvaart vandoor. Denk Skullflower psysch noise rock gespeeld door The Thing (of zoietske).
De vijfde wegens de unieke manier van spelen van deze eenzame blues/jazz improviserende Portugees. Eén plaat gevuld met elektrische gitaar, de andere met akoestische gitaar. Geen songs, geen riffs, geen akkoorden – gewoon heerlijk voortkabbelend nietszeggend gitaargetokkel zonder begin zonder einde.
dank voor de bijdrage!
wel al gehoord van je 1,2 en 4, maar ik moet het eens beluisteren. de “tarfala” plaat heb ik gekocht, maar nog niet kunnen beluisteren wegens momenteel geen platendraaier. argh
Ook de moeite waard dit jaar waren
* VidnaObmana: 1987 – 2007 Chasing The Odyssee 8XLP – een zeer knappe bloemlezing uit de rijke discografie van deze Vlaming.
* Elodie: Echos Pastoraux LP – project van Timo van Luijk & Andrew Chalk. Knappe minimale avantgarde met klassieke toets
* Ellende: Heavy Metal Drones 10″ + CDr. Strakke meanderende donkere drones, een beetje zoals Burning Star Core tijdens zijn drones-fase. Ellende = 1/2 Japans & 1/2 Zuid-Afrikaans met een toch wel erg Nederlands klinkende groepsnaam. Hun eigen label heet trouwens Smeerlappen … ik vraag mij af hoe ze dat in Japan uitspreken
* Daniel Menche & Anla Courtis: Yaguá Ovy LP. Field recording minimalist & noise guru meets een avantgarde guitarist. Knap resultaat, gaande van wandelen over hout (of is het een geraamte?) tot jankende wolven tot dreigende gitaar erupties.
Maar dat vredwijnt allemaal min of meer in het niets bij de release die op mij in 2011 het meest indruk maakte, dat is een 6XLP box die uitgekomen was in 2010 en meteen uitverkocht was (tja, het was op Qbico – toch wel straf label alleen jammer dat die platen meteen uitverkocht zijn, pakweg 2 minuten na het versturen van de mail via de mailing list) en die ik via-via te pakken heb gekregen in Denemarken een maand of 3 geleden.
De release in kwestie is Hartmut Geerken & Michael Ranta: The Heliopolar Egg – het betreft live-opnames van beide heren uit 1976, opgenomen in volgende locaties: Teheran, Calcutta, Dacca, Manila, Seoul en Osaka. Dit is toch echt één van de meest magistrale platen die ik heb. Dit duo speelt een soort van hippie-folk-imrovisatie-avantgarde-etnische-free-jazz. Ongelooflijk knap en zeer zeker aan te raden … ook al kost het best wat geld. Bezie het als een investering!
Er was trouwens een tegenvaller in 2011 ook (uitgekomen eind 2010, begin 2011): Mats Gustafsson: Needs! LP. Al gehoord? … heu ha neen, wss niet, geen draaitafel niet meer
Afin, ge moogt deze Gustafsson gerust laten voor wat het is.
meer nog: ik heb die gustafsson zelfs besproken!
-> http://freejazz-stef.blogspot.com/2011/01/mats-gustafsson-needs-dancing-wayang.html
van die menche heb ik hier z’n laatste (“guts”) klaarliggen, maar nog niet kunnen beluisteren
Twee vrije dagen in het verschiet. Ik plan een inhaalbeweging.