Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2008

Terug naar af

FUCK THIS HATEFUL WORLD OF SHIT

Zo, dat lucht toch een beetje op en valt te verkiezen boven bebloede vuisten en dat soort vervelende toestanden.

Advertenties

Read Full Post »

Breek de stilte en recycleer

  • When someone is impatient and says, “I haven’t got all day,” I always wonder, How can that be? How can you not have all day? 
  • The very existence of flame-throwers proves that some time, somewhere, someone said to themselves, You know, I want to set those people over there on fire, but I’m just not close enough to get the job done. 
  • Some people see things that are and ask, Why? Some people dream of things that never were and ask, Why not? Some people have to go to work and don’t have time for all that. 
  • People who say they don’t care what people think are usually desperate to have people think they don’t care what people think.
  • Electricity is really just organized lightning. 
  • I’m a modern man, a man for the millennium, digital and smoke-free, a diversified multi-cultural post-modern deconstructionist, politically, anatomically, and ecologically incorrect. I’ve been uplinked and downloaded, I’ve been inputted and outsourced, I know the upside of downsizing, I know the downside of upgrading. I’m a high-tech lowlife, a cutting edge state-of-the-art bi-coastal multitasker, and I can give you a gigabyte in a nanosecond. I’m new wave, but I’m old school, and my inner child is outward bound. I’m a hot-wired, heat-seeking, warm-hearted cool customer, voice-activated and biodegradable. I interface with my database, and my database is in cyberspace, so I’m interactive, I’m hyperactive, and from time to time, I’m radioactive. Behind the 8-ball, ahead of the curve, riding the wave, dodging the bullet, pushing the envelope. I’m on point, on task, on message, and off drugs. I got no need for coke and speed. I have no urge to binge and purge. I’m in the moment, on the edge, over the top, but under the radar. A high-concept, low-profile, medium-range ballistics missionary. A street-wise smart bomb, a top-gun bottom-feeder. I wear power ties, I tell power lies, I take power naps, I run victory laps. I’m a totally ongoing bigfoot slamdunk rainmaker with a proactive outreach. A raging workaholic, a working rageaholic, out of rehab and in denial. I got a personal trainer, a personal shopper, a personal assistant, and a personal agenda. You can’t shut me up, you can’t dumb me down, ‘cause I’m tireless, and I’m wireless. I’m an alpha male on beta blockers. I’m a non-believer and an overachiever, laid back, but fashion forward, up front, down home, low rent, high maintenance; super size, long lasting, high definition, fast acting, oven ready, and built to last. I’m a hands-on, footloose, kneejerk headcase, prematurely post-traumatic, and I have a love child who sends me hate mail. But I’m feeling, I’m caring, I’m healing, I’m sharing, a supportive, bonding, nurturing, primary caregiver. My output is down, but my income is up. I take a short position on the long bond, and my revenue stream has its own cash flow. I read junk mail, I eat junk food, I buy junk bonds, I watch trash sports. I’m gender specific, capital intensive, user friendly, and lactose intolerant. I like rough sex, I like tough love, I use the F-word in my e-mails, and the software on my hard drive is hardcore, no soft porn. I bought a microwave at a minimall, I bought a minivan at a megastore, I eat fast food in the slow lane. I’m tollfree, bite size, ready to wear, and I come in all sizes. A fully equipped, factory authorized, hospital tested, clinically proven, scientifically formulated medical miracle. I’ve been prewashed, precooked, preheated, prescreened, preapproved, prepackaged, postdated, freeze dried, double wrapped, vacuum packed, and I have an unlimited broadband capacity. I’m a rude dude, but I’m the real deal, lean and mean, cocked, locked, and ready to rock; rough, tough, and hard to bluff. I take it slow, I go with the flow, I ride with the tide, I got glide in my stride. Drivin’ and movin’, sailin’ and spinnin’, jivin’ and groovin’, wailin’ and winnin’. I don’t snooze, so I don’t lose. I keep the pedal to the metal and the rubber on the road. I party hardy, and lunch time is crunch time. I’m hangin’ in, there ain’t no doubt, and I’m hangin’ tough, over and out.

etc.


 (George Carlin)

 

Read Full Post »

Ik leerde Brouwers (zijn boeken althans) kennen in de humaniora, toen ik eens Het verzonkene in handen kreeg. Met dit eerste deel uit de Indië-trilogie had ik meteen de smaak te pakken. Bezonken rood en het fenomenale De zondvloed volgden al snel. Ik deelde de liefde voor Brouwers ook met Stefan, een secretariaatsmedewerker van m’n school, die al even zot van boeken was, zelf naarstig werkte aan een eerste roman, zo vriendelijk was me een kladversie te laten lezen, en intussen ook al contact gehad had met zijn grote held. Het was bijzonder om als achttienjarige, in de vroege stadia van een oneindige literaire ontdekkingstocht, een gelijkgezinde te vinden bij het personeel van de school. Maar dat was daar mogelijk, verscholen in de bossen tussen Genk en Hasselt. Het contact is daarna wat verwaterd, het bleef bij de zoveel-jaarlijke sporadische contacten, maar het deed me wel deugd om te zien dat die eerste roman effectief gepubliceerd werd (in 1997), gevolgd werd door nog een reeks prima essaybundels, en dat hij twaalf jaar na onze nachtelijke leutersessie gelauwerd werd voor zijn derde roman, De engelenmaker.

 

Maar Jeroen Brouwers dus. Ik heb lang niet alles van hem gelezen (wat er wel o.m. tussen zat: debuut Joris Ockeloen en het wachten, Vlaamse Leeuwen, Groetjes uit Brussel, Zonsopgangen boven zee, Adolf & Eva & de dood, etc), maar op dat debuut na was er niets bij dat ik minder dan uitstekend vond. Brouwers is een uitermate bedreven essayist/polemist en een geweldig romancier, wat ook bevestigd werd door Datumloze dagen (2007). Ik las wat boeken van andere “Groten” als Reve, Mulisch en een aantal van Claus, maar nooit hadden ze met hun boeken een impact op me zoals Jeroen Brouwers. Claus mag dan wel de Koning van de Vlaamse Letteren geweest en jarenlang naar voren geschoven zijn als “onze” Nobelprijskandidaat, maar hij heeft me geen enkele keer weten te raken als Brouwers, wiens boeken een intensiteit, emotionaliteit en woordenpracht bezitten die ik bij Claus (in zijn romans althans) tevergeefs zocht.

 

Claus leek me te veel een betweter, een superieur stilist met een zwak voor epateren, ironische spielereien, bombarie, duffe navelstaarderij en een zelfmythologie. Het soort schrijver dat teert op rancune en aandacht en perfect gedijt in kunstenaarsmiddens waar hij van op z’n troon het gebeuren kon overschouwen en al dan niet goedkeurend knikken. Dan maar de misantropie, de eenzaamheid, de angsten van Brouwers, die vanuit z’n huis in de Limburgse bossen werkt aan een oeuvre dat stilaan gargantuesk genoemd kan worden. En Datumloze dagen is opnieuw een hoogtepunt in zijn carrière. Het is eenvoudig van opzet en bescheiden in omvang, maar het heeft de kracht van een overweldigende emotionele orkaan. Ik heb er geen idee van in welke mate het boek biografisch is (in zekere mate moet dat het geval zijn), maar deze monoloog van een eenzaat op leeftijd en zijn terugblik op zijn leven en in het bijzonder zijn relatie met zijn (aanvankelijk ongewenste) zoon, pakt uit met een naakte rauwheid en genadeloze introspectie, geboetseerd in een onnavolgbare woordenpracht.

 

Ik probeer met opzet om hier geen traditionele recensie te schrijven, m’n beperkte talent zou Datumloze dagen waarschijnlijk geen recht kunnen doen. Laat het volstaan te zeggen dat het een superieure roman is die inslaat op hoofd, hart én buik met een overweldigende impact. Na die laatste bladzijde is het een tijdje bekomen. Stilistisch kent Brouwers zijn gelijke niet in dit taalgebied, of toch amper (Van der Heijden mag in z’n schaduw zitten), hij legt de lat belachelijk hoog. Tegelijkertijd weet hij ook te raken met perfect verwoorde formuleringen, vergelijkingen en nietsontziende zelfkritiek. Goed gezind word je niet van dit boek. Meer nog: als alle boeken deze wrange combinatie van schaamte, eenzaamheid en spijt zouden uitdragen, dan hing ik lange tijd geleden waarschijnlijk met een strop rond m’n nek aan een balk te bungelen, maar man, wat een genadeloze oplawaai, wat een gruwelijk goed boek. (*****)

 

  • Jeroen Brouwers. Datumloze dagen. Atlas: Amsterdam, 2007. 190 pag.

 

NP: John Coltrane – Live At The Village Vanguard

Read Full Post »

 

Read Full Post »

Ode aan the cult band to rule all cult bands. Dat laatste is althans waar Nobakht de lezer van probeert te overtuigen. En Suicide is wel degelijk een van de meest unieke en kleurrijke bands uit de muziekgeschiedenis. Ze waren op en top New Yorks en beïnvloed door bands als The Velvet Underground en The Silver Apples begonnen ze rond 1970 reeds uit te pakken met hun radicale electro/rock-‘n-roll-experimenten. Dit was jaren voor grote sier gemaakt werd in CBGB’s door schoon volk als Television en the Ramones, voor The New York Dolls naam en faam vestigden in het Mercer Arts Center. Er zijn weinig bands die zo hard categorisatie hebben geprobeerd te weerstaan en toch met zoveel genres en generaties in verband zijn gebracht. En die naam! Commerciële, euh, zelfmoord! Ze speelden niet enkel een rol in de ontwikkeling van de electro/dance (en worden op handen gedragen door volk als Aphex Twin en die van LCD Soundsystem), maar worden ook gezien als een enorme invloed op artiesten als The Jesus & Mary Chain, Primal Scream, Stereolab, Henry Rollins (die o.m. ook werk van Vega uitbracht op 2.13.61) en talloze andere punk-, wave-, shoegaze-, postpunk-, bleep-, ruis- en experimentele bands. Niet slecht voor een duo dat een jaar of zeven nodig had om zijn debuut op te nemen, een debuut dat dan ook nog eens een pak makker klonk dan de live performances moeten geweest zijn. En performances waren met, met de confronterende, loeiharde beats en geluidslagen van Rev en de hyperkinetische idiotie van Vega, die rondhoste als een Elvis op speed en geen confrontatie uit de weg ging. Ze maakten één klassieker, de titelloze met de bloedcover, waarop ze nu eens klinken als de electroversie van The Stooges, dan weer als een sinister Kraftwerk of een dolgedraaide freakshow, tijdens hun signature song “Frankie Teardrop”, meteen ook de geboorte van de aurale nachtmerrie. Het is een ongemeen boeiend verhaal dat Nobakht weet te vertellen, een aaneenstrengeling van mislukte pogingen, tegenslagen, indrukwekkende volharding, chaos en, geleidelijk, van achterstallig respectbetoon. Het probleem dat ik met dit boek had was dat het, net als bvb. Please Kill Me, het bejubelde punkboek van Legs McNeil en Gillian McCain, een oral history is. Suicide: No Compromise bestaat voor 90% uit quotes. Positief: zowel Vega en Rev als zowat alle belangrijke schakels en jongere generaties doen hun duit in het zakje. Nadeel: weinig analyse, weinig persoonlijke inbreng van de auteur en hier en daar een té hoog fanboy-gehalte. Desalniettemin is het essentiële kost voor fans en sympathisanten, liefhebbers van klassieke New Yorkse bands en de geschiedenis van een rasechte cult act. (***1/2)

P.S.: De makkelijkst verkrijgbare (en beste) editie van het debuut is een 2CD, waarvan de tweede CD naast opnames in CBGB’s ook 23 Minutes Over Brussels bevat, een legendarisch, vroegtijdig afgebroken optreden in het voorprogramma van Elvis Costello dat al snel uitmondde in pure chaos. Het is inderdaad zo dat er einde jaren zeventig nog makkelijk te scoren en shockeren viel, maar de manier waarop dit spektakel uit de hand loopt is ronduit hilarisch.

P.S. 2: Rev was niet enkel een leerling van Lennie Tristano, maar Suicide speelde begin jaren zeventig ook in het voorprogramma van Zoot Sims in het voormalige Birdland. Surrealisme!

  • David Nobakht. Suicide: No Compromise. SAF: London, 2005. 223 pag. 

NP: Stinking Lizaveta – III

Read Full Post »

Onlangs gelezen: dit vijfde deel uit de Wallander-reeks van de Zweedse misdaadauteur. Plus: de continuïteit van Wallanders geschiedenis. De beslagen ouwe rot past prima in het rijtje obsessieve rechercheurs met Morse (Colin Dexter), Rebus (Ian Rankin) en Banks (Peter Robinson), al is hij eerder het slachtoffer van Scandinavische melancholie en niet van het wegvretende cynisme dat zijn Angelsaksische collega’s drijft. In Dwaalsporen (1995), dat draait rond een op hol geslagen seriemoordenaar die schijnbaar zonder enig verband vooraanstaanden scalpeert en op andere creatieve manieren over de kling jaagt, valt ook opnieuw de licht maatschappelijk geëngageerde inslag op. Probleem is dat Mankells goedbedoelde bekommernissen na enkele delen lichtjes belegen beginnen te klinken. Neen, Zweden is géén Aards Paradijs of weggemoffelde natie bevolkt door braven, en ja, het is wél een moderne, amorele maatschappij die geen comfortabele schoot kan bieden aan de burgers, we weten het intussen wel, meester. Onderhoudend is het boek zeker, al is het onnodig lang gerokken (in tegenstelling tot het superieure Midzomernachtmoord) en lijkt het net iets te veel geïnspireerd door de serial killer-hausse van zijn tijd. Prima stuff voor twee lege avonden, maar geen openbaringen hier. (***)

  • Henning Mankell. Dwaalsporen. De Geus: Breda, 2006. 512 pag.

NP: Steve Reid Ensemble – Daxaar

Read Full Post »

Ook nog gezien: de met schroot gevulde adrenalinepulp van The Bourne Ultimatum (2007). Net als het vorige deel van de trilogie – The Bourne Supremacy – van de hand van regisseur Paul Greengrass (United 93), die de beproefde formule verderzet. Het probleem: het verhaal heeft niets om het lijf. Flinterdun. Rizla-dun. Door het gebrek aan narratieve impuls voelt het aan als een gerekte coda bij deel twee. Wat rest: een aaneenschakeling van achtervolgingen, kwistig uitgedeelde, welgeplaatste muilperen en nog meer spectaculaire achtervolgingen. Die actie is echter zo goed en meeslepend in beeld gebracht dat je als kijker bijna gedwongen wordt om te participeren. Hier dus geen klassieke excessieve explosies, rondborstige dellen en rollende spierbundels, maar iets meer gestileerde geweldballetten gemarineerd in een pseudo-stijlvolle Europese saus zoals in Ronin, etc. De razende achtervolging door de steegjes en over de daken en balkons van Tanger is bloedstollend goed in beeld gebracht. Daar komt dan nog bij dat missiemens Matt Damon de bijna perfecte actieheld een menselijk gezicht mag/kan geven en net iets meer sympathie afdwingt dan de Vin Diesels van deze wereld. Extra bonus: de aanwezigheid van acteerkanonnen als David Strathairn en Albert Finney, die echter te weinig kans krijgen om uit te blinken. Die laatste valt met z’n gejammer in de finale zelfs op in negatieve zin. Al is het niks in vergelijking met de belegen Bourne-serie met Richard Chamberlain (wie kent hem nog?) van zo veel jaar geleden. (***1/2)

NP: Constantines – Kensington Heights

Read Full Post »

Older Posts »

%d bloggers liken dit: