Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2008

Met verlichting. Een peertje van 40watt volstaat. Liefst ook stil en vochtvrij. Een comfortabele stoel is een bonus, maar geen must. Andere rommel vormt geen probleem. Ik zorg zelf voor boek en frigobox. Een kleine vergoeding kan er zeker af. Ik ben proper gewassen en draag zorg voor uw eigendom.

Dank.

Advertenties

Read Full Post »

Zondag rockdag

… en op de Zevende Dag zag God dat het goed was, bracht hij z’n hangmat tevoorschijn, schonk zichzelf een droog, wit wijntje in en luisterde naar de hemelse klanken van Belle & Sebastian en vond hij dat het tijd was voor lawaai. Geef nu toe, zo’n zondag, dat is toch de dag bij uitstek die zorgt voor luiheid, spijt, wroeging, lamlendigheid. Die zondagavondblues, die komt niet zomaar. Wie heeft er immers écht zin in die obligate familiebezoekjes, die uitstapjes naar het park, die nutteloze hangerijen rond de bourgondisch gevulde koffietafel, met de blik op oneindig, een irritant blèrend Sporza op de achtergrond. Bah.

Nee, dan maar rot-‘n-roll, en hier is uw kans. Op zondag 3 augustus zorgen ondergetekende en kompanen immers voor enige variéte voor mensen die zich weleens durven begeven naar het Genkse, of zich niet te belabberd voelen om centraal-Limburg te verkennen. Rond 18u treedt polkacollectief Mr Mama op in Hotel Bij Ford (Sledderlo 82, Genk), dat daadwerkelijk op een boogscheut van de Ford-site ligt. Een buitenkans! Oerbloedingen in Limburgs schoonste industriezone! De band deelde eerder het podium met schoon volk als Black Cobra, Mastodon en Alabama Thunderpussy (jaja) en rekent o.m. Black Flag, Melvins en High On Fire tot zijn helden. U hebt er geen idee van wie die bands zijn en/of waar ze voor staan? Nog beter! Laat u eens verrassen. DE POT OP MET DAT KOUD BUFFET BIJ DE BOMMA!

Op het programma: een vuurdoop, een resem nieuwe songs van het in het najaar te verschijnen nieuwe album. Breng oordopjes en vrienden mee. U kan voor het donker wordt alweer thuis zijn!

Read Full Post »

  • Punch Drunk Love **** – Ik was meteen weg van Boogie Nights toen ik ‘m voor het eerst zag en Magnolia staat nu nog steeds in m’n favorietenlijstje. Destijds kon ik amper geloven hoe zo’n jonge regisseur zo’n rijke, ambitieuze, emotionele en kaleidoscopische films wist te maken. Mensen als Anderson, die voor hun dertigste briljante bijdrages aan hun kunst hebben geleverd, zijn er ten dele ook verantwoordelijk voor dat ik ben gaan beseffen geen écht talent te hebben voor de dingen. Ooit nam ik het hen kwalijk, nu dank ik hen, het houdt de voetjes op de grond en leert je dat je maar het beste ervan kan maken door in de breedte te denken en te zoeken. Dat terzijde. Hard Eight kon zich niet meten met die twee moderne klassiekers, maar was bezwaarlijk middelmatig te noemen. There Will Be Blood heb ik nog steeds niet gezien, maar ook in het geval van Punch Drunk Love (2002) duurde het zes jaar. En ik was aangenaam verrast. Ik wist dat het de meest lichtvoetige van Andersons films was en dat Adam “Yuk” Sandler de hoofdrol speelde, maar kijk, ik vond het een uitstekende film, vintage Anderson ook, die m’n verwachtingen moeiteloos vertrappelde. Ook in deze naar Andersons normen erg bescheiden film zitten er immers zo veel sterke momenten, zo veel verborgen pleziertjes en zo veel filmgenot dat je het gevoel hebt dat de regisseur er meer in stopte dan vele anderen in hun volledige carrière. Veel heeft het verhaal niet om het lijf – neuroot Sandler krijgt het aan de stok met mensen van de sekslijn en papt en passant aan met een zoals steeds vreemd ogende Emily Watson – , maar door inventieve cameravoering (die brede shots in de supermarkt!), creatief gebruiken van muziek (de hele film door nerveuze percussieve opjagerij), aparte humor (situatiehumor, dialogen, tics, etc) en uitstekend acteerwerk (Sandler (jaja)!, Luiz Guzman (zonder snor)! Philip Seymour Hoffman (alweer)!) groeide Punch Drunk Love uit tot een origineel juweeltje van een film.

  • Layer Cake *** – Strak geregisseerd vehikel van Matthew Vaughn (2004), wiens grootste verdienste is dat hij een lijn wist te houden in een film waarin de plotlijnen, wendingen en personages elkaar constant voor de voeten lopen. Ik heb nooit erg hoog opgelopen met deze Britse variant van de gangsterfilm, maar Daniel Craig staat cool te wezen met stijl, zelfs een belachelijk gebruinde Michael Gambon blijft de moeite, het ritme ligt hoog, de onzin blijft al bij al beperkt en het eindresultaat is prima entertainment.

  • Capturing The Friedmans ***** – Hallucinante documentaire (2003) van Andrew Jarecki over een pedofiliezaak die twee decennia geleden aan het licht kwam. Als het een klassiek verslag-na-de-feiten was geweest, dan was het ongetwijfeld al een boeiend verhaal geweest – vader en zoon worden beschuldigd van het stelselmatig misbruiken van jongetjes die bijles kwamen volgen -, maar de film krijgt een immense meerwaarde door interviews met zowat alle belangrijke betrokkenen (de beschuldigde zoon, zijn broer (een succesvolle clown), hun moeder) en beelden die door de gezinsleden gemaakt werden voor en tijdens het proces. Het vormt een onvolledig en ongetwijfeld ook vertekend beeld van een gezin dat ogenschijnlijk normaal was, maar onder het oppervlak een dysfunctionele rotzooi was. Zowel vader als moeder hadden af te rekenen met vreemde opvoeding en seksuele relaties en complicaties die hun leven overhoop gooiden, en de verhouding met hun drie zoons was al even vreemd. Hoewel er wel degelijk belastend bewijsmateriaal gevonden werd en de vader schuldig pleitte om zo zijn zoon van het ergste te vrijwaren (zonder succes), wordt er door de regisseur nergens uitspraken gedaan over de schuldvraag. Het blijft bij een registreren, monteren (ook een vorm van manipulatie natuurlijk) en het benadrukken van de onmogelijkheid van een coherent verhaal. Meningen, gevoelens en terugblikken zetten de kijker meerdere keren op het verkeerde been, maar de verhalen en versies van de betrokkenen spreken elkaar ook zo vaak tegen dat het een onontwarbaar kluwen van (des-)informatie wordt. Komt daar nog eens bij dat massahysterie, heksenjacht en bevooroordeelde onderzoeksmethodes de zaak op z’n kop zetten, en het resultaat is een hypnotiserende trip waarbij je van de ene stomme verbazing in de andere valt en achteraf beseft een muilpeer van jewelste ontvangen te hebben. Al net zo intrigerend en complex als het al even aanbevelenswaardige The Staircase.

  • Black Sheep **Splatstick van Jonathan King, uit 2006. Heel erg gemodelleerd naar Peter Jacksons Bad Taste en (vooral) Braindead en dus een gortig en goor festijn van rondspetterend bloed, elastische ingewanden, afgeknauwde ledematen en wat absurde humor. Invalshoek van de film is prima: genetisch gemanipuleerde schapen doen een Night Of The Living Dead. Maar: King kan het verhaal niet de schwung geven die Jackson in z’n films stopte, de acteerprestaties zijn deprimerend slecht en de humor brengt het zelden verder dan een vage glimlach. Net als bij Braindead is het feestje aan het einde het hoogtepunt (op alle gebieden), al blijf je achter met het gevoel naar een matig geïnspireerde herkauwoefening te hebben gekeken.

  • Next * – Nicholas Cage, die er intussen ook begint uit te zien als een genetisch gemanipuleerd iets, kan twee minuten in de toekomst kijken en gebruikt dit om nu en dan wat te gokken en z’n carrière als Las Vegas-goochelaar boeiend te houden. Op een dag besluiten de heren en dames van de FBI, onder leiding van Julianne Moore (na Short Cuts even goddelijk (ah ja), maar de voorbije jaren bezig aan een parcours waar geen mens een bal van begrijpt), dat ze de hulp van Nicky kunnen gebruiken bij het verhinderen van een nucleaire aanslag. Nicky wil daar echter niet van weten en zet het op een lopen met scharrel Jessica Biel (40% Scarlett Johansson, 40% Keira Knightley, 20% goed liggend kapsel), die valt voor de slappe oneliners spuiende Nicky. Dan volgt actie, wat geknuffel, wat pseudo-filosofisch gezwam en uiteindelijk een belachelijk gemakzuchtige finale. Van Lee Tamahori, uit 2007.

NP: Rev-Up: The Best of Mitch Ryder & The Detroit Wheels

Read Full Post »

Wegens omstandigheden was het in 2008 rustig wat concertbezoek betreft. Ik kwam zes keer buiten en zag zeven concerten. Gelukkig was de gemiddelde kwaliteit prima (enkel van de laatste twee verwachtte ik meer). De volgorde:

  • Masada + Uri Caine – 22 juni, CC Luchtbal Antwerpen *****
  • Peter Brötzmann + Marino Pliakas + Michael Wertmüller – 12 januari, De Werf Brugge ****1/2
  • Johnny Dowd Band – 2 mei, N9 Eeklo ****
  • AmenRa – 29 mei, Antigone Kortrijk ***1/2
  • John Zorn + Mike Patton – 21 juni, CC Luchtbal Antwerpen ***1/2
  • Bettye LaVette – 8 april, AB Brussel ***
  • OM – 29 mei, Antigone Kortrijk ***

EDIT 11/07: Oxbow (*****) en Harvey Milk (****) haalden zwaar uit in de Recyclart.

Read Full Post »

Wat boeken betreft hou ik geen rekening met publicatiejaar, daarvoor lees ik ze doorgaans met te veel vertraging. Ik las er dit jaar wel al 55 (lang leve de trein en het stellen van prioriteiten). De beste tien, in volgorde:

  • Jeroen Brouwers – Datumloze dagen (2007)
  • A.F.Th. Van der Heijden – Het Hof van Barmhartigheid (1996)
  • Walter Mosley – The Man In My Basement (2004)
  • Ian Rankin – The Naming Of The Dead (2006)
  • John Burnside – The Dumb House (1997)
  • Hubert Selby Jr. – Waiting Period (2002)
  • Pete Dexter – Brotherly Love (1991)
  • Mark Andersen & Mark Jenkins – Dance Of Days: Two Decades Of Punk In The Nation’s Capital (2003)
  • James Frey – A Million Little Pieces (2003)
  • Richard Cook – Blue Note Records: The Biography (2003)

Read Full Post »

In navolging van o.m. Roen, MilesBehind en SecretlyBelgian heb ik ook eens werk gemaakt van dat lijstje. Ik heb nog een heel pak in te halen (James Hunter, Steve Von Till, Willard Grant Consipracy, etc) en te verteren (No Age, Fleet Foxes, etc) maar de voorlopige top 10, in willekeurige volgorde, hier in *klaroengeschal* primeur:

  • Al Green – Lay It Down
  • Harvey Milk – Life… The Best Game In Town
  • The Hold Steady – Stay Positive
  • Emmylou Harris – All I Intended To Be
  • Drive-By Truckers – Brighter Than Creation’s Dark
  • AmenRa – Mass IIII
  • The Vandermark 5 – Beat Reader
  • Bar Kokhba Sextet – Lucifer: The Book Of Angels, Vol. 10
  • Portishead – Third
  • Johnny Dowd – A Drunkard’s Masterpiece

En zoals gewoonlijk kan alles nog grondig veranderen. Coldplay, etc.

Read Full Post »

  • The History Boys **** – Uit 2006, van regisseur Nicholas Hytner. Gebaseerd op een populair toneelstuk en ook verfilmd met de oorspronkelijke theatercast. Het is een erg statische film en bevat dubbel zo veel dialogen als de gemiddelde prent, maar die dialogen zijn zo intelligent en grappig dat je er op geen enkel ogenblik last van ondervindt. Integendeel. In een landelijke school wordt een groepje jongens klaargestoomd voor het eindexamen geschiedenis dat hen een ticket richting Oxbridge kan bezorgen. Het zijn stuk voor stuk briljante jongeren, de ene al kleurrijker dan de andere, maar zoals de directeur opmerkt ontbreekt het hen aan verfijning om het te maken in de meest prestigieuze academische kringen. Het leerkrachtencorps wordt aangevuld met een nieuw aanwinst die de jongeren het vuur aan de schenen legt met de ene provocerende discussie na de andere, wat zorgt voor spetterende confrontaties en zeer bevlogen scènes. Het bijzondere is dat de film volledig gespeend blijft van valse sentimentaliteit (die het vaag verwante Dead Poets Society toch voor een stuk onderuit haalde) en dat alle personages, van de populaire playboy, tot de onzekere homoseksueel en de excentrieke leerkrachten, een geloofwaardigheid aan de dag leggen. Stilistisch valt er weinig te beleven met deze brok high school drama, maar dat argument wordt moeiteloos van tafel geveegd door de briljante naturel van de acteurs en de verbale oorlogen die ze uitvechten.

  • Notes On A Scandal ***1/2 – Van Richard Eyre, uit 2006. Opnieuw verrry British en met indrukwekkend acteerwerk. Judi Dench is een alleenstaande leerkracht, een harde tante met een reputatie die stilaan de pensioengerechtigde leeftijd nadert. Ze leidt een voor de buitenwereld onopgemerkt bestaan dat plots een adrenaline-injectie krijgt door de komst van kunstlerares Cate Blanchett. Dench krijgt al snel (onuitgesproken lesbische) gevoelens voor de nieuwe leerkracht, die ze uitvoerig uit de doeken doet in haar geheime dagboeken. Alles kabbelt rustig verder, tot Dench ontdekt dat Blanchett er een relatie op nahoudt met een 15-jarige leerling. In plaats van dit openbaar te maken besluit Dench de relatie met haar vertrouwelinge volledig uit te buiten. Het spel loopt echter uit de hand als ze ontdekt dat Blanchett de relatie niet heeft stopgezet. De manier waarop de veterane van de Britse film gestalte geeft aan een eenzame obsédée is erg fascinerend. Vanaf het begin weet ze een subtiel evenwicht te vinden tussen koele afstandelijkheid en creepy bemoeizucht, die er voor zorgt dat ze zich meer en meer gaat moeien met het leven van haar geïdealiseerde gezellin. Een ramp is echter onvermijdelijk en het is dan dat de film escaleert in een hysterisch schreeuwdrama dat voor de betrokkenen bijzonder pijnlijk is. De genuanceerde vertolkingen van beide actrices nemen dan een wending, die niet altijd even geloofwaardig aanvoelt, al blijven de carnavaltoestanden van Fatal Attraction uit. Een kleine triomf voor Dench dus, en een kleine film die best de moeite is.

  • Once Upon A Time In The West ***** – Van Sergio Leone, uit 1968. Wat valt er nog te zeggen over deze klassieke western, een hoogtepunt uit de filmgeschiedenis waarmee Leone het genre volledig binnenstebuiten keerde? De film verloop tergend traag, bevat lange scènes zonder een woord tekst en pakt uit met waanzinnige shots, gaande van panoramische pracht tot extreme close-ups (ogen, lippen, handen, botten). Episch, bruut, spannend, exotisch, koortsig en mysterieus, en tot nog grotere hoogtes getild door de onvergetelijke soundtrack van Ennio Morricone. Wie kent het onheilspellende harmonicariedeltje of de metalige gitaaruithalen van het centrale thema niet? Zelden gingen beeld en muziek zo intens samen en nooit tevoren kreeg een film een soundtrack die zo sterk bijdroeg tot sfeer en effecten, de beelden voorzag van wrede en knipogende commentaren. Intussen is dit een typisch overblijfsel van de woelige 60s (wie durft nu nog zo’n film maken?), maar tegelijkertijd ook een van de unieke statements uit de filmgeschiedenis. En de woorden die gewijd kunnen worden aan dat achteloos afzakkende bloesje van Claudia Cardinale! Miljaar! 

  • E.T. ***** – Van Steven Spielberg, uit 1982. Mainstream cinema op z’n best en een sentimentele, nostalgische en opwindende ode aan de jeugd, de fantasie, het onbekende en de film. De ene klassieke scène na de andere en een volbloed stuk entertainment. Kijk, ik ben niet altijd een elitaire droplul die de (*****) enkel toekent aan metaforisch belaste helletochten met artistieke pretentie en hoogdravende blabla.

Read Full Post »

Older Posts »

%d bloggers liken dit: