Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for april, 2009

baxter

Deel 3652 in het rijtje ‘bagger waar geen mens om geeft’. Ziehier wat ik het voorbije trimester gelezen heb:

  • Dennis Cooper – Guide. Beetje ingetogener dan Closer en Frisk, al heeft dat niets te betekenen. Drugs, nihilisme, seks, rock-‘n-roll en geweld à volonté, met een bijzondere bijrol voor de bassist van Blur. (***)
  • Cormac McCarthy – The Road. Met voorsprong het beste boek dat ik het voorbije jaar las. McCarthy was al een gewaardeerd man ten Huize Boleuzia, maar met dit meesterwerk eiste hij een plaatsje op in het Favorietenlijstje, tussen goed volk als Josef Skvorecky, Jeroen Brouwers, Raymond Carver, Hubert Selby en James Ellroy. (*****)
  • Cormac McCarthy – No Country For Old Men. Geweldig, maar het miste de impact van The Road. Misschien heeft het feit dat ik de film eerst zag ik ook iets mee te maken. De verfilming volgt het boek vrij getrouw, waardoor je toch enige voldoening en intensiteit onthouden wordt. Niettemin weer een grandioos taalfestijn met onvergetelijke personages, dialogen en sfeertje. (****1/2)
  • Michael Connelly – A Darkness More Than Night. Degelijke misdaadroman, die twee befaamde Connelly-personages samenbrengt. (***1/2)
  • Michael Connelly – The Poet. Valt buiten de gelauwerde Bosch-reeks waar ik een zwak voor heb, maar waarschijnlijk wel de beste Connelly die ik al las. Razend spannend en ongetwijfeld een van de beste serial killer-romans na The Silence Of The Lambs. (****1/2)
  • Michael Connelly – The Black Echo. Pas uit. Eerste deel uit de Bosch-reeks. Mist de schwung van de latere delen, is wat te lang, maar toch de moeite. (***)
  • Paul Begala – Is Our Children Learning? De titel verwijst naar een uitspraak van George W. Bush, meteen ook het onderwerp van dit boek. Het werd geschreven voor de man werd verkozen tot president en doet twee dingen: samenvatten wat Dubya zoals gepresteerd had + uit de doeken doen waar hij voor stond én voorspellen wat er allemaal fout zou kunnen gaan als de man president zou worden. Negen jaar later is het haast shockerend om te lezen hoe veel voorspellingen zijn uitgekomen. Ook een hilarisch baldadig toontje dat Begala aanslaat. (****)
  • Michael Dibdin – Dark Spectre. Dibdin was een rasechte kameleon. Terwijl sommige auteurs een oeuvre bij elkaar schrijven dat een onmiddellijk herkenbare cohesie vertoont (Paul Auster, John Irving, Pieter Aspe, om  een paar namen te noemen), is de variatie in stijl en toon bij Dibdins boeken zo sterk dat je gaat twijfelen of Dibdin geen schrijverscollectief is. Dark Spectre is door en door Amerikaans en zoekt het bij het occulte en sektes. Met matig succes. (**1/2)
  • Michael Dibdin – The Tryst. Iets volledig anders. Combinatie van sociaal-realisme, psychologische roman, maar dan in een traditie van 19e eeuwse mystery à la Wilkie Collins’ The Woman In White. Vreemde combinatie die wel werkt. (***1/2)
  • Michael Dibdin – Back To Bologna. Lichtvoetigste deel van de Aurelio Zen-reeks, maar daarom niet minder genietbaar. Er wordt gespeeld met zowat alle Italiaanse clichés, er zijn hopen culturele referenties,  inclusief een semioticus die overduidelijk gebaseerd is op Umberto Eco en een plot en stijl die carnavalesk en een beetje onnozel zijn. Fijne commedia dell’arte of zoiets. (***1/2)
  • Michael Dibdin – End Games. Het laatste deel uit de Zen-reeks, tevens het laatste boek dat Dibdin schreef, zoekt donkerder oorden op een hoort bij het beste uit de reeks. Een genadeloos portret van het moderne Italië. (****)
  • Peter Carey – Theft. Het eerste was ik van Carey las, was The Tax Inspector. Ik vond het super. Ik was minder enthousiast over latere ervaringen Illywhacker en Oscar & Lucinda (nochtans beschouwd als een moderne klassieker). Ook nu niet helemaal overtuigd. Leuke combinatie van intellect en vulgariteit in deze roman over kunst, kunstdiefstal, kunstvervalsing en kunstenaarschap, maar het wist me nergens écht te raken. (***)
  • Joyce Carol Oates – Rape: A Love Story. Je moet houden van de rechtlijnige, realistische stijl van Oates, wiens boeken vaak aanvoelen als beknoptere versies van die van Tom Wolfe, maar dit is wel een geslaagd boekje, verteld via een kind in de zeldzame jij-vorm. (***1/2)
  • Tobias Wolff – Old School. Het eerste wat ik las van Wolff, en meteen een schot in de roos. Melancholische memoires met mooie passages over ontluikend schrijverschap. (****)
  • Don DeLillo – Falling Man. Post-9/11 roman. Door en door DeLillo, en dus verwarrend en vervreemdend, herkenbaar en sinister, maar ook met heel mooie passages en literaire hoogstandjes die constant doen terugbladeren. Moeilijk om voeling te krijgen met zijn wereld vol paranoia, maar wel een unieke leeservaring. (***1/2)

baxter2

  • Shalom Auslander – Foreskin’s Lament. Onweerstaanbare brok Joods-Amerikaanse literatuur, verpakt als een monoloog gericht aan God. Enkele ronduit hilarische passages met een aan Philip Roth-verwant evenwicht van zelfhaat en vulgariteit. (****)
  • Shalom Auslander – Beware Of God. Meteen aangeschaft na het lezen van Foreskin’s Lament. Beware of God bevat kortverhalen. Ze zijn doorgaans erg kort en absurd, maar niet altijd even geslaagd. Wel een paar memorabel fabels. (***)
  • Jason Goodwin – The Bellini Card. Exotische misdaadroman die zich afspeelt in het Ottomaanse Rijk en het Venetië van de vroeg-negentiende eeuw. Doorgaans is dit soort van historische misdaadroman niet m’n ding, maar het wordt gedreven door een inventieve plot (met veel verwijzingen naar de Sherlock Holmes-traditie) en enkele opvallende personages, waaronder een eunuch-privédetective. (***)
  • Junot Diaz – Drown. Diaz won in 2007 de Pulitzer Prize voor zijn debuutroman The Brief Wondrous Life Of Oscar Wao. Deze kortverhalenbundel is zijn werkelijke debuut uit 1996. Verrassend donkere en grimmige verhalen, veelal over moeilijke jeugd en immigrantenproblematiek. Sterk taalgevoel, koortsige sferen. (****)
  • Adiga Aravind – The White Tiger. Winnaar van de Booker Prize. Kleurrijke en vaak grappige roman die leest als een bildungsroman én als een genadeloos portret van het moderne India met z’n kastensysteem en exploderende economie ten dienste van Westerse multinationals. Begint héél erg veelbelovend, maar wordt halverwege wat verlammend in z’n monotonie. (***1/2)
  • Glen Baxter – Atlas / His Life: Years Of Struggle / The Impending Gleam / The Unhinged World Of Glen Baxter: Collected Works, Vol. 2. Een hernieuwing van een oude liefde. Heeft eigenlijk veel gemeen met het oude werk van Kamagurka. Onzin, onzin, onzin. Maar wel goed. (****)
  • Tom Lanoye – Het goddelijke monster / Zwarte Tranen / Boze Tongen. Heel aangenaam verrast door deze trilogie, een familiekroniek tegen de achtergrond van het moderne België van Dutroux en Verhofstadt. Satirisch, kritisch, en hier en daar geschreven met een indrukwekkende vaart. Zeker het eerste deel is een van de beste recente Nederlandstalige romans die ik al las. (****)
  • Yann Martel – Life Of Pi. Ook winnaar van de Booker Prize. Een tiener komt na schipbreuk terecht in een reddingssloep in het gezelschap van o.m. een zebra, een hyena en een tijger. Wat volgt is een avonturenverhaal, maar dan zwaar beladen met religieuze symboliek. Het middenstuk is prachtig, maar het einde komt de boel wat verneuken. Richard Parker is wel onvergetelijk. (***1/2)
  • Graeme Thomson – I Shot A Man In reno: A History of Death by murder, Suicide, Fire, Flood, Drugs, Disease, and General Misadventure, As Related in Popular Song. Aangename verrassing, dit boek over ellende in moderne popmuziek in de brede zin. Bestrijkt het hele gamma van oude blues en country, via teenage death songs, exploratie van dood als thema einde jaren zestig, via gangsta rap, etc. Elk hoofdstuk zou een eigen boek kunnen vormen, maar dit is alleszins al een uitstekende voorzet. (****)
  • Henning Mankell – De Chinees. De eerste delen behoren tot het beste dat ik al van hem las, maar het laatste wil per sé de politiek-geëngageerde toer op gaan, maar spendeert zo veel energie aan een geloofwaardig discours dat het tempo verloren gaat. Desalniettemin fijne laatavondlectuur. (***1/2)
  • Raymond Carver – Will You Please Be Quiet Please? In het kader van de ‘herlees alles van Carver’-actie. ’s Mans debuut was al een geweldig staaltje van genialiteit. Niet al de verhalen hebben dezelfde impact, maar minstens 75% is geweldig. Gewéldig. Gewéldig! (****1/2)
  • Jenny Valentine – The Ant Colony. Mooie jeugdroman voor wat jongere tieners, over vriendschap en eenzaamheid en schuldgevoel en hoe ermee om te gaan, dat je erdoor jaagt op een uurtje (of twee, voor de tragere lezers). Beetje halfzacht door die mierenmetafoor, maar die perceptie is dan vooral te wijten aan Dennis Cooper en z’n geweldfantasieën hierboven. (***)
  • Siobhan Dowd – Bog Child. Nog een jeugdroman, maar wel van een klasse hoger. Geslaagde combinatie van politiek drama, coming of age-roman, met wat elementen uit misdaadliteratuur. Leest als een trein en maakt indruk. (***1/2)
  • Ross Raisin – God’s Own Country. Aanstormend talent uit Engeland. Ietwat simpele roman die hier en daar doet denken aan Badlands, maar wel met een eigen indringende stijl en intrigerende psychologie. (***1/2)
  • James Meek – We Are Now Beginning Our Descent. Nog een post-9/11 boek, maar dan eerder gefocust op de oorlogsvoering en -verslaggeving, dan het leven in NYC. Indringend, en een aparte combinatie van zakelijkheid en occasionele humor. (***1/2)

Excuses voor de beknopte meningen. In een ideale wereld kom ik na elk boek verslag uitbrengen, maar deze wereld is niet ideaal. Een aantal namen hierboven zouden het er vast mee eens zijn.

NP: Captain Beefheart – Clear Spot

Advertenties

Read Full Post »

’t begint te beteren met m’n wegkwijnende concertbezoek. Vorig jaar (of het jaar ervoor, m’n geheugen laat me al in de steek) maakte ik een lijstje aan, en uiteindelijk kwam er niets van in huis. Dit jaar verliep het beter met de voornemens.

>>> Dit was m’n agenda:

27/1: Buffalo Collision – Vooruit (Gent)

7/2: Theo Maassen – Capitol (Gent)
9/2: OffOnOff – Récyclart (Brussel)
10/2: Sakoto Fujii’s Ma-Do / Marilyn Crispell – Vooruit (Gent)
13/2: Peter Brötzmann Chicago Tentet – Bimhuis (Amsterdam)

14/2: Buzzcocks – Depot (Leuven)
28/2: Peter Case – Toogenblik (Haren)

7/3: Els Vandeweyer 4tet / Vandermark 5 – KC België (Hasselt)
10/3: Titus Andronicus – Botanique (Brussel)

22/3: Lyle Lovett – AB (Brussel)

4-5/4: Sonic City Festival – Kortrijk
7/4: William Elliott Whitmore / Alela Diane – AB (Brussel)
18/4: D.O.A. – 4AD (Diksmuide)
23-26/4: Roadburn Festival – 013 (Tilburg)

Die in het vet zijn er daadwerkelijk van gekomen. 8 op 14, dat is een vooruitgang. En dan ben ik nog een paar keer naar bevriende bands gaan kijken. De toppers: Small Silence, Zu en Action Beat  op Sonic City, Neurosis, Om en Motorpsycho op Roadburn + Vandermark  5 (Hasselt) en Brötzmanns Chicago Tentet (Amsterdam).

>>> Staan voor de komende periode op het programma:

2/5: Weasel Walter – The Pits (Kortrijk)

7/5: Eugene Robinson – Bar Mondial (Antwerpen)

10/5: Minsk – Negasonic (Aalst)

15/5: Monno – Charlatan (Gent)

17/5: Brutal Knights – Frontline (Gent)

24/5: Extra Life – Video (Gent)

27/5: Peter Brötzmann Chicago Tentet – De Singel (Antwerpen) EDIT: hoewel er een aantal betrouwbare bronnen zijn die dit concert in hun agenda opnemen (allaboutjazz.com, de websites van Paal Nilssen-Love, Ken Vandermark, etc), zou het gaat om foute info. De Singel heeft me verzekerd dat de band niet zal spelen, er is al een ander concert gepland voor die dag. Miljaarde!

6/6: Action Beat – DNA (Brussel)

12/6:  Yo La Tengo – Botanique (Brussel)

20/6: Voivod – Trix (Antwerpen)

23/6: Enablers – DNA (Brussel)

9/7: Karma To Burn – Sojo (Leuven)

13/7: Oblivians/Gories – 4AD (Diksmuide)

24/7: Nomeansno – 4AD (Diksmuide)

Benieuwd wat er van in huis komt. Er zijn er altijd een paar die om allerhande praktische redenen wegvallen (en mei zou wel eens te druk kunnen worden). Er zullen nog extra namen verschijnen. Opnieuw weinig concerten in de grotere concertzalen. Ik lijk ze op de een of andere manier beu geworden. Te veel volk, te veel klojo’s die er zijn om de toerist uit te hangen. Ik rij liever naar Diksmuide, Hasselt of desnoods Amsterdam om iets te zien waarvan ik weet dat het bijzonder wordt. Ik heb gepast voor Domino, ik zal ook passen voor Les Nuits Botanique. Al te vaak wordt daar verwacht dat je zonder nadenken op de kar van de promoboys en populaire smaakmakers springt. Laat maar zo.

Opnieuw: laat het weten als ik interessante dingen over het hoofd zie. En zoals gewoonlijk: geen reggae, black metal en kleinkunst aub.

NP: Little Women – Teeth

Read Full Post »

roadburn2009-poster

Roadburn 2009 was lang, boeiend, kwalitatief vrij hoogstaand (al was 2007 missschien nog sterker) en – gelukkig – minder vermoeiend dan verwacht (m’n lichaam voelt met andere woorden niet aan als een artritische patattenzak). In de categorie Meest Memorabel: Baroness, Motorpsycho, Om en Neurosis. De vettigste geluidsbrei kwam van Minsk, de guilty pleasure was Cathedral en de titel van vreemdste performer gaat, volledig volgens verwachting, naar Eugene S. Robinson. De drankbekers waren te klein, het eten was te duur (maar lekker), de lichamen getatoeëerd en de sfeer opnieuw aangenaam. Meer dan duizend kilometer gereden op drie dagen, maar het was ’t waard. Na Sonic City in Kortrijk het tweede geslaagde festival op één maand. De grote zomerevenementen kunnen de pot op. Later meer, nu slapen.

EDIT: HIER een poging tot een verslag.

NP: Damien Jurado – rustige boel

Read Full Post »

Ssssshhhhhhtt

’t Is hier rustig geweest de laatste tijd. Reden? Geen idee, al zullen een druk schema (met een vergadering hier, een optreden of verplichting daar), tijdsgebrek, slaapgebrek, goestinggebrek (soms is in de zetel blijven hangen met een boek of een film zo veel aanlokkelijker) er ook voor iets tussen zitten. Het zal er de komende dagen niet op beteren: van donderdag tot zaterdag zit ik op het Roadburn-festival in Tilburg (een pint voor wie me vindt) en zondag en maandag wordt het recupereren en recenseren. Hopelijk tot dinsdag of zo.

Ook: de band is van naam veranderd. We spelen de oude songs niet meer en gaan de koers/aanpak wat wijzigen. Het is de bedoeling dat er na de zomer een nieuw album verschijnt  en dat we voor de zomer nog kunnen uitpakken met een 7″ EP die onze eerste zelfgemaakte opnames bevat. Meer info en een voorbeeld van dat laatste hier.

Read Full Post »

Ook nog meegepikt:

  • 32 Zodiac (David Fincher, 2007). Niet zo opvallend als Se7en of Fight Club, maar toch een film die wat te weinig krediet heeft gekregen… ofwel ben ik een van de weinigen die nog een zwak heeft voor werk dat qua aanpak in de lijn ligt van droge ’70s krakers als All The President’s Men met een omweg via Summer Of Sam. ****
  • 33 Sunshine (Danny Boyle, 2007). Pseudo-filosofische science fiction à la 2001: A Space Odyssey. Het verhaal is wat aan de onnozele kant, maar visueel is het mooi om te zien, plus er lopen een paar goeie acteurs in rond. ***
  • 34 The Mist (Frank Darabont, 2007). Na The Shawshank Redemption en The Green Mile opnieuw een Stephen King-verfilming. De eerste helft was haast lachwekkend onnozel, met debiele effecten en ranzig acteerwerk, maar gaandeweg begon het te werken. Vooral het verrassend misantropische einde is niet te missen. **1/2
  • 35 Eastern Promises (David Cronenberg, 2007). Herbekeken. Ik blijf erbij: zwaar onderschat. ****
  • 36 Tesis (Alejandro Amenabar, 1996). Intussen al hopeloos verouderd en met een low budget-look, maar toch een vrij creatieve en effectieve thriller over geweldobsessie. ***
  • 37 Cloverfield (Matt Reeves, 2008). Een guilty pleasure. Komt wat traag op gang, maar blijft daarna een plezante rit tot het einde. Gebruikt het truukje van The Blair Witch Project en [rec]. Nergens zo goed als die twee, maar door z’n korte duur het bekijken waard. ***
  • 38 Fantastic Four (Tim Story, 2005). Pffff. Dan liever Iron Man of Spider Man 2. *
  • 39 Happy Together (Geoffrey Enthoven, 2008). Het scenario voelt aan alsof het iets was voor een misdaadserie van 50 min, maar het is wel sterk naar Vlaamse normen. Groezelig sfeertje, prima hoofdrolspelers. ***
  • 40 Auto Focus (Paul Schrader 2002). Bij Paul Schrader moet ik denken aan Taxi Driver, Raging Bull en Cat People, en dan is een wat langdradige biopic met de look en feel van een weekendfilm wel wat teleurstellend. **1/2
  • 41 Deliver Us From Evil (Amy Berg, 2006). Onthutsende docu over een pedoschandaal. Een beetje à la Capturing The Friedmans, maar dan met de kerk in de hoofdrol. Vooral de interviews met de naar Ierland verbannen dader Oliver O’Grady zijn memorabel. ****1/2
  • 42 Una Giornata Particolare (Ettore Scola, 1977). Een van de grote ‘duofilms’, samen met Who’s Afraid Of Virginia Woolf? Sofia Loren en Marcello Mastroianni in grote vorm. ****1/2
  • 43 The Incredible Hulk (Louis Leterrier, 2008). Beter dan de voorganger, maar het blijft vooral een CGI-festijn zonder ziel. **
  • 44 Master and Commander: The Far Side Of The World (Peter Weir, 2003). Lang geleden dat ik nog een film had gezien over stoere venten die druk lopen te doen op een schip, maar ik was meteen mee en heel even leek het alsof ik opnieuw naast pa in de zetel naar Mutiny On The Bounty aan ’t kijken was. ***1/2
  • 45 All The President’s Men (Alan J. Pakula, 1976). Beste saaie film van de ’70s! ****1/2
  • 46 Indiana Jones & The Kingdom Of The Crystal Skull (Steven Spielberg, 2008). Bijna bij in slaap gevallen. Was ’t maar gelukt. *1/2
  • 47 Young Frankenstein (Mel Brooks, 1974). In m’n geheugen gegrift als een opeenvolging van lachsalvo’s. Dat was niet meer het geval (terwijl Blazing Saddles beter overeind blijft), maar er zijn wel een paar hilarische momenten (Frau Blücher vs. het gehinnik blijft om te gieren), en die zorgen voor ****
  • 48 Eureka (Nicolas Roeg, 1983). Vreemde, vreemde film. Vreemde verzameling acteurs ook. Gene Hackman, Joe Pesci, Mickey Rourke en Rutger Hauer in één film. Deels filosofische contemplatie, deels psycho-thriller, deels arty wankjob, maar wel intrigerend. ***
  • 49 Chunking Express (Wong Kar-Wai, 1994). Twee losjes met elkaar verbonden verhalen. Prachtige visuele stijl, memorabele dialogen, sterk acteerwerk, alles zit in perfecte harmonie. Een ontdekking. *****
  • 50 Death Sentence (James Wan, 2007). Tja. Zie: The Brave One. *1/2
  • 51 Linkeroever (Pieter Van Hees, 2008). Net als Happy Together doet het on-Vlaams aan. Het einde is wat klungelachtig, maar er zitten een paar geslaagde onheilspellende scènes in en debutante Eline Kuppens domineert het scherm. ***
  • 52 Rendition (Gavin Hood, 2007). Degelijk, degelijk, degelijk. Alles degelijk. Zo degelijk dat het saai wordt. Ik heb steeds minder geduld voor degelijk. **1/2
  • 53 Diary Of The Dead (George Romero, 2007). Ik weet zelfs niet hoe dit een guilty pleasure zou kunnen zijn. Enkele geslaagde special effects, voor de rest een hoop gezever by the book. *1/2

In de muziekafdeling:

  • 54 Work Series: Musician (Daniel Kraus, 2008). Met de Work-reeks wil documentairemaker Kraus een soort van cinema vérité-portretten maken van mensen in een specifiek beroep. Tot nu toe is er al een film over ‘sheriff’, ‘preacher’, ‘professor’ en ‘musician’. Het komt erop neer dat de maker eigenlijk niets meer doet dan registreren hoe mensen werken, hoe ze hun beroep invullen. Voor de musician-film is dat jazzmuzikant Ken Vandermark, een boeiende, onafhankelijke figuur die probeert te leven van radicaal oncommerciële muziek (avant-garde/free jazz). Je ziet hem repeteren, tourschema’s opstellen, bestelwagens in- en uitladen, telefoontjes regelen, optreden, etc. Intrigerend omdat het eens de keerzijde van de medaille laat zien, de dagelijkse praktijk, het wachten, organiseren en werken. Essentiële kost voor fans van de man, maar ook daarbuiten een boeiende kijk  op het beroep en een mooi, puur document. (****)
  • 55 4 Corners: Alive In Lisbon (Clean Feed, 2008). Concertfilm van 4 Corners, een van de talloze projecten van/met Vandermark. Met Magnus Broo (trompet), Adam Lane (bas) en Paal Nilssen-Love (drums) zorgt de man voor een vrij toegankelijke set die schippert tussen free jazz en hardbop en heel wat groovy stukken. Mooi, professioneel in beeld gebracht met meerdere camera’s en met een goede sound, ware het niet dat Vandermark naar de achtergrond verwezen werd. Jammere zaak, aangezien de man zijn basklarinet herhaaldelijk boven haalt en dergelijke passages doorgaans voor vuurwerk zorgen. (****)
  • De DVD die bij Mastodons Crack The Skye zit geeft behoorlijk wat inzicht in de methodes en geflipte concepten van het Amerikaanse metalkwartet.

Series:

  • CSI, Season 6: Blijft vermakelijke kost. Seizoen 6 wordt minder gedomineerd door seizoensoverkoepelende verhaallijnen. In plaats daarvan wel een aantal prima losstaande afleveringen. Bij uitstek een serie om te bekijken als je te mottig bent om een klop uit te voeren en niet wakker genoeg om een boek te lezen. (***1/2)
  • Six Feet Under, Season 5: Laatste seizoen, dat ik helaas pas 2,5 jaar na de andere vier kon kijken. Opnieuw behoorlijk geweldig. Moet wel, als je gefascineerd kan blijven kijken naar het doen en laten van een gallerij irritante, afstotelijke, onnozele, meelijwekkende personages die toch zo herkenbaar in al hun kleinzerige, verwende en verwaande menselijkheid zijn. Hoge emo-factor en toch meeslepend, dat is vrij uniek (ofwel is dat typisch voor mannen, want vrouwen kunnen blijkbaar probleemloos meegrienen met films waarvan ze achteraf beweren dat ze er niets aan vonden). (****1/2)

Tenslotte:

Genoten van De veelvraat Hugo Claus in Het uur van de wolf een paar weken geleden. Ondanks de blinde liefde van heel wat personen uit Claus’ omgeving en schrijvers die hem op een piëdestalleke zetten, blijf ik de figuur van Claus hoogst irritant vinden. Het neemt echter niet weg dat de invalshoek en de uitwerking heel geslaagd was, met de nadruk op zijn veelzijdigheid, zijn zelfmythologisering en eindeloze, als jongensachtige baldadigheid verpakte geëmmer over maskers, liegen en theater spelen.

Ook de moeite: Art For All, een docu over het Britse kunstenaarsduo Gilbert & George, dat de dunne lijn tussen kunst & kitsch, diepgang en kwatsch op virtuoze manier weten te bewandelen.

——————

Verder het voorbije weekend ook twee dagen doorgebracht op het Sonic City festival in Kortrijk en daar een paar keer aangenaam verrast (Subtitle, Earth, 2nd Gen, Charles hayward) en zelfs een paar uitstekende tot spectaculaire optredens gezien (Dälek, Action Beat, Zu, Small Silence). Verslag.

Toch ook even meegeven, met enige vertraging, dat het optreden van de Vandermark 5 in Hasselt een absolute hoogvlieger was. Op ‘The Ladder’ (uit A Discontinuous Line) na, bestond de set volldig uit nieuw materiaal, en dat overtuigde over de volledige lijn. De aanpak is intussen bekend – een constante heen-en-weer-beweging tussen compositie en improvisatie, abstracte passages en harde swing – maar de uitwerking blijft verbazen. Wat een genot om vijf virtuozen aan het werk te zien die op haast telepathische wijze op elkaar inpikken, mekaar nooit voor de voeten lopen en twee volle sets alles geven. “Cadmium Orange” was een bom.

Intussen ben ik ook wel een beetje fan geworden van de Belgische vibrafoniste Els Vandeweyer, die de avond opende, bijgestaan door de ritmesectie + cellist Lonberg-Holm van bovenstaande band. Ik ken niet zo veel jazzvibrafonisten (Lionel Hampton, Bobby Hutcherson, Jason Adasiewicz, en…uh), maar het lijdt geen twijfel dat Vandeweyer een absolute krak is. Haar spel deed eigenlijk wel denken aan Hutchersons spel op die klassieke mid-60s Blue Note-releases, met bakken swing (eerste song), melancholie (tweede) een diverse klankleur en sterke improvisaties. Ook leuk om te zien hoe ze haar volledige lichaam in de strijd wierp tegen zo’n kolos van een instrument.

Ik was graag gaan kijken naar het concert van Marshall Allen in Hasselt deze zaterdag (met projecties van nooit vertoond Sun Ra-materiaal), maar ik vrees dat het er niet van zal komen. Staan wel nog op het programma: Roadburn festival in Tilburg (23-26/4), Peter Brötzmann Chicago Tentet in Antwerpen (27/5, 2e keer dit jaar, yeah), Eugene Robinson (begin mei: Diksmuide of Antwerpen, dat wordt kiezen), Action Beat (6/6 in de DNA, hun set op Sonic City was te goed om dit te missen), en nog een paar dingen die ik nu over ’t hoofd zie.

En verder is ’t vooral uitkijken naar Stolas: The Book Of Angels Vol. 12, de eerste studioplaat van het Masada-kwartet (deze keer aangevuld met Joe Lovano) sinds 1997, en ook Hairy Bones van het Brötzmann-kwartet met Pupillo/Kondo/Nilssen-Love, die een dezer in de bus moet vallen. Verder ook Tentacles, de kersverse full-cd van Crystal Antlers ontvangen, maar die valt bij eerste beluistering precies wat tegen.

Later: boeken, kooktips, politieke actualiteit.

NP: Jake La Botz – Graveyard Jones

Read Full Post »

%d bloggers liken dit: