Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2009

Intussen al oud nieuws, maar de trailer van The Road, de verfilming van de roman van Cormac McCarthy die uitkomt in oktober, is intussen beschikbaar. De reacties her en der zijn vrij positief, maar je kan niet anders dan je oordeel uitstellen. Met zo’n sterrencast en een fors budget zal de film zonder twijfel toegankelijker (minder grimmig) en actiegerichter zijn dan het boek, maar ik hou niet van die al te dramatische geluidseffecten, het sloganeske (“PROTECT – SACRIFICE – KILL“) en het steroïdentoontje. Nu ja, voor ’t zelfde geld blijkt dat de film erg sober gebleven is.

Ook wel opmerkelijk dat meteen wordt meegegeven dat het gaat om een reeks natuurrampen. In de roman is er ook sprake van een met as bedekt landschap en wolken die alle zonlicht tegenhouden, maar de oorzaak (natuurramp of oorlog, al dan niet nucleair) wordt een beetje in het midden gelaten.

NP: Loretta Lynn – Van Lear Rose

Advertenties

Read Full Post »

ellroy

OK, niet bijster spectaculair, maar hey: nog 116 dagen! Ha!

(En een bak Westmalle voor wie me een advance copy kan bezorgen)

NP: Sun Ra – Jazz In Silhouette

Read Full Post »

truegritMet zijn tweede roman True Grit (1968), ging Charles Portis een andere richting uit. Was Norwood nog een karaktergebaseerde, humoristische soep, dan is dit boek veel strakker van opbouw en aanpak. En het is een western, het meest Amerikaanse aller genres. Ooit kon je daar niet mee uitpakken, het was immers iets voor pulpliefhebbers, nostalgici of rechtse geweldfanaten op zoek naar een Dirty Harry tussen de comanches. De laatste tijd lijkt er weer verandering in gekomen met films als 3:10 To Yuma en The Assassination Of Jesse James By The Coward Robert Ford, en natuurlijk de moderne westerns van Cormac McCarthy (Border Trilogy, No Country For Old Men, etc). Hoewel Portis al een reputatie met zich meedroeg en de western al een beetje passé was aan het einde van de jaren zestig, kan je toch moeilijk spreken van een parodie of uitbuiting van het genre. Je zou het zelfs kunnen beschouwen als een ietwat aparte hommage. Dat uitgerekend John Wayne (de über-cowboy) de hoofdrol voor zich nam in de verfilming van Henry Hathaway een jaar later, maakte het plaatje compleet.

In het boek draait het echter allemaal om Mattie Ross, die als bejaarde vertelt hoe ze op haar veertiende de moord op haar vader wist te wreken. Ze roept daarbij de hulp in van de gemeenste marshall die ze kan vinden, Rooster Cogburn, een kerel met ‘true grit’ (kloten als galiameloenen). Samen met hem en een Texas Ranger zet ze de jacht in op de laffe moordenaar, die zich ophoudt tussen een dievenbende in een indianenterritorium. Een avonturenverhaal dus, en bovgendien geschreven met een opmerkelijke klaarheid. Roald Dahl was een grote fan van het boek, niet verwonderlijk door de grote dosis laconieke humor die in het boek terug te vinden is. We zien alles gebeuren door de ogen van een tiener, maar de knipogen zijn duidelijk die van een volwassene. Daardoor komt geweld nooit als een schok, maar wordt het terloops meegegeven (“At the city police station we found two officers but they were having a fast fight and were not avaiable for inquiries”), als iets dat dagelijkse kost is.

Even charmant is de religieuze inslag van Mattie’s verhaal, dat doorspekt is met bijbelse verwijzingen in plechtstatige taal, waardoor het meteen ook doet denken aan het theatrale van Deadwood. Zoals deze opmerking: “(…) it was wrong to charge blame to these pretty beasts who knew neither good nor evil but only innocence. I say that of these ponies. I have known some horses and a good many more pigs who I believed harbored evil intent in their hearts. I will go further and say all cats are wicked, though often useful. Who has not seen Satan in their sly faces?” (p. 19) Je hoort het E.B. Farnum al debiteren. Toch verliest Portis nooit uit het oog dat een western voornamelijk actie-gebaseerd is en de obligatoire shootout is er dan ook eentje die volledig tegemoet komt aan de verwachtingen. Op die manier is True Grit een onweerstaanbare brok pulp met een rebelse toon en combinatie van humor en actie die ook nu nog imponeert. Het is dan ook geen verrassing dat net de Coen Brothers werken een een nieuwe verfilming. (****)

  • Portis, Charles. True Grit. Bloomsbury, London: 2005. 215 pag.

NP: Ralph Carney – I Like You (A Lot)

Read Full Post »

cathedralCathedral (1984) ligt in het verlengde van voorganger What We Talk About What We Talk About Love. De verhalen zijn opnieuw wat meer uitgewerkt; terwijl ze ten tijde van Will You Please Be Quiet Please vaak niet langer dan een pagina of drie-vier waren, zijn ze nu een pak minder compact en voelen ze vaak aan als een aanzet tot een novelle. Opnieuw bewandelt Carver de dunne grens tussen pijnlijke herkenbaarheid en ongemak, met melancholische, soms bijna meditatieve verhalen gedrenkt in subtiele spanning en menselijk drama. “The Compartment”, over een vader die zijn zoon na een breuk van jaren gaat opzoeken in Europa, is er eentje die hier wat vreemd aanvoelt, maar de rest is vintage Carver. “Feathers” haalt zijn aantrekkingskracht uit absurde details, “Where I’m Calling From” zou de ultieme Carver-collectie zijn titel bezorgen en verhalen als “The Bridle” smeken om een kortfilmuitvoering. Goede stuff over de hele lijn, al wordt de bundel gedomineerd door de geweldige hoogtepunten “A Small Good Thing” (de ouders van een verongelukt kind worden gestalkt door een bakker met een taart op overschot) en “Cathedral” (man krijgt te maken met een blinde vriend van zijn partner), die behoren tot de beste kortverhalen die ik ooit las. (*****)

  • Carver, Raymond. Cathedral. Vintage, New York: 1989. 227 pag.

NP: The Dead Kennedys – Plastic Surgery Disasters

Read Full Post »

northlineNick Cave, Henry Rollins, Pete Townshend, Jimmy Buffett, Mark Everett van Eels, Colin Meloy van The Decemberists, Eugene Robinson van Oxbow, Bruce Dickinson van Iron Maiden, David Berman van the Silver Jews, John Darnielle van The Mountain Goats, etc. Er zijn genoeg voorbeelden van rockmuzikanten die zich ook al gewaagd hebben aan het geschreven woord, maar een van degenen die de beide disciplines het best onder de knie heeft, is ongetwijfeld Willy Vlautin. Overdag songschrijver bij americana band Richmond Fontaine (hun The Fitzgerald is een favoriet ten Huize Boleuzia), ’s nachts over de schrijftafel gebogen om te verhalen over de Amerikaanse onderbuik middels het ‘dirty realism’ dat even grote sier maakte in de jaren tachtig.

Vlautin debuteerde al sterk met The Motel Life, een grimmig portret van twee broers voor wie het leven weinig mooie momenten in pacht heeft, en dat doet hij nog eens over met zijn tweede, al even geslaagde roman, Northline. Hier is geen sprake van excentrieke verhaallijnen, filosofische inzichten en mooischrijverij. Vlautin schrijft over de werkende klasse, over de mensen die we eerder al zagen passeren bij John Steinbeck, Richard Ford en Raymond Carver. Hij schrijft over volk dat met moeite de eindjes aan elkaar kan knopen, steeds opnieuw het gevecht met de fles aangaat, zich verraden voelt door regering en medemens en dieptepunt aan dieptepunt rijgt in een leven dat aanvoelt als een lange, deprimerende trip door het voorgeborgte, voor de gelegendheid gesitueerd in Nevada.

Northline zal voor sommigen wat verlammend zijn met al dat monotone fatalisme, maar dan ga je voorbij aan de zorgvuldig uitgewerkte personages, het sterke gevoel voor realistische dialogen en de spaarzaam uitgebouwde verhaallijnen. Deze keer volgt Vlautin Allison Johnson, een dienster met een drankprobleem die haar gewelddadige, racistische vriend in Las Vegas ontvlucht om een nieuw leven te beginnen in Reno. Dat gebeurt met vallen en opstaan – ze heeft vooral talent voor comazuipen en mislukte zelfdmoordpogingen -, maar er is de intentie en een kleurrijke gallerij nevenpersonages die al even gehavend uit het leven komen.

Het is een deprimerend zootje, met dat gezuip, het seksueel misbruik, mutilatie en vernederingen, al gunt Vlautin zijn protagoniste ook een beetje hoop op een beter leven (aan het eind evan het boek daadwerkelijk een vage mogelijkheid) en ingebeelde gesprekken met haar held, Paul Newman, die aandoenlijk zijn in hun confronterende rauwheid. Northline is een zware, emotionele oplawaai, eerlijk en hard en toch vol mededogen, en een tweede argument voor de overtuiging dat Vlautin er ooit nog een meesterwerk uit gaat persen. Het stadium van de-muzikant-die-ook-een-boek-schreef is ruimschoots overstegen. (****)

(De editie die ik las bevatte ook een CD met een instrumentale soundtrack bij het boek. De muziek ligt in het verlengde van de alt. country van Richmond Fontaine en is goed genoeg om wat extra moeite voor te doen)

  • Vlautin, Willy. Northline. Faber & Faber, London: 2008. 192 pag.

NP: Mostly Other People Do The Killing – This Is Our Moosic

Read Full Post »

inbetweenthesheets“Eaters of asparagus know the scent it lends the urine. It has been described as reptilian, or as a repulsive inorganic stench, or again as a sharp, womanly odour… exciting. Certainly it suggests sexual activity of some kind between exotic creatures, perhaps from  a distant land, another planet. This unworldly smell is a matter for poets and I challenge them to face their responsibilities.”*(p. 19) Weinig dingen geven zo’n onbestemd gevoel als een fikse dosis toeval. Je keert net terug van de WC, waar je haast vloekend achterover viel van je eigen doordringende urinestank na het eten van asperges, je gaat vervolgens in de zetel zitten om te beginnen aan “Reflections Of A Kept Ape”, het tweede verhaal uit de bundel In Between The Sheets van Ian McEwan, en wordt meteen geconfronteerd met bovenstaande passage. Een half uur later sla je een achtergelaten exemplaar van Culinaire Ambiance (don’t ask) open, waarin Dirk De prins, Mr. Wicked Ponytail Himself, een eindje weg zit te lullen over het sensuele aspect van asperges. Fucking hell!

Voor de rest eigenlijk niet zo veel te melden over In Between The Sheets (1978), behalve dat het al bij al een lichte teleurstelling vormde. Ook eens rondgekeken naar de (zoals steeds erg bevlogen) reader comments op Amazon en Goodreads, waar ook blijkt dat het boek doorgaans niet zo enthousiast onthaald werd. Misschien niet zo verwonderlijk, aangezien Atonement en On Chesil Beach, als ik het goed begrepen heb, romans zijn van een ander kaliber, met andere thema’s en sfeertjes als The Comfort Of Strangers en The Cement Garden, toch redelijk donkere, perverse en soms macabere boekjes die de menselijke soort niet bepaald in een mooi daglicht plaatsen. Ook in deze verhalenbundel valt er weinig levensvreugde en ‘normaal’ gedrag te bespeuren. Helaas levert het niet altijd even geslaagde verhalen op.

“Reflections Of A Kept Ape”, een verhaal over een ontbindende liefdesrelatie tussen een vrouw en een aap, verteld door de aap, bewandelt de fijne grens tussen het perverse en het absurde met verve. Memorabele passages volgen o.m. als de aap vertelt over zijn introductie tot de menselijke seksualiteit: “Our first ‘time’ (…) was a little dogged by misunderstanding largely due to my assumption that we were to proceed a posteriori. That matter was soon resolved and we adopted Sally Klee’s unique ‘face to face’, an arrangement I found at first, as I tried to convey to my lover, too fraught with communication, a little too ‘intellectual’.” (p.26)

Seksuele verhoudingen en spanning zijn een constante in de verhalen: zo krijgt de man die er in “Pornography” twee vriendinnen op nahoudt af te rekenen met de sadistische wraak van de twee, gaat de protagonist van “Dead As They Come” een relatie aan met een wel heel erg aparte vrouw en hangt in het titelverhaal een ongemakkelijke sfeer uit schrik voor pedofielie en ongewenst lesbianisme. Die verhalen werken doorgaans prima, wat niet gezegd kan worden van de overige: het tweeledige “Two Fragments: Saturday and Sunday, March 199-” is een soort update van het dystopische van 1984, maar leidt nergens toe, “To And Fro” bezwijkt onder z’n stuurloze experimenteerdrift (ik begreep er werkelijk geen bal van) en afsluiter “Psychopolis” laat een toepasselijke, maar niettemin ongewenste, weeë smaak na in de mond.

In Between The Sheets verdient vast een plaatsje in de ontaarde harten van de echte McEwan-liefhebbers, maar hier viel vooral op dat een van de grootste krachten van vroege romans als The Cement Garden en The Comfort Of Strangers, nl. de consistente sfeer en stilistische klasse, slechts ten dele terug te vinden is in deze kortverhalen-met-twist. (**1/2)

(* Als ik een beetje heb opgelet, dan zijn er in 6 van de 7 verhalen verwijzingen naar urine(ren) die het beschrijven van eenvoudige vochtafdrijving overschrijden. Ian ‘Piss Off!’ McEwan, dus.)

  • McEwan, Ian. In Between The Sheets. Vintage, London: 1997. 134 pag.

NP: They Might Be Giants – Lincoln

Read Full Post »

whatswrongwithamericaAls Vidal, Pynchon en Vonnegut samen een roman zouden schrijven, en het vervolgens een beetje zouden stroomlijnen, zodat het ook hapklaar is voor de lezer die niet al te veel tijd en energie wil investeren in een ondoordringbare postmoderne warboel, dan zou het resultaat op What’s Wrong With America (1994) kunnen lijken. Het boek is tegelijkertijd een komedie en een familiedrama, vol zwarte humor en verwijzingen naar popcultuur, maar anderzijds mikt het ook op een grote boodschap, wil het iets weergeven over mens en maatschappij. Een tijdlang lijkt het daar goed in te slagen, maar na een tijd wordt duidelijk dat het bovenal erg op de oppervlakte blijft.

Emma O’Hallahan (69) schiet haar man dood nadat die haar decennia lang de oren van de kop gezaagd heeft. Hij was een zelfingenomen cultuurpessimist en doemdenker die het falen van de moderne Amerikaanse maatschappij wijt aan de invloed van de Russen, de Joden en ‘de gekleurden’. Maar vooral de Russen. Emma schiet hem door het hoofd en begint een dagboek dat bestemd is voor haar nageslacht. Ze vertelt hoe ze de dagen slijt met het drinken van brandy, bekijken van tv-programma’s, het rotzooien met de wapencollectie van manlief en het poneren van wat willekeurige filosofische, economische en politieke observaties. Ze wordt niet ongemoeid gelaten door een nieuwsgierige buurvrouw en een goedbedoelende wijkagent die steevast broodjes komt eten, maar hier heeft ze wel een oplossing voor.

Het relaas van de vrouw krijgt steeds minder samenhang en er wordt steeds sterker gesuggereerd dat haar verhaal niet helemaal overeen komt met de werkelijke feiten. Intussen krijg je als lezer een heleboel antwoorden op de vraag what’s wrong with America?, maar het zijn vooral dingen die het clichématige amper overstijgen: de wapen- en geweldobsessie, nietszeggende soaps, gebroken families, consumptiedrift, self-improvement cursussen en andere new age onzin. Bradfield heeft eigenlijk niet zo heel veel te vertellen, al wordt dat gelukkig gecompenseerd door heel wat hilarische passages en dialogen. (***)

  • Bradfield, Scott. What’s Wrong With America. Picador, London: 1995. 196 pag.

NP: Sunn O))) – Monoliths & Dimensions

Read Full Post »

Older Posts »

%d bloggers liken dit: