Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2009

affiche

JH De Kick = Weg naar As 61, Maaseik.

NP: Pere Ubu – Why I Hate Women

Advertenties

Read Full Post »

twbb

Omdat het al anderhalve maand geleden is. In die tijd schrijft Paul Baeten Gronda een half boek of zo. Mad Men Season 2 was dé kijkervaring van de zomer, maar er viel nog fraais te bewonderen. On y va:

  • Crank (Mark Neveldine & Brian Taylor, 2006). Beetje vergelijkbaar met de gemiddelde Vlaamse rockster: stijf van de coke, in handen van goeie marketeers, veel flash en geen kloot te vertellen. Maar die hersenloze manie is net ook de film z’n troef. Crank zorgt met z’n opgejutte snelheid, zelfrelativerende humor en over the top shoot-outs à la Shoot ‘em Up dat het al net zo’n guilty pleasure is als Doomsday. (***)
  • When The Levees Broke: A Requiem In Four Acts (Spike Lee, 2006). Monumentaal project van Spike Lee, die ermee wil laten zien wat een humanitair fiasco Hurricane Katrina met zich meebracht. Het is Spike Lee, en natuurlijk weet je dan dat er met de vinger gewezen gaat worden, en ook naar wie, maar dit blijft toch een schrijnende documentaire die moeiteloos meer dan vijf uur (!) weet te boeien. Het intrigerende is dat de insteek niet direct van Lee komt: er is geen flauwe voice-over, geen vertelstructuur die aangepast wordt aan verwijtende argumenten, etc. In plaats daarvan wordt het hele verhaal verteld door de mensen wiens verhaal het meest relevant is: de betrokkenen, de inwoners van New Orleans en omstreken, zij die hebben, houden en vaak ook naasten kwijtraakten. Het loopt grotendeels chronologisch, van de alarmerende weersvoorspellingen tot de voorbereidingen en evacuatie. Natuurlijk liep het daar al snel mis: de toestand werd niet ernstig genoeg genomen, te veel mensen hadden niet de tijd, de mogelijkheid of de middelen om de stad te ontvluchten. Sommigen waren ook te koppig. Uiteindelijk kwam het er op neer dat de stad de kracht van de orkaan had kunnen overleven. Datzelfde kon niet gezegd worden van de dijken, die van inferieure kwaliteit waren en ervoor zorgden dat ze stad in geen tijd onder water stond. Veel tijd wordt gespendeerd aan de diensten die normaal zorgen voor de bouwwerken en de gevolgen die de krakkemikkige structuur van de dijken voor de inwoners had. Meest ophefmakend van al was natuurlijk het feit dat het dagen duurde voor er van overheidswege ingegrepen werd. Bush en zijn kabinet leken de ernst van de situatie pas te begrijpen toen het al veel te laat was en inwoners het al begeven hadden in de hete temperatuur, zonder medische aandacht en andere voorzieningen. Opnieuw pijnlijk om vast te stellen dat de grootste, machtigste natie tere wereld, een player die een budget spendeert aan militaire rotzooi dat volstaat om een half continent van alle noodzakelijke middelen te voorzien, niet het benul heeft om in te grijpen als zijn eigen burgers liggen te verzuipen, geen plan heeft voor noodsituaties in eigen land. Het is op dat moment dat When The Levees Broke zijn meest verontwaardigde posities inneemt, en de inwoners, gaande van muzikanten, lokale politici, brandweerlieden en gewone burgers, kunnen dan ook niet geloven dat deze gigantische fuck up had kunnen gebeuren in hun natie. Families werden (letterlijk en figuurlijk) uit elkaar gerukt, gedeporteerd naar andere staten en aan hun lot overgelaten. Deprimerende kost, maar tegelijkertijd ook een bemoedigend document dat veel mooie, kleine verhalen te bieden heeft, van loyaliteit, onbaatzuchtigheid en verenigdheid, de menselijke wil om zich een weg te banen uit de misère. Met dank aan Batarang. (****1/2)
  • The Sin Eater (Brian Helgeland, 2003). Ook bekend als The Order in sommige contreien. Gaat lopen met de titel van slechtste, meest overbodige film die ik dit jaar zag. Suf verhaal, amateuristisch acteerwerk, visueel flauw. Slaapverwekkende brol. Niet te geloven dat dit kwam van de scenarist van LA Confidential. (1/2)
  • The Painted Veil (John Curran, 2006). W.S. Maugham-verfilming met Edward Norton en Naomi Watts. Beide acteurs doen uitstekend hun best en vooral Watts maakt opnieuw indruk. (***1/2)
  • The Dam Busters (Michael Anderson, 1955). Leutige oorlogsfilm over een geleerde die een plan bedenkt om de Nazi’s een loer te draaien door hun stuwdammen met een nieuwe techniek te bombarderen. Boeiend om verschillende extra redenen: 1) het laatste half uur van de film (de bombardementen) zouden van rechtstreekse invloed geweest zijn op het einde van de eerste Star Wars (als ze die metalen bol vaneen blazen, etc; 2) er staat naar verluidt een remake aan te komen van Peter Jackson (en u hoopt natuurlijk met mij dat die beter is dan zijn veel te lange King Kong,) en, meest opmerkelijk: 3) er loopt een hond rond die Nigger heet. U leest dat goed. (***1/2)
  • Such Hawks, Such Hounds (Jessica Hundley & John Srebalus, 2008). Bij mijn weten de eerste ‘serieuze’ poging om een documentaire over doom(metal), stonerrock en heavy psychedelica te maken. Maakt een beetje een overbodige omweg via veertig jaar hardrock/metal-geschiedenis, door vooral bands erbij te slepen die in de underground verkeerden, maar wel cultfavorieten werden; Pentagram, Groundhogs, Saint Vitus, The Obsessed, het zijn allemaal bands die een essentiële rol speelden in het ontstaan en de evolutie van enkele nauw verwante genres. Uiteindelijk gaat het echter om een exploratie van de hedendaagse scènes, waarbij enkele bands/artiesten meer belicht worden, zoals Comets On Fire, Wino, Sleep, High On Fire, Nebula, Dead Meadow, Sunn 0)), Om, etc. Het gaat over het belang van artwork, de concerten, drugs, sound, kleinschaligheid, nostalgie, etc… Er komen heel wat relevante betrokkenen aan het woord (Brant Bjok, Scott Reeder, Matt Pike, Greg Anderson, Joe Preston, etc) en het is goed om te zien dat enkele halfvergeten bands eindelijk het krediet krijgen dat ze verdienen (Fatso Jetson). Je kan zitten klagen over het feit dat er met bijna geen woord gerept wordt over Queens Of The Stone Age of The Melvins, maar het is duidelijk van het begin dat het vooral de underground wil belichten. Deze bands en muzikanten zijn iconisch binnen het genre, maar uiteindelijk spelen de meesten van hen nog steeds in kleine clubs. Tenzij Roadburn zich weer aandient, natuurlijk. Van Roadburn gesproken: Goatsnake doet een reunie,  en ik ben er blij om.  (****)
  • Alfie (Lewis Gilbert, 1966). Klassieker van de Britse cinema, die de tand des tijds niet al te best doorstaan heeft. Hier en daar wat gewaagde grapjes en Michael Caine is bij momenten echt geweldig, maar het is ook allemaal zo statisch en stijf dat het aanvoelt alsof je naar en toneelstuk zit te kijken. En toneel, da’s natuurlijk voor mietjes. *wink* (***1/2)
  • Fargo (Joel Coen, 1996). Nog eens gekeken. Funny stuff, yah! (****1/2)
  • Ed Wood (Tim Burton, 1994). Ongetwijfeld het hoogtepunt uit het oeuvre van Tim Burton en waarschijnlijk een van m’n favoriete films van de voorbije twintig jaar: grappig, creatief, visueel aantrekkelijk, met gewéldig acteerwerk van Johnny Depp en Martin Landau en, belangrijk, very quotable. (*****) Dit is slechts een van de vele onvergetelijke scènes:
  • Carlito’s Way (Brian De Palma, 1993). Op elk vlak de meerdere van Scarface, met uitzondering van de overacting. De Palma slaagt er maar niet in om een relatie vlees en bloed tussen man en vrouw op het scherm te krijgen, maar het verhaal wordt verteld met zo veel flair (grotendeels natuurlijk dankzij de vrij ingehouden, klasserijke performance van Al Pacino) en zoveel visuele extravaganza (dat laatste half uur!) dat je niet anders kan dan bewonderen. (****1/2)
  • Kes (Ken Loach, 1970). Vroege film van de gelauwerde Britse moralist. Eenvoudige film, overduidelijk gemaakt met een minuscuul budget en met amateur-acteurs, maar zo effectief als maar kan. Vergeet Billy Elliott. Weemoedig, pijnlijk en charmant en een pareltje van de sociaal-realistische cinema. (****1/2)
  • Missing In Action (Joseph Zito, 1984). Yep, de film met Chuck Norris, de Amerikaanse Freddy De Kerpel, die als stoere militair Braddock (hey!) een groepje vergeten soldaten gaat bevrijden uit een of ander kamp in Zuidoost-Azië. Slechte muziek, slecht geacteerd, lullig verhaal, ongeloofwaardige explosies, standaard B-film camerawerk. The works! Misschien zelfs slechter dan Rambo II. (*1/2)
  • David Murray – I’m A Jazzman (Jacques Goldstein, 2008). Documentaire over de man die in de Penguin Guide to Jazz nog de belangrijkst saxofonist van zijn generatie genoemd werd. Ik kan alleszins het machtige drieluik Ming / Home / Murray’s Steps aanbevelen: intense, passionele, woelige jazz die beweegt tussen de swing van Ellington, de broeierige structuren van Mingus en de free jazz van anderhalf decennium ervoor. Sindsdien is er een en ander gebeurd, heeft Murray in Europa gewoond en is hij een ware wereldburger geworden, die de wereld rondreist om culturen te absorberen in een poging om meer begrip te krijgen over zijn identiteit als zwarte Amerikaan. De livebeelden zijn stuik voor stuk de moeite – vooral de scènes met Milford Graves in zijn jonge jaren (die vurigheid!) en zijn spel in een afrikaanse funkband die ronduit verschroeiend uithaalt, maar de interviews vormen geen coherent verhaal, zijn vaak te algemeen, blijven op de vlakte en geven weinig inzicht in de motieven van de man. Een aanrader voor de fans, maar ook een gemiste kans. (***)
  • The Sting (George Roy Hill, 1973). Al geleden sinds mijn kindertijd, en toch kon ik me naast de muziek (Scott Joplins rags) ook nog heel wat herinneren. Steeds een goed teken. Entertainend van de eerste tot de laatse minuut. (****)
  • Milk (Gus Van Sant, 2008). Opmerkelijk conventionele biopic die het experimentele randje van Van Sants vorige films volledig mist. Gelukkig is er de performance van Sean Penn, die kameleongewijs weer een totaal ander figuurtje neerzet. Indrukwekkend om te zien wat hij doet met intonatie, energie en tics. Het is een grote performance. (***1/2)
  • There Will Be Blood (Paul Thomas Anderson, 2007). Machtig epos met een trager ritme en een meer sobere stijl dan ’s mans meesterwerken Boogie Nights en Magnolia, maar met al even veel klasse. Meeslepend is het kernwood, zowel visueel als qua verhaal en vertolkingen. Daniel Day Lewis is waanzinnig intens als bezeten oliebaron die in predikant Paul Dano zijn tegenstander vindt. Een onvergetelijke film over ambitie, eenzaamheid, misantropie, fanatisme en gulzigheid, met bijna Bijbelse proporties en opnieuw een paar vijfsterrenoneliners. I DRINK YOUR MILKSHAKE! is er slechts een van. (*****)
  • In the Mood For Love (Wong Kar Wai, 2000). Totaal andere kost, drijvend op subtiele hints, weemoedige beelden en voorzichtig sensuele muziek van Nat King Cole. Esthetisch sterk gestileerd en vol nostalgie die vast ook zal aanslaan bij al die fragiele Murakami-liefhebbers. (****)
  • Teeth (Michael Lichtenstein, 2007). Boeiend concept, die vagina dentata, en het leidt onvermijdelijk tot enkele wansmakelijke scènes, o.m. bij de gynaecoloog (“I ain’t gonna bite”) en enkele bloederige vrijpartijen. Heeft qua stijl vooral veel weg van de tienergriezelprenten die mega waren aan het einde van de 90’s, maar weet zich toch te onderscheiden door een aantal onweerstaanbare grappen. (**1/2)
  • Quantum Of Solace (Marc Foster, 2008). De actie is nog geconcentreerder dan in Casino Royale en de film oogt nog geschifter. Hypernerveuze, naar adrenaline stinkende prent met een adembenemend eerste kwartier en overdonderende scènes die keer op keer flirten met de chaos. Daniel Craig ziet er belabberd uit, vindt het toch niet nodig om te slapen en te eten en mag wat coole wisecracks uit z’n mouw schudden, en hij geraakt er mee weg ook. Verstand op nul (want dat verhaal, daar raakt geen mens wijzer uit) en vlammen maar. (***)

NP: Dinosaur Jr. – Beyond

Read Full Post »

Gisteren naar de free jazz/improv van het Herb Robertson Macroquarktet gaan kijken in De Werf (Brugge). Ongetwijfeld een te hoog plinkeplonke-gehalte voor de fans van het traditionele werk, maar de grilligheid werd gelukkig gecompenseerd door humor, zelfrelativering en mooie interactie. Zonder dat had het misschien te dicht bij de Britse free improv gezeten die me doorgaans net iets té abstract is. Verslagje hier

Ter plekke ook nog wat gepalaverd met enkele sleutelsupporters van de free jazz in België (de ene door een gerenommeerde blog, de andere door een online shop gespecialiseerd in de muziek). ’t Is een kleine wereldje, maar de passie is groot.

Volgende week: Pere Ubu (dinsdag), William Elliott Whitmore (vrijdag) en Kinky Friedman (Bill Clintons favoriete schrijver! Zondag! In Eeklo!). En ook nog gaan werken, als ’t even kan. En lezen. Doodverf van Van der Heijden momenteel. Vreemd boek: herkauwt grote lappen uit De Tandeloze Tijd (overbodig voor de fans), maar onthult te weing voor nieuwkomers. Gelukkig is er die expansieve taalrijkheid.

Nog steeds aan het kijken naar het eerste seizoen van Green Wing. Ik kan me niet herinneren hoe lang het geleden is dat ik nog zo hard gelachen heb met een komische serie. Van de makers van het over het paard getilde Smack The Pony. Die laatste serie vond ik allesbehalve de moeite, de reden waarom ik de Green Wing-boot zo lang heb afgehouden. Onterecht dus.

De plaat van Shrinebuilder is anders dan verwacht (iets wat ik nog niet krijg uitgelegd), de nieuwe Om heeft precies weinig toe te voegen aan zijn voorgangers (dat lijkt ook niet de bedoeling) en hetzelfde geldt een beetje voor Black Cobra, niettemin nog steeds het meest verpletterende lawaaiduo van de planeet.

Aankoop van het jaar is nog steeds de Live In Vilnius 2LP van het David S. Ware Quartet.

liveinvilnius

NP: Om – God Is Good

Read Full Post »

coltrane

John Coltrane (1926-1967) zou vandaag 83 geworden zijn, als leverkanker en een jarenlange heroïneverslaving daar geen stokje voor hadden gestoken. Coltrane is voor mij waarschijnlijk de muzikant van de 20e eeuw. Zijn nalatenschap, vooral bij elkaar gespeeld in de laatste tien jaar van zijn leven, is van een ongekende rijkheid. Was Blue Train, vermoedelijk zijn bekendste plaat (met alleszins de meest iconische hoes) al een prima start (en misschien een fijne, maar minder representatieve introductie tot ’s mans werk), dan zou hij voor Atlantic (1960-’61) en Impulse! (1961-1967) albums uitbrengen die jazz voor eens en altijd zouden veranderen. Giant Steps, My Favorite Things, Olé, Live At The Village Vanguard, A Love Supreme, Ascension, Medititations, etc; stuk voor stuk essentiële platen die niet enkel opvallen door innovatieve structuren en virtuoos spel, maar ook de klassieke Coltrane-spirit, die muzikanten tot op de dag van vandaag inspireert. Bovenal zijn het de intensiteit, focus en muzikale en spirituele exploraties die centraal staan. Op zoek naar heavy muziek? Confrontatie? Muziek die tot op het bot gaat? Coltrane is de definitie van heavy. Het is geen achtergrondmuziek. Het mag geen verrassing zijn dat ik Coltrane destijds leerde kennen via punkrockers als Mike Watt en Henry Rollins. Vaak taai, het vergt een inspanning, maar je kan toch niet altijd naar Fleet Foxes en Chet Baker Sings blijven luisteren (schone muziek, daar niet van)? Soms wil een mens (al spreek ik voor mezelf) nu eenmaal muziek en expressie die adjectieven als ‘mooi’, ‘aardig’ en ‘classy’ overstijgt. Het net staat vol met lofbetuigingen, ik zal geen nieuwe dingen vertellen. Maar wie weet is er iemand die de muziek nog wil/moet ontdekken. Ik ben jaloers. Voor het eerst achterover gepleurd worden door zijn muziek is een geweldig gevoel.

Vanavond zorgt de Brusselse AB voor een hommage met Facing East: The Music Of John Coltrane By José James & Jef Neve, voorafgegaan door een vertoning van de documentaire The World According To John Coltrane (Toby Byron & Robert Palmer, 1990). James wordt door sommige jazzfans (de échte) afgedaan als een lichtgewicht, een popjazzkweler met meer ambitie dan talent. Vermoedelijk zijn het dezelfde mensen die ook beweren dat echte jazz gestorven is rond 1960. Ik ga toch kijken.

Line-up:
José James – vocals
Jef Neve – piano
Michael Campagna – tenor sax
Neville Malcolm – bass
Richard Spaven – drums

Film: 19u, concert: 20.30u.

EDIT: Poging tot verslag: ici

NP: William Parker – Sound Unity

Read Full Post »

NP: Motorpsycho – Child Of The Future

Read Full Post »

The following items have been shipped to you by Amazon.com:

————————————–
Qty                           Item    Price         Shipped Subtotal———————————————————————
Amazon.com items (Sold by Amazon.com, LLC):

1                Blood’s A Rover   $17.37               1   $17.37

Shipped via Standard Int’l  Shipping

———————————————————————
Item Subtotal:     $17.37
Shipping  and handling:      $7.98

Pre-order Guarantee:      $0.00

Total:     $25.35

Paid by Visa:     $25.35

——————————————————————–

Our Pre-order Price Guarantee covers one or more item(s) in this order. If
the Amazon.com price decreases between the time you place your order and
the end of the day of the release date, you’ll receive the lowest price.

This shipment was sent to:

Guy Peters
Karmelietenstraat 32
Geraardsbergen,  9500
Belgium

via Standard Int’l  Shipping (estimated delivery date: November  3, 2009).

——————-
3 november? Godmiljaar!
NP: Mark Lanegan – I’ll Take Care Of You

Read Full Post »

Soms zijn er tientallen beluisteringen voor nodig.

Soms maar één.

Read Full Post »

Older Posts »

%d bloggers liken dit: