Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2010

In juli eindelijk nog eens de tijd gevonden (en intussen al weer kwijtgespeeld) om te lezen, en enkele fijne werken tegengekomen:

  • Michael Connelly – The Brass Verdict (2008). Legal thriller, onverwacht goed. (****)(46)
  • Edward P. Jones – The Known World (2003) Herlezen. De opvolger van Toni Morrison.  (****1/2)(47)
  • Dimitri Verhulst – De verveling van de keeper (2002). Matig romannetje over Zarcko Vandergeneugten, beste keeper aller tijden. (**1/2)(48)
  • Sam Savage – Firmin: Adventures Of A Metropolitan Lowlife (2006). Het verhaal van een muis. Geen Stuart Little. (****)(49)
  • Dimitri Verhulst – Mevrouw Verona daalt de heuvel af. (2006). Voelt aan als poëzie, met voorsprong z’n beste. (****)(50)
  • John Wray – Lowboy (2009). Don’t believe the hype. Niet slecht, niet opmerkelijk. (***)(51)
  • Phil Freeman – New York Is Now!: The New Wave Of Free Jazz (2001). Vurig en vooringenomen pleidooi, maar een must voor de liefhebber. (***1/2)(52)
  • Geraldine Brooks – March (2005). Burgeroorlog, slavernij. Beetje wollig. (***)(53)
  • Xiaolu Guo – UFO In Her Eyes (2009). Excentriek, leuke lay-out & oppervlakkig. (**)(54)
  • Mark Billingham – Sleepyhead (2001). Sterk thrillerdebuut van komiek. (****)(55)

NP: Chrome Hoof – Crush Depth

Advertenties

Read Full Post »

  • The Hunted (William Friedkin, 2003). Deprimerend ongeïnspireerde draak van een film, van de hand van een regisseur die tekende voor twee van de coolste films uit de jaren zeventig (The French Connection en The Exorcist). Saai verhaal, voorspelbaar, formule-actie en Tommy Lee Jones en Benicio Del Toro krijgen het zootje niet gered. (*1/2)(100)
  • In The Electric Mist (Bertrand Tavernier, 2009). Verfilming van het boek van James Lee Burke. De Bayou-sfeer en het koortsige van het boek zijn intact gebleven, terwijl Tommy Lee Jones de geknipte man voor de rol is. En toch blijft er weinig van hangen. (***)(101)
  • The Royal Tenenbaums (Wes Anderson, 2001). Dit zou een meesterwerk zijn. Ik begrijp alleszins waar de lof vandaan komt. Het ziet er allemaal erg charmant-excentriek uit en de humor is ook apart, maar na drie kwartier begint het z’n frisheid stilaan wel te verliezen. (***)(102)
  • The King Of Comedy (Martin Scorsese, 1983). Intussen was het al jaren geleden dat ik deze nog gezien had. Ik blijf erbij dat het, misschien na After Hours, de meest onderschatte film van de regisseur is. De Niro is werkelijk enorm op dreef en er zit zo goed als geen vet aan de film. (****)(103)
  • March Of The Penguins (Luc Jacquet, 2005). Een absolute must voor National Geographic-fans, deze docu over de jaarlijkse bedevaart van de keizerpinguïn. Mooie beelden, goeie constructie en nu en dan milde humor via verteller Morgan Freeman. (***1/2)(104)
  • [rec]² (Jaume Balaguero & Paco Plaza, 2009). Het is niet bijzonder cool om horrorfilms goed te vinden, en al helemaal niet om te dwepen met sequels, maar dit filmpje hoeft amper onder te doen voor z’n voorganger. Hetzelfde stramien wordt gevolgd – een en al claustrofobie met hier en daar een scheut gore en humor -, en het werkt 75 minuten lang uitstekend. Ik wou dat ik dit had kunnen zien als tiener. (****)(105)
  • American Teen (Nanette Burstein, 2008). Door sommigen bejubelde semi-documentaire over een aantal high school students die zich klaarmaken voor graduation. Maakt vooral gebruik van enkele stereotypes (de nerd, de atleet, het arty trutje, etc) en lijkt hier en daar oprechtheid te missen, maar het is zeker de moeite, al is het maar omwille van de talrijke momenten vol plaatsvervangende schaamte. Tieners denken werkelijk allemaal dat de wereld rond hun reet draait, en dat levert gegarandeerd werelddrama’s op. (***1/2)(106)
  • Dead Snow (Tommy Wirkola, 2009). Oorspronkelijk Død Snø, en dat is een titel die geweldig bekt. Maar niet half zo excentriek als het verhaal: een stel twintigers wordt in een afgelegen, ondergesneeuwd stuk van Noorwegen aangevallen door Nazizombies. Uhuh. Komt wat traag op gang, maar belandt uiteindelijk in een soort Braindead-scenario, met in het rond spattend bloed en afgerukte ledematen à volonté. Vermakelijk. (***1/2)(107)
  • Trouble The Water (Tia Lessin & Carl Deal, 2008). Documentaire over Hurricane Katrina die mooi aansluit bij Spike Lee’s When The Levees Broke. Aan de hand van hoe een koppel de ramp beleefde én filmde wordt een en ander verteld over rassenrelaties, de Amerikaanse geest, etc. Indringend, terecht bekroond met een van de hoogste prijzen tijdens het  befaamde Sundance-festival. (****)(108)
  • Equilibrium (Kurt Wimmer, 2002). Een film die meteen in het DVD-ciruit belandde. En eigenlijk valt dat wel te begrijpen, want het voelt regelmatig aan als een poor man’s The Matrix, terwijl het budget ook niet groot genoeg was om te zorgen voor betere special effects en decors. Nochtans best leuktige onzin. (**1/2)(109)
  • Blood Creek (Joel Schumacher, 2009). Goed gemaakt, maar zo saai als een patat. Geen idee waarom een talent als Michael Fassbender meewerkt aan dit soort projecten. Dan was Eden Lake tenminste nog effectief. (**)(110)
  • Inception (Christopher Nolan, 2010). Mja, toch wel de mindfuck van het jaar, deze hypergechargeerde, uit z’n voegen barstende sci-fi. Visueel totaal overrompelend en 140 minuten lang een bombastische beelden- en ideeënbarrage waarbij je hoofd begint te tollen (echt geen film om een stel kleine kinderen mee naartoe te nemen, zoals er gisteren wel een paar deden). Haast fysieke ervaring met minstens om het kwartier een what the fuck?-moment. Wat The Matrix een decennium geleden deed – de regels van het genre herschrijven en de lat een serieus pak hoger leggen – doet Inception nu ook, en dat zonder er ook meer sleet komt op het verschroeiende tempo. Die visuele overdondering is misschien ook wel het grootste nadeel van de film, want het gunt je gewoonweg niet de tijd om na te denken en na te gaan of er wel iets te voelen valt bij het verhaal (met z’n bedenkingen over verlies, droom vs. realiteit en herinneringen) en de personages. (****1/2)(111)

NP: Eli “Paperboy” Reed – Come And Get It

Read Full Post »

Vandaag nog eens gebruik gemaakt van de online diensten van de Hoofdstedelijke Openbare Bibliotheek. Eigenlijk best een handig dienstenpakket: je kan online boeken reserveren en aankoopsuggesties doen, maar ook – en dat is eigenlijk nog wat nuttiger -, zelf je gegevens aanpassen en uitgeleende boeken verlengen (zolang de oorspronkelijke uitleentermijn nog niet verstreken is). Ik heb een paar keer gebruik gemaakt van die laatste mogelijkheid, ideaal als je geen gaatje vindt om je naar de bib de begeven, maar even vaak vergeet ik het. En dat laat zo’n online-applicatie ook zien.

Hierboven de uitleengeschiedenis, die bijhoudt wat ik mee naar huis heb gesleept in de voorbije negen jaar. Ik was in de jaren negentig ook al lid, maar tussen de studies in Leuven en de verhuis naar Brussel zit er een leegte van een paar jaar. Wat er uit valt af te leiden:

1. Ik ben ongeduldig en heb geen werken echt nodig om te kunnen zwoegen en prutsen aan een wetenschappelijk werk of breed opgezette historische roman. Ik heb geen enkele reservatie gedaan. Alhoewel, ik kan me herinneren dat ik het eens heb gedaan, maar snel weer geannuleerd heb. Dat duurt te lang. Als ik naar de bibliotheek (of de boeken- of platenwinkel) ga, dan is dat doorgaans immers als het me past. Ik bekijk het beschikbare aanbod en als ik daar m’n gading niet in vind, dan ben ik weg. Daarom vond ik het ook zo jammer toen bij een bezoek een jaar of twee geleden zowat de helft van de boeken van de Engelstalige afdeling naar het magazijn verdwenen was. Weg waren die oude, beduimelde paperbacks (die, toegegeven, geen mens las). Het resultaat was echter dat het aanbod vernauwd werd, met vooral een weelde aan fancy nieuwe hardcovers en publiekslievelingen. De kans om op een verborgen pareltje te stuiten werd zo een stuk kleiner.

2. 841 uitleningen in negen jaar, dat zijn zo’n 94 items per jaar. Geen idee of dat veel is, twee per week. Vermoedelijk zou het, uitgetekend op een curve, een grillig patroon opleveren, met periodes van leegtes afgewisseld met pieken, want zeker in het begin van de 00’s liep ik er regelmatig buiten met een dozijn cd’s onder de arm.

3. Er waren 141 rappels. Ik vraag me dan af of ik 141 brieven ontving, of 141 items te laat terugbracht. Aangezien ik doorgaans een hele stapel ontleen, gok ik op het laatste.

Nog boeiender dan die uitleengeschiedenis: de betaalgeschiedenis, A.K.A.: de centen die de HOB me gekost heeft.

1. 98.80 euro betaald aan boetes, i.e. 11 euro per jaar. Ik kon wel nergens terugvinden wat de precieze bedragen zijn bij het overschrijden van de uitleentermijn. Voor de boeken zijn die alleszins laag, voor cd’s en (vooral) dvd’s wat hoger.

2. 45 euro lidgeld = 5 euro/jaar. Een jaar onbeperkt lezen voor de prijs van een pak sigaretten. Als ik me niet vergis kan je in de bibliotheek van Genk alles gratis uitlenen na het betalen van die som. Er zal minder boetegeld geïnd worden.

3. 331 euro leengeld (50 cent/stuk voor cd’s en dvd’s), genoeg om eens te gaan eten in ’t Hof Van Cleve (misschien wel zonder dessert?).

4. Portokosten: 31 euro (voor de rappels, veronderstel ik); ‘verkopen’: 30 cent, ik denk dat ik ooit een plastic zakje van de bib gekocht heb.

Spannende conclusie: de bib kostte me 506, 10 euro (zo’n 56 euro per jaar, een kleine 5 euro per maand). Peanuts voor alle genot dat ik er aan beleefd heb. Dunbevolkte bibliotheken zijn trouwens de beste plaatsen (naast kerken) om te vertoeven in een stad. Maar het doet me ook meteen beseffen wat een inhalige, hebberige gulzigaard ik ben, want m’n koopgedrag (boeken, platen, dvd’s) is er niet bepaald op achteruit gegaan. Integendeel. Anderzijds: er passeert veel food for thought over de drempel. Dat het nageslacht er iets uit moge leren en er een mooi boek uit kan putten of zo.

NP: Peter Brötzmann Chicago Tentet + 1 – 3 Nights In Oslo

Read Full Post »

De Geraardsbergse cinema Focus staat niet bekend om z’n avontuurlijke aanbod, dat meestal draait om infantiele komedies, vertaalde animatiefilms (ik pas voor een Vlaamse Toy Story 3, sorry) en de actieblockbuster van ’t moment. Nu zijn er echter twee films die m’n interesse gewekt hebben (een hype voor de ene, nostalgie voor de andere), dus beslis ik om het er nog maar eens op te wagen. Na enkele jaren zonder cinemabezoek gaat er dit jaar al een tweede keer van komen (het helpt dat die eerste – Up In The Air – zo’n meevaller was). Wie weet lap ik er volgend jaar wel een volledig filmfestival bij. Wat zal het worden: Predators of Inception?

Read Full Post »

Vandaag is in Amsterdam saxofonist/componist/bandleider Willem Breuker overleden. Breuker was een van de centrale figuren in de vroege Europese free jazz en vrije improvisatie. Zo was hij samen met o.a. Han Bennink en Misha Mengelberg een van de oprichters van het befaamde ICP Orchestra (een project dat hij verliet in de jaren zeventig) en was hij o.m. te horen op Peter Brötzmanns legendarische album Machine Gun (1968). In de jaren zeventig richtte hij ook zijn Willem Breuker Kollektief op, een band die steeds bleef bestaan en een centrale rol in zijn carrière bleef vervullen.

Ik ben niet zo heel goed vertrouwd met zijn diverse oeuvre, dat het immense terrein tussen jazz, filmmuziek, klassiek, theater en talloze tussenvormen omhelsde, maar zijn Kollektief-albums zijn stuk voor stuk meteen herkenbaar. Het klonk immers vaak als een jazzorkest dat ligt te rotzooien met een hoempapa-band op speed, vol elementen uit volksmuziek, pop en klassiek, met hectische thema’s, abrupte wendingen, helse ritmische wisselingen. Bands als Flat Earth Society hebben zeker een en ander aan hem te danken. Een aanrader is alleszins het album In Holland (1981), dat net als een hele resem ander werk besteld kan worden via BVHaast. (Foto ©ANP/Ruud Hoff)

Read Full Post »

Ik was er te laat bij om een 3CD-versie te kopen (intussen al een paar jaar out of print), maar toen ik hoorde dat er een 3LP-versie van The Bikini Tapes zou verschijnen bij No Business (in een beperkte oplage van 300 stuks), heb ik maar toegehapt. Idem voor de reissue van Boom Boom (2004). Als je al geld wil verkwisten, dan doe je dat best in de buurt van je verjaardag (wie weet er beter dan jezelf wat hoog op je verlanglijstje staat?), en niemand heeft het lef om te klagen. Olé!

Wat de muziek betreft: gedreven, majestueus, virtuoos en zeer divers. Gaande van vrij toegankelijke hardbop-met-een-hoek-af tot een zinderende cover van Radioheads “Pyramid Song”. Kan ook moeilijk anders met deze line-up, een who’s who van de Scandinavische kanonnen: Zweden Fredrik Ljungkvist (sax, klarinet) en Magnus Broo (trompet), plus Noren Håvard Wiik (piano), Ingebrigt Håker Flaten (bas) en Paal Nilssen-Love (drums) . Het avontuur van moderne free jazz gemengd met de schwung en de virtuositeit van de betere Blue Note-platen van de 60s (denk Andrew Hill, Joe Henderson, Eric Dolphy, Sam Rivers, etc).Wie hun muziek wil leren kennen, maar niet bereid is om daar meteen een fikse smak geld voor neer te dokken, die kan zich het uitstekende debuut Feet Music aanschaffen voor een paar euro’s via Amazon.

De voorbije periode heb ik de blog niet kunnen updaten: eerst hadden we (ik had er niks mee te maken, serieus) blijkbaar de downloadlimiet (of zoiets) overschreden, waardoor eenvoudige acties (zoals hier een nieuw bericht plaatsen) onmogelijk was. Daarna zat ik een paar dagen in de buurt van Durbuy. Tussen heel veel Hollanders en andere Vlamingen. Enfin ja, het eerste deel van de zomervakantie zit erop. In augustus week/deel 2.

NP: ICP Orchestra – ICP 049

Read Full Post »

  • Valiant (Gary Chapman, 2005). Animatiefilm over heldhaftige duiven die ten strijde trekken tegen Nazivalken. Met stemmen van John Cleese, Ricky Gervais en Ewan McGregor. Best plezant vermaak. (***)(93)
  • The General (John Boorman, 1998). Ik kan me niet herinneren dat die film destijds veel aandacht gekregen heeft. ’t Is nochtans de moeite, deze biopic over kleine gangster Martin Cahill, met Brendan Gleeson in wat misschien wel de rol van z’n leven was. (****)(94)
  • Grizzly Man (Werner Herzog, 2005). Intussen al een klassieker, die waarschijnlijk zal blijven passeren op geregelde tijdstippen. (*****)(95)
  • Searching For The Wrong-Eyed Jesus (Andrew Douglas, 2003). Intussen ook al weer de derde keer dat ik deze zag. Documentaire meets road movie meets muzikale rootstrip, met Jim White, Johnny Dowd en een akelig intense Harry Crews. Intrigerend. (****1/2)(96)
  • The Road (John Hillcoat, 2009). Al bij al verrassend donker en uitzichtloos. Waarschijnlijk nog beter als ik het boek niet had gelezen. (****)(97)
  • The Warlords (Peter Chan, 2007). Chinezen, veldslagen, bloed, Jet Li. (***)(98)
  • Up (Pete Docter & Bob Peterson, 2009). Onweerstaanbaar grappig en (soms) triest verhaal. Pixar op niveau. (****)(99)

NP: Wipers – Land Of The Lost

Read Full Post »

Older Posts »

%d bloggers liken dit: