Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2011

Een kleine inhaalbeweging dringt zich op:

  • Hari Kunzru – Transmission (2005). Cultuurclash in het computertijdperk. Kunzru schrijft spits, op het virtuoze af, maar z’n copieuze stijl begint halverwege het boek wel wat zwaar op de hand te worden. Met een goeie eindredacteur had dit een knaller kunnen zijn. (***)
  • Walter Mosley – Little Scarlet (2005). Uitstekend volume uit de Easy Rawlins-reeks, met moord en raciale kwesties tegen een achtergrond van de Watts riots. (****)
  • Harry Pearson – A Tall Man In A Low Land: Some Time Among The Belgians (1999). Erg lollig reisverslag, in de lijn van Brysons boeken. Hier en daar slaat deze Brit de nagel op de kop (als hij het heeft over de Limburgers, bijvoorbeeld), andere hoofdstukken, vooral over Wallonië, hebben dan weer minder impact, wat dan maar weer bewijst dat humor beter werkt als je weet waar ’t over gaat. Niettemin een aanrader, vooral voor volk uit Geraardsbergen en omstreken. (***1/2)
  • Richard Brautigan – A Confederate General From Big Sur (1964). Van de man van Troutfishing in America, maar toch een tegenvaller. Vast erg spitant en cool in 1964, maar anno 2011 is dit absurditeitenboek hopeloos verouderd. (**)
  • Robert B. Parker – Potshot (2001). Oerdegelijk volume uit de Spenser-reeks. De goede verstaander heeft daar genoeg aan. (***1/2)(69)
Advertenties

Read Full Post »

  • Exit Through The Gift Shop (Banksy, 2010). Bij momenten hilarisch portret van Thierry Guetta, de man die voorbestemd was om de ultieme documentaire over street art te maken, maar zelf zo’n onwaarschijnlijk figuur is, dat hij zelf het hoofdonderwerp van een film werd. Toont naast de intrigerende wereld van de graffiti- en behangterroristen nog maar eens een cynische blik op de wereld van kunsthypes (concurrentie voor de modewereld) en gebakken lucht. (****)
  • Battle Of Britain (Guy Hamilton, 1969). Maakt ondanks een fascinerende sterrencast – Michael Caine! Laurence Olivier! Edward Fox! Robert Shaw! Christopher Plummer! Ian ‘Al Swedgin’ McShane! – een povere indruk. Stuntwerk dat voor z’n tijd vast state of the art was, maar de film is rommelig, op het saaie af. (**1/2)
  • Control (Anton Corbijn, 2007). Sterk debuut van Corbijn, deze biopic over Ian Curtis. Ziet er erg stijvol uit en vertelt dit tragische verhaal zonder te verzanden in meligheid of goedkoop scoren, al wordt Debbie Curtis wel afgeschilderd als een heel erg grijs huismusje. Deed me vooral beseffen dat het tijd wordt dat ik iets doe aan die schandalige Joy Division-gaten in m’n muziekcollectie, wat dan weer een goede zaak is. (****)(143).

Read Full Post »

Een film die bij de jaren zeventig hoort zoals Francis Ford Coppola’s The Conversation, Sidney Lumet’s Dog Day Afternoon en Alan J. Pakula’s All The President’s Men dat doen. Geregisseerd door Fred Zinnemann, die vooral in de jaren vijftig furore maakte met films als High Noon en From Here To Eternity. Alles draait rond de zoektocht naar ‘The Jackal’, een onbekende huurmoordenaar die ingeschakeld werd door een extreem-rechtste organisatie die een mislukte aanslag op De Gaulle (die echt gebeurd is) wil laten opvolgen door een succesvolle tweede poging. Zinnemann had geen (of toch weinig) grote namen nodig om deze internationale politieke thriller tot een goed einde te brengen. In Edward Fox vond hij een charmante leading man, terwijl de rest van de film rustig (wat een verademing, zo’n gebrek aan gekletter en gedaver) maar onafwendbaar naar z’n finale marcheert. Hoewel de hoofdjager en het loslopend wild elkaar pas ontmoeten in de voorlaatste scèene van de film is de sterkste troef van de film de wedstrijd tussen deze twee pionnen, die elk hun vindingrijkheid en professionalisme aanwenden om hun doel te bereiken. Bijna 2,5 uur old school thrillerplezier van de bovenste plank. (****)(140)

En de film valt hier zelfs helemaal te bekijken.

Read Full Post »

  • Fair Game (Doug Liman, 2010). Pompeuze politieke thriller van de man die The Bourne Identity maakte. Nogal zwaar op de hand, maar wel met Naomi Watts. (***)
  • Let Me In (Matt Reeves, 2010). Verrassend sterke remake van het Noorse meesterwerk Let The Right One In. Geweldige sfeerschepping en al even indrukwekkend acteerwerk van de youngsters. (****)
  • Out Of Time (Carl Franklin, 2003). Thriller met Denzel Washington, de zwarte Jimmy Stewart. Ik lag me precies goed te amuseren, tot ik na tweederde in slaap viel. (-)
  • Soldier Of The Road (Bernard Josse, 2011). Documentaire over Peter Brötzmann, zijn esthetiek, achtergrond en de bulderdagen. Zeer de moeite, later meer daarover. (****)(139)

Read Full Post »

Peter Robinson – Strange Affair
Josef Skvorecky – Sins For Father Knox
Michael Chabon – The Yiddish Policemen’s Union
Michael Connelly – Crime Beat
Robert B. Parker – Potshot
Robert B. Parker – Night And Day
Bruce Robinson – The Peculiar Memories Of Thomas Penman
Harry Pearson – A Tall Man In A Low Land
Richard Brautigan – A Confederate General From Big Sur
Hubert Selby Jr. – The Demon

12,75 euro. PM rulz ur azz.

Read Full Post »

  • A Bronx Tale (Robert De Niro, 1993). Ik dacht dat ik die al had gezien, maar dat was niet het geval. Bleek dan ook nog eens een verrassing van formaat te zijn, wat verwant aan Goodfellas, maar dan minder episch, minder gewelddadig en minder dramatisch. De film is, ondanks z’n harde en wrange momenten, eigenlijk heel warm en grappig en zit vol met sterke dialogen, prachtig acteerwerk (Chazz Palminteri in wat een van de rollen van z’n leven moet zijn en De Niro zelf maakt een opmerkelijk ingetogen beurt) en, zoals bij Scorsese, gewéldige muziek. (****1/2)
  • The Goonies (Richard Donner, 1985). Van de regisseur van Superman, maar het is duidelijk vanaf de eerste scène dat Spielberg en Chris Columbus er ook voor iets tussen zitten. Cultklassieker van de jaren tachtig en hoewel sommige momenten echt wat te klungelig zijn en de humor soms een hoog doofus-gehalte heeft, blijft dit een erg grappige en vooral energieke brok jongerencinema. (***)
  • Salt (Phillip Noyce, 2010). Van de man van Dead Calm en Clear And Present Danger, maar ook van die erotische drolfilm Sliver. Met Angelina “een nieuw Center Parks op m’n onderlip, en wel meteen!” Jolie in een bijzonder acrobatische rol in een thriller die de onwaarschijnlijkheden tegen een rotvaart aan elkaar naait. Een en al vlammen en razen en donderen en buitelen, maar op de een of andere manier werkt het wel. (**1/2)
  • Kokoda – 39th Battalion (Alister Grierson, 2006). Australische oorlogsfilm die zich afspeelt in de jaren veertig. Beetje een vreemde tussenvorm, die aanvankelijk en evenwicht lijkt te zoeken tussen The Thin Red Line en The Pacific, met een combinatie van droomsequenties (het geweldige openingsshot) en arty camerawerk en meer rechttoe-rechtaan actie. Niet sterk genoeg om je echt op sleeptouw te nemen, maar toch de moeite om anderhalf uur voor uit te trekken (***)(135)

Read Full Post »

Ik besefte net op tijd dat ik het allemaal al eens eerder gezegd had. (***)(131)

Read Full Post »

Older Posts »

%d bloggers liken dit: