Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Crime’ Category

Ieder jaar valt er wel een of andere ontdekking te rapen aan het boekenfront. En dan gaat het niet steeds over jonge auteurs die met veel bombarie de literaire wereld op z’n kop zetten. Het volgen van de literaire actualiteit heb ik een hele tijd geleden al opgegeven (te weinig tijd, geld en goesting), dus m’n leesgedrag wordt vooral gestuurd door toeval, aangereikte suggesties van her en der en links tussen vertrouwde auteurs en andere die in hetzelfde vaarwater zouden zitten. Elk jaar worden zo een paar ontdekkingen gedaan, al zag het er lang naar uit dat 2011 overgeslagen zou worden. En dan kreeg ik Dave Zeltsermans Pariah (2009) in handen, de gemeenste misdaadroman die ik in tijden gelezen had. Het deed wat denken aan de opgefokte sfeer van Seth Morgans Homeboy, het had de psychotische ik-verteller van Jim Thompsons The Killer Inside Me en een gewelddadigheid en perverse spanning die rechtstreeks van bij Ellroy leek te komen. Nog nooit van die kerel gehoord, maar compleet achterover gekwakt. En dan nog dat vreemde eindkwart, met die satirische twist die niet minder dan een aanval was op het geldgewin van uitgeverijen. En dan zoek je verder en ontdek je dat die Zeltserman (IT-er van opleiding) jaren heeft zitten wroeten om z’n boeken gepubliceerd te krijgen en een hele plank klaar had staan om uitgebracht te worden. De laatste 5 jaar zijn er een stuk of 8 van z’n boeken verschenen. Ik probeer m’n schade in te halen en na vier boeken zit er nog geen flauwe kost tussen.

Killer is het derde en laatste deel van zijn ‘man out of prison’-trilogie, misdaadromans die elk op hun manier een vergelijkbaar gegeven uitwerken: wat gebeurt er als een misdadiger z’n straf uitgezeten heeft en er partijen zijn die er belang bij hebben dat hij zo snel mogelijk uitgeschakeld wordt na z’n vrijlating. Zorgde het in Small Crimes (2008) voor een soms tumultueus drama en in Pariah voor een motherfucker van een adrenalinebom, dan is Killer – Zeltsermans favoriet – een meer ingetogen boek dat het minder moet hebben van geweld en spanning en meer van karaktertekening. Z’n hoofdpersonage legde in opdracht van de maffia 28 mensen om, maar toch krijg je gaandeweg een goed inzicht in ’s mans denkwijze (zonder dat er iemand in het reine moet komen met zijn daden – het is geen morele fabel) en wordt je getrakteerd op schrijverij die overduidelijk schatplichtig is aan de klassieke hardboiled misdaadliteratuur (op een paar cosmetische details na hadden de boeken zich ook een paar decennia geleden kunnen afspelen), maar voortgestuwd wordt door een volstrekt hedendaagse en eigenzinnige aanpak. Het resultaat is een grimmige karakterstudie met korte flarden geweld en meer dan eens verwijzingen naar het opportunisme van uitgeverijen en de sensatiezucht van de media (klinkt bekend, dat laatste). Te ontdekken. (****)(64)

Advertenties

Read Full Post »

Voorlopig wat minder boeken gelezen dan normaal. Ook weinig échte hoogvliegers de laatste tijd:

  • Robert Cormier – The Chocolate War (1974)(****)
  • John Green – An Abundance Of Katherines (2006)(****)
  • James Dashner – The Maze Runner (2009)(***)
  • Michael Connelly – Nine Dragons (2009)(***)
  • Richard Yates – Revolutionary Road (1961)(****1/2)(5)
  • Judy Blundell – What I Saw And How I Lied (2008)(***)
  • Oran Canfield – Freefall (2009)(****)
  • Ian McEwan – The Child In Time (1987)(***)
  • John Green, Maureen Johnson & Lauren Myracle – Let It Snow (2008)(***)
  • Martin Amis – Time’s Arrow (1991)(***)(10)
  • Mark Billingham – The  Burning Girl (2004)(***1/2)
  • Mark Billingham – Lifeless (2005)(***1/2)
  • Jonathan Coe – The Terrible Pirvacy Of Maxwell Sim (2010)(***)
  • A.S. King – Please Ignore Vera Dietz (2010)(****)
  • Lois Lowry – The Giver (1993)(***)(15)
  • Jim Carrington – Inside My Head (2010)(***)
  • Gregory Hughes – Unhooking The Moon (2010)(***)
  • Jennifer Egan – A Visit From The Goon Squad (2010)(***1/2)
  • Walter Mosley – Black Betty (1994)(****)
  • Nick Hornby – Juliet, Naked (2009)(***)(20)
  • Jamie S. Rich – Cut My Hair (2000)(**1/2)
  • Hubert Selby, Jr. – Requiem For A Dream (1978)(****)
  • Pearl Abraham – American Taliban (2010)(***)
  • Adam Ross – Mr. Peanut (2010)(****)
  • Andy Mulligan – Trash (2010)(***)(25)
  • Mark Billingham – Buried (2007)(***1/2)
  • Gary Larson – The Far Side Gallery (1984)(*****)(comic)
  • Libba Bray – Going Bovine (2009)(****)
  • Toby Litt – Journey Into Space (2009)(***)
  • Mark Macauley – The House Of Slamming Doors (2010)(**)(30)
  • Nicolas Barreau – De vrouw van mijn leven (2007)(**)
  • Saul Bellow – Seize The Day (1956)(****)
  • Richard Francis – The Old Spring (2010)(**1/2)
  • Mark Billingham – Bloodline (2009)(***1/2)
  • Siri Hustvedt – The Shaking Woman, Or A History Of My Nerves (2010)(***)(35)
  • Kate Atkinson – Started Early, Took My Dog (2010)(***)
  • Magnus Mills – All Quiet On The Orient Express (1999)(***1/2)
  • John Fante – The Road To Los Angeles (1936)(**1/2)

Read Full Post »

1. Unforgiven
2. Pale Rider
3. Letters From Iwo Jima
4. The Outlaw Josey Wales
5. Bird
6. Play Misty For Me
7. High Plains Drifter
8. Midnight In The Garden Of Good And Evil
9. Million Dollar Baby
10. The Gauntlet

NP: Super Seaweed Sex Scandal – Sexy Noise

Read Full Post »

James Ellroy dus. Het zelfverklaarde genie van de Amerikaanse misdaadliteratuur die de voorbije week niet weg te slaan was uit de boekskes en de gazetten. Uitgeverij Atlas had de boerse monomaan ook naar Cinema Zuid in Antwerpen gelokt, waar hij aan de tand gevoeld zou worden door Humo-journalist Bart Vanegeren over z’n recentste boek Blood’s A Rover (pas verschenen in Nederlandse vertaling als Het bloed kruipt).

Ellroy staat al sinds jaar en dag bekend als een recalcitrante grofbek, een rebelse zeikblaas die er alles aan zal doen om het beeld van de minzaam glimlachende, dankbare en zachtaardige schrijver onderuit te halen. Ellroy gedraagt zich zoals z’n personages, zoals z’n literaire stijl: bruut, in your face. In het verleden maakte hij vaak z’n entree met deze woorden: “Good evening peepers, prowlers, pederasts, panty-sniffers, punks and pimps. I’m James Ellroy, the demon dog, the foul owl with the death growl, the white knight of the far right, and the slick trick with the donkey dick.”

Deze keer hield hij het bij een half gebruld “GOOD EVENING, MOTHERFUCKERS!”. Het is eens iets anders dan dat duffe, wij-literatuurminnaars-onder-elkaar-sfeertje (dag vrienden van de Passa Porta!) dat veel literaire evenementen zo verziekt en dat ellendige cachet van hoogopgeleid gewauwel en elitair gebackslap bezorgt. Die overrompelende fysieke en verbale présence is dan nog eens dubbel: enerzijds ben je sowieso onder de indruk, anderzijds bestaat het gevaar dat je het intellectueel toch nog gaat onderschatten. De man drukt zich dan wel uit in een taaltje dat verdacht veel lijkt op het vol alliteraties gestoken staccato gerammel van z’n boeken, hij is ook een opmerkelijk spitante gesprekspartner die z’n dominantie perfect weet uit te spelen.

Voor het gesprek van start ging gaf prof. Luc Herman een uitstekende inleiding bij Ellroys Underworld USA-trilogie. De Wikipedia-feitjes liet hij achterwege om meteen stil te staan bij het literaire plan van Ellroy, de “reckless verisimilitude” (roekeloze waarachtigheid) die hij aan het begin van American Tabloid aankondigt. Het is de enige tactiek die kan rechtzetten wat een huichelachtige geschiedschrijving heeft aangericht. Die roekeloze waarachtigheid wist hij prima uit te leggen door beide begrippen te situeren binnen de schijnbaar ver van elkaar verwijderde genres van de misdaadroman en de historische roman. Hij legde parallelen met o.a. het werk van Chandler (The Big Sleep), Doctorow (Ragtime) , DeLillo (Libra) en Pynchon (Gravity’s Rainbow) om de unieke aanpak van Ellroys universum van geweld, verraad, perversie en machtsmisbruik te duiden.

Ellroy wordt doorgaans vooral beschouwd als een misdaadauteur. Niks mis mee, maar het is natuurlijk een wereld die op z’n kop wordt gezet. Herman haalde aan dat L.A. Confidential zo’n roman was waar geen moreel anker te vinden viel: het was één grote, immorele rotzooi, een kluwen van belangen, obsessies en gewelduitspattingen die niet enkel komaf maakt met dat soort mensbeeld, maar ook nog eens de vloer aanveegt met een thema dat al een paar eeuwen het Amerikaanse filosofische en literaire denken stuurt: de idee dat het individu in staat is om zijn handelen te bepalen en zijn eigen koers uit te stippelen. Om geluk na te streven. Als de Underworld USA-trilogie iets laat zien, dan is het wel dat dat optimisme een illusie is, enkel voorgehouden door de massamedia via film, tv, muziek, etc. Uit zelfbehoud, angst, bevestiging en, vooral, de behoefte aan controle. Individuen hebben doorgaans niets te betekenen, ze zijn allemaal schakels in een wisselwerking van relaties en machinaties.

Het is een meedogenloos en cynisch mens- en wereldbeeld, al moet er wel aan toegevoegd worden dat Blood’s A Rover een kleine toegeving doet. Het introduceert twee personages (beide vrouwen, dat is geen verrassing voor wie ’s mans werk een beetje kent) die wel nog sympathie opwekken en suggereren dat het niet al kommer, kwel en bloedlust is. Ook een van de kernpersonages (elke deel van de trilogie heeft er zo drie) wordt nog behandeld met een zekere genade. Los daarvan blijft het natuurlijk een literaire overrompeling, geschreven “alsof hij voortdurend met een mes in zijn pollen zit” (dixit een bekende). Dat laatste is een van de redenen waarom ik al vijftien jaar uitkijk naar elke nieuwe Ellroy. Die boeken hebben een viscerale, obsessieve, intense sturm & drang die je ook vindt in het werk van figuren als Henry Miller en Hubert Selby Jr. Ik heb een zwak voor dergelijk gerotzooi dat zich weert als “a gob of spit in the face of Art”, zoals Miller dat mooi uitdrukte.

Helaas was het interview met Ellroy een pak minder boeiend of geslaagd dan verwacht. Vanegeren was duidelijk niet op z’n gemak. Was hij geïntimideerd? Had hij podiumvrees? Buikgriep? Vermoedelijk een combinatie van de eerste twee. Hij slaagde er alleszins niet in om de schrijver uit z’n rol te krijgen: Ellroy antwoordde met z’n voorspelbare antwoorden (in 90% van de interviews krijg je letterlijk dezelfde dingen te horen), voorspelbare grove gedrag en antwoordde vaak naast de kwestie. Vanegeren vond er niets anders op dan krampachtig z’n lijstje af te werken, wat je toch het gevoel gaf dat dit een gemiste kans was.

De organisatie liet weten dat Ellroy het idee van een vragenuurtje niet zag zitten, maar… hij zou tijdens het signeren wel persoonlijke vragen beantwoorden. Ook dat signeren deed hij op die typisch boerse manier van hem. Toen een fan een resem boeken tevoorschijn haalde uit een rugzak viel er geen seconde verrassing of trots te bespeuren op Ellroys gelaat. Er kon ook geen bedankje af. Een voor een signeerde de schrijver met een korte haal de boeken, en kwakte ze stuk voor de stuk op de rand van de tafel. Voor de fan z’n boeken terug had weggestoken had Ellroy al het boek uit de handen van de volgende lezer gegrist. Ik liet m’n boek tekenen, stelde geen vraag en maakte dat ik weg kwam.

De voorbije week tot m’n tevredenheid én verbazing mogen vaststellen dat de literaire media in deze contreien Ellroy nog niet vergeten zijn. Het is niet meteen een aimabele figuur (understatement-alarm), maar z’n werk valt wel nergens mee te vergelijken. Ik kan alleen maar meegeven dat je het best in originele versie leest. Ik kan best begrijpen waarom iemand het liever in Nederlandse vertaling probeert (vinden dat je Engels niet goed genoeg is is eigenlijk de enige valabele reden), al raad ik aan om het zeker te proberen in het Engels. De boeken zijn immers zo vervlocht met een bastaardversie van die taal dat een vertaling onvermijdelijk een ander boek gaat opleveren. En die Nederlandstalige versie gaat ook moeilijk zijn. Ik las slechts een van zijn boeken in vertaling (The Big Nowhere/De lange leegte) en het verschil was verbijsterend. Zo’n extreme stijl dien je in z’n orginele vorm te ondergaan.

Vanmorgen tenslotte een zoveelste interview (filmpje) teruggvonden, deze keer van Humo-Journalist Kristoff Tilkin, die het er eigenlijk opvallend goed vanaf brengt. Hij slaagt er in om een redelijk ongedwongen gesprek te hebben. Sommige antwoorden waren te verwachten – de bewering dat hij het grootse genie van de Amerikaanse literatuur is, is een vast onderdeel van een conversatie -, al is het fijn om het hem eens te horen/zien zeggen in plaats van het te lezen.

“(…) My books are important social and literary documents. They will last. (…) They are literature, they are canonical literature. I am to crime fiction and to the art of violent intrigue what Beethoven is to music. I will never be equalled. That’s how good I think I am. That’s how confident I am. That’s how hungry I am, at 61.”

Voor de rest kan ik enkel zeggen: lees de boeken als dat nog niet gebeurd zou zijn. Begin bij American Tabloid, ga verder naar The Cold 6000, eindig met Blood’s A Rover. Wie niet meteen blootgesteld wil worden aan ’s mans hypercomplexe kolossen, die kan ook beginnen met The Black Dahlia. Het is een achtbaanrit zonder weerga.

Voor de triviafans: het nummer “Dog” van de obscure band Braddock gaat ook over James Ellroy.

Enfin ja, genoeg gelul hier.

NP: Mostly Other People Do The Killing – Forty Fort

Read Full Post »

american_tabloid

1. American Tabloid
2. The Big Nowhere
3. My Dark Places
4. Blood’s A Rover
5. L.A. Confidential
6. The Cold 6000
7. The Black Dahlia
8. White Jazz
9. Clandestine
10. Brown’s Requiem

NP: Richard & Linda Thompson – In Concert November 1975

Read Full Post »

bloodsaroverEn dat gewoon ter info.

NP: Masada – Live In Sevilla 2000

Read Full Post »

theshield7’t Zit erop. The Shield is voorbij en het was een opwindende rit. Wie afhaakte na enkele episodes of seizoenen, die heeft ook nu geen reden om plots terug de draad op te pikken. The Shield is een serie die best van al werkt in z’n totaliteit en hoe sneller je de afleveringen/seizoenen op mekaar kan laten volgen, hoe beter. Dit hoef je niet te laten bezinken. De serie mist het droge realisme en het subtiele drama van The Wire, maar als het aankomt op pure adrenaline, dan is dit slotseizoen een schot in de roos. Fans van Hill Street Blues en NYPD Blue hadden dit vast niet zien aankomen.

Alles staat in het teken van de volledige desintegratie. Dertien afleveringen lang (de laatste verdeeld in twee delen) levert anti-held/cop from hell Vic Mackey een strijd tegen de klok, terwijl hij in steeds nauwere schoentjes gedreven wordt: de strijd om wat er nog van het strike team overblijft wordt een smerige tragedie, het verraad van zijn vroegere vertrouwenspersoon heeft hem persona non grata gemaakt bij criminelen die van moord en mutilatie geen punt maken en op het thuisfront staat het er amper beter voor.

Geen opgemerkte gastrollen, zoals dat in vorige seizoenen het geval was met Glenn Close, Forest Whitaker en Franka Potente (die stuk voor stuk indruk maakten), de focus is volledig gericht op de dolgedraaide action man. Het werk dat hij weet te verzetten is ronduit idioot, en slapen en eten lijkt iets voor mietjes, maar de performance is zo nerveus en intens en doordrongen van woede en vastberadenheid dat je je als kijker haast betrokken gaat voelen bij een klopjacht op leven en dood. De gejaagdheid voelbaar maken, dàt is de grootste toef van The Shield.

Politie, misdaad en politiek zijn rot en corrupt en leveren allemaal hun bijdrage aan de forse dosis geweld die van het scherm spat, maar ook de ‘kleinere’ verhalen leveren steevast een bijdrage die de serie wat nuancering bezorgt, of het nu gaat om de gezondheidsproblemen van de korpschef, de jacht op een potentiële seriemoordenaar of de subplots die in elke aflevering opduiken.

Seizoen 7 is hard en gewelddadig en meer dan ooit is de visuele stijl, met die vreemde camerastandpunten, grillig botsende schoudercamera en ruwe montage, de perfecte verpakking voor al die vunzige rottigheid. De serie raast naar zijn onvermijdelijke (en toepasselijke) conclusie met een rotvaart, kent amper inzinkingen (tenzij na aan aflevering of ach/negen, als het verhaal rond de verrader wat te lang gerokken wordt) en vooral: weet je als geen ander naar het puntje van je stoel te sturen. Rauw, opwindend en in your face. En zoals ergens al te lezen viel: wat jammer dat je niet meer kan lullen over een ‘armenian money train’, ‘byz lats’, ‘one-niners’ en andere onzin. (****1/2)

NP: Serge Chaloff – Blue Serge

Read Full Post »

Older Posts »

%d bloggers liken dit: