Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Roots/Americana’ Category

… dit gaat ‘m worden. Die hoes alleen al. Uit op 11 oktober.

Advertenties

Read Full Post »

 

Read Full Post »

Read Full Post »

Goddeau

Free Jazz

Draai om je oren

  • Ben Sluijs & Erik Vermeulen – Parity (W.E.R.F.)

Read Full Post »

Een week na het overlijden van Bill Dixon is nu ook saxofonist Fred Anderson heengegaan. Hij was was een heel ander soort muzikant: minder cerebraal, meer op gevoel en intuïtie spelend. Van dezelfde generatie en ook een belangrijke, minder gekende schakel binnen de free jazz, en een typische exponent van de Chicago jazz. Anderson was in de jaren zestig een van de oprichters van de AACM, waar ook volk als Henry Threadgill, Anthony Braxton en Roscoe Mitchell deel van uitmaakte.

Anderson was geen theoreticus en componist, zoals Dixon, maar vooral een improvisator, en zijn warme, ontspannen geluid en tenorspel, lange notenslierten die bijna altijd leken te balanceren op de koord tussen hardbop en free jazz, zijn meteen herkenbaar. Bijkomende redenen waarom zijn naam de voorbije decennia vaak over de tongen rolde: hij baatte de Velvet Lounge in Chicago uit, een van de legendarische lokale jazzclubs, een plaats waar jong talent steeds een kans kreeg, en hij werd door die jongere generatie muzikanten op handen gedragen.

Net als Dixon was hij de laatste jaren zeer actief. Hij werkte vaak samen met meesterdrummer Hamid Drake, speelde op een paar albums van Ken Vandermark (o.a. Fred Anderson & DKV Trio (1996), Territory Band 6 w/ Fred Anderson: Collide (2006)) en was de voorbije jaren te horen op een heel lijstje (live) albums. Timeless: Live At The Velvet Lounge (Delmark, 2006) is meteen ook de aanrader van de dag.

Read Full Post »

Verpletterend mooi. Van het album Unhalfbricking (1969), hun beste.

NP: Fairport Convention – Unhalfbricking

Read Full Post »

Ik leerde Fleetwood Mac kennen via hun onvergetelijke single “Everywhere” (van hun album Tango In The Night, uit 1987). In de periode 1985-1988 was ik een rabiaat aanhanger van de Top 30, die elke zaterdagvoormiddag te horen was. Op Radio 2, denk ik. Ik zocht op voorhand op welke nummers zouden passeren (dat stond in een of ander tv-boekje), en zat klaar, de taperecorder in de aanslag, om de ‘goede’ nummers op te nemen. “Everywhere” was daar zeker bij. Waar de cassettes naartoe zijn weet ik niet, al zou het ongetwijfeld een belevenis zijn om het opnieuw te horen (“Bring Me Edelweiss” van Edelweiss was ook van de partijj, net als “Pump Up The Volume” van M.A.R.S, “Theme From S’Express” van S’Express, “I Maschi” van Gianna Nannini, en “Star Trekkin'” van The Firm, dat ik nog altijd op 7″ heb).

De eerste plaat die ik van Fleetwood Mac zou kopen, en die aanschaf gebeurde op de Genkse zondagsrommelmarkt in 1991 of 1992, was de 2LP The History Of Fleetwood Mac: The Vintage Years. 250 frank, 24 nummers. Iedereen weet dat er twee radicaal verschillende versies van Fleetwood Mac hebben bestaan (de versie met Peter Green, die blues speelde tot ca. 1970, en die daarna, die een pop/rock-koers volgde), maar ik heb het gevoel dat veel te weinig mensen, inclusief zelfverklaarde muziekkenners, beseffen hoe goed die eerste editie wel was.

Ze worden wat weggelachen omdat ze ook verantwoordelijk waren voor tegeldraaiers “Albatross” (hun eigen “Samba Pa Ti”) en “Need Your Love So Bad”, en krijgen soms het verwijt niet origineel genoeg te zijn geweest (vooral slidespecialist Jeremy Spencer deed inderdaad niet veel meer dan variëren op Elmore James-riffs), maar als ik deze 2LP op leg, dan hoor ik toch een resem erg sterke songs, gespeeld door een stelletje bleekscheten die zeker niet moesten onderdoen voor andere exponenten van de British blues boom van die tijd,  zoals John Mayall & The Bluesbreakers, Chicken Shack, Savoy Brown of The Yardbirds. De enige bluesband uit de tweede helft van de jaren zestig die ik zonder aarzeling boven Fleetwood Mac zou plaatsen, is Paul Butterfields Blues Band.

Deze compilatie verscheen in 1975, maar werd helaas nooit uitgebracht op cd (op vinyl wel makkelijk te vinden, aangezien de compilatie werd uitgebracht toen de band commercieel begon te pieken). Spijtige zaak, want het schetst een mooi overzicht van wat de band uitvoerde in de periode 1967-1969, vooral met de klassieke line-up Peter Green, Jeremy Spencer, Mick Fleetwood, John McVie. Het bevat twee songs van hun titelloze debuut, tweede album Mr. Wonderful staat er integraal op, en daarbovenop zijn er nog de singles “Black Magic Woman” (een song die Santana niet kon verbeteren), “Albatross”, “Need Your Love So Bad”, “Man Of The World” en nog een aantal tracks van  de compilatie The Pious Bird Of Good Omen (1969), zoals “The Big Boat”, een prima samenwerking met pianist Eddie Boyd.

Het is jammer dat de compilatie geen songs bevat van na hun labelwissel (van Blue Horizon naar Warner), waardoor klassiekers “Oh Well”, “Rattlesnake Shake” en “The Green Manalishi” hier ontbreken. Maar nu bevat het al een mooi en gul overzicht, met vurige knallers (“Shake Your Moneymaker”, “Stop Messin’ Around”), crossover (“Something Inside Of Me”, “Black Magic Woman”), en een paar lappen donkere weemoed (“Trying So Hard To Forget”, “Love That Burns”). Als ik de naam Fleetwood Mac hoor, dan denk ik bijgevolg ook niet aan een wufte, coke snuivende Stevie Nicks, maar de jonge Peter Green (de oude, gezien op BRBF 1997, was een heel pak minder). Niet te missen voor wie houdt van Elmore James, Freddie King en blanke blues voor die vergleed in moderne vaselineproducties. (****1/2)

“Love That Burns” (negeer het haardvuur)

“Stop Messin’ Around”

“If You Be My Baby”

Read Full Post »

Older Posts »

%d bloggers liken dit: