Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘the king of comedy’

  • The Hunted (William Friedkin, 2003). Deprimerend ongeïnspireerde draak van een film, van de hand van een regisseur die tekende voor twee van de coolste films uit de jaren zeventig (The French Connection en The Exorcist). Saai verhaal, voorspelbaar, formule-actie en Tommy Lee Jones en Benicio Del Toro krijgen het zootje niet gered. (*1/2)(100)
  • In The Electric Mist (Bertrand Tavernier, 2009). Verfilming van het boek van James Lee Burke. De Bayou-sfeer en het koortsige van het boek zijn intact gebleven, terwijl Tommy Lee Jones de geknipte man voor de rol is. En toch blijft er weinig van hangen. (***)(101)
  • The Royal Tenenbaums (Wes Anderson, 2001). Dit zou een meesterwerk zijn. Ik begrijp alleszins waar de lof vandaan komt. Het ziet er allemaal erg charmant-excentriek uit en de humor is ook apart, maar na drie kwartier begint het z’n frisheid stilaan wel te verliezen. (***)(102)
  • The King Of Comedy (Martin Scorsese, 1983). Intussen was het al jaren geleden dat ik deze nog gezien had. Ik blijf erbij dat het, misschien na After Hours, de meest onderschatte film van de regisseur is. De Niro is werkelijk enorm op dreef en er zit zo goed als geen vet aan de film. (****)(103)
  • March Of The Penguins (Luc Jacquet, 2005). Een absolute must voor National Geographic-fans, deze docu over de jaarlijkse bedevaart van de keizerpinguïn. Mooie beelden, goeie constructie en nu en dan milde humor via verteller Morgan Freeman. (***1/2)(104)
  • [rec]² (Jaume Balaguero & Paco Plaza, 2009). Het is niet bijzonder cool om horrorfilms goed te vinden, en al helemaal niet om te dwepen met sequels, maar dit filmpje hoeft amper onder te doen voor z’n voorganger. Hetzelfde stramien wordt gevolgd – een en al claustrofobie met hier en daar een scheut gore en humor -, en het werkt 75 minuten lang uitstekend. Ik wou dat ik dit had kunnen zien als tiener. (****)(105)
  • American Teen (Nanette Burstein, 2008). Door sommigen bejubelde semi-documentaire over een aantal high school students die zich klaarmaken voor graduation. Maakt vooral gebruik van enkele stereotypes (de nerd, de atleet, het arty trutje, etc) en lijkt hier en daar oprechtheid te missen, maar het is zeker de moeite, al is het maar omwille van de talrijke momenten vol plaatsvervangende schaamte. Tieners denken werkelijk allemaal dat de wereld rond hun reet draait, en dat levert gegarandeerd werelddrama’s op. (***1/2)(106)
  • Dead Snow (Tommy Wirkola, 2009). Oorspronkelijk Død Snø, en dat is een titel die geweldig bekt. Maar niet half zo excentriek als het verhaal: een stel twintigers wordt in een afgelegen, ondergesneeuwd stuk van Noorwegen aangevallen door Nazizombies. Uhuh. Komt wat traag op gang, maar belandt uiteindelijk in een soort Braindead-scenario, met in het rond spattend bloed en afgerukte ledematen à volonté. Vermakelijk. (***1/2)(107)
  • Trouble The Water (Tia Lessin & Carl Deal, 2008). Documentaire over Hurricane Katrina die mooi aansluit bij Spike Lee’s When The Levees Broke. Aan de hand van hoe een koppel de ramp beleefde én filmde wordt een en ander verteld over rassenrelaties, de Amerikaanse geest, etc. Indringend, terecht bekroond met een van de hoogste prijzen tijdens het  befaamde Sundance-festival. (****)(108)
  • Equilibrium (Kurt Wimmer, 2002). Een film die meteen in het DVD-ciruit belandde. En eigenlijk valt dat wel te begrijpen, want het voelt regelmatig aan als een poor man’s The Matrix, terwijl het budget ook niet groot genoeg was om te zorgen voor betere special effects en decors. Nochtans best leuktige onzin. (**1/2)(109)
  • Blood Creek (Joel Schumacher, 2009). Goed gemaakt, maar zo saai als een patat. Geen idee waarom een talent als Michael Fassbender meewerkt aan dit soort projecten. Dan was Eden Lake tenminste nog effectief. (**)(110)
  • Inception (Christopher Nolan, 2010). Mja, toch wel de mindfuck van het jaar, deze hypergechargeerde, uit z’n voegen barstende sci-fi. Visueel totaal overrompelend en 140 minuten lang een bombastische beelden- en ideeënbarrage waarbij je hoofd begint te tollen (echt geen film om een stel kleine kinderen mee naartoe te nemen, zoals er gisteren wel een paar deden). Haast fysieke ervaring met minstens om het kwartier een what the fuck?-moment. Wat The Matrix een decennium geleden deed – de regels van het genre herschrijven en de lat een serieus pak hoger leggen – doet Inception nu ook, en dat zonder er ook meer sleet komt op het verschroeiende tempo. Die visuele overdondering is misschien ook wel het grootste nadeel van de film, want het gunt je gewoonweg niet de tijd om na te denken en na te gaan of er wel iets te voelen valt bij het verhaal (met z’n bedenkingen over verlies, droom vs. realiteit en herinneringen) en de personages. (****1/2)(111)

NP: Eli “Paperboy” Reed – Come And Get It

Advertenties

Read Full Post »

%d bloggers liken dit: