
‘t Duurde welgeteld 17 seconden voor die oortjes (nochtans ook Sennheiser) terug in een lade belandden.
NP: Mississippi John Hurt – The Best of Mississippi John Hurt (maar eigenlijk de ‘1928 Okeh’-sessies)

‘t Duurde welgeteld 17 seconden voor die oortjes (nochtans ook Sennheiser) terug in een lade belandden.
NP: Mississippi John Hurt – The Best of Mississippi John Hurt (maar eigenlijk de ‘1928 Okeh’-sessies)
Geplaatst in Feel good!, Muziek | Getagged geluid, koptelefoon, sennheiser | Leave a Comment »
‘t Zit erop. The Shield is voorbij en het was een opwindende rit. Wie afhaakte na enkele episodes of seizoenen, die heeft ook nu geen reden om plots terug de draad op te pikken. The Shield is een serie die best van al werkt in z’n totaliteit en hoe sneller je de afleveringen/seizoenen op mekaar kan laten volgen, hoe beter. Dit hoef je niet te laten bezinken. De serie mist het droge realisme en het subtiele drama van The Wire, maar als het aankomt op pure adrenaline, dan is dit slotseizoen een schot in de roos. Fans van Hill Street Blues en NYPD Blue hadden dit vast niet zien aankomen.
Alles staat in het teken van de volledige desintegratie. Dertien afleveringen lang (de laatste verdeeld in twee delen) levert anti-held/cop from hell Vic Mackey een strijd tegen de klok, terwijl hij in steeds nauwere schoentjes gedreven wordt: de strijd om wat er nog van het strike team overblijft wordt een smerige tragedie, het verraad van zijn vroegere vertrouwenspersoon heeft hem persona non grata gemaakt bij criminelen die van moord en mutilatie geen punt maken en op het thuisfront staat het er amper beter voor.
Geen opgemerkte gastrollen, zoals dat in vorige seizoenen het geval was met Glenn Close, Forest Whitaker en Franka Potente (die stuk voor stuk indruk maakten), de focus is volledig gericht op de dolgedraaide action man. Het werk dat hij weet te verzetten is ronduit idioot, en slapen en eten lijkt iets voor mietjes, maar de performance is zo nerveus en intens en doordrongen van woede en vastberadenheid dat je je als kijker haast betrokken gaat voelen bij een klopjacht op leven en dood. De gejaagdheid voelbaar maken, dàt is de grootste toef van The Shield.
Politie, misdaad en politiek zijn rot en corrupt en leveren allemaal hun bijdrage aan de forse dosis geweld die van het scherm spat, maar ook de ‘kleinere’ verhalen leveren steevast een bijdrage die de serie wat nuancering bezorgt, of het nu gaat om de gezondheidsproblemen van de korpschef, de jacht op een potentiële seriemoordenaar of de subplots die in elke aflevering opduiken.
Seizoen 7 is hard en gewelddadig en meer dan ooit is de visuele stijl, met die vreemde camerastandpunten, grillig botsende schoudercamera en ruwe montage, de perfecte verpakking voor al die vunzige rottigheid. De serie raast naar zijn onvermijdelijke (en toepasselijke) conclusie met een rotvaart, kent amper inzinkingen (tenzij na aan aflevering of ach/negen, als het verhaal rond de verrader wat te lang gerokken wordt) en vooral: weet je als geen ander naar het puntje van je stoel te sturen. Rauw, opwindend en in your face. En zoals ergens al te lezen viel: wat jammer dat je niet meer kan lullen over een ‘armenian money train’, ‘byz lats’, ‘one-niners’ en andere onzin. (****1/2)
NP: Serge Chaloff – Blue Serge
Geplaatst in Crime, TV | Getagged seizoen 7, the final act, the shield, vic mackey | Leave a Comment »

NP: The Dream Syndicate – Live At Raji’s
Geplaatst in Film | Getagged freaks, het nieuwe rijksmuseum, marty, reservation road, taken, the thing | 4 Commentaar »
Welkom in de 19e eeuw!
We gaan lustig verder met stuff die geen mens interesseert.
NP: Rory Gallagher - Irish Tour ‘74
Geplaatst in Onzin | Getagged conservatief vlaanderen, politiek, stemmen, verkiezingen, wat nu | 3 Commentaar »

NP: Green On Red – Here Come The Snakes
Geplaatst in Film | Getagged about schmidt, black snake moan, caché, fallen angels, mark of the vampire, the good german, the unknown | 1 reactie »
… het bewijs dat je soms je instinct moet volgen om vervolgens weggeblazen te worden door een band die 75 minuten lang indruk weten te maken met extreme, lelijke, aartsmoeilijke muziek. Ik heb me nooit écht verdiept in grindcore (al is Choosing Death, het definitieve boek over het genre, absoluut de moeite), het label dat Brutal Truth doorgaans opgeplakt krijgt. Napalm Death is natuurlijk onvermijdelijk, Pig Destroyer behoort tot het beste muzikale extremisme van de voorbije jaren en in eigen land doet Leng Tch’e het prima, maar daar houdt het ongeveer op. Laatst op de radio gehoord dat Brutal Truth een nieuwe plaat uit had: Evolution Through Revolution (Relapse). Meteen viel op dat de stilte niet gezorgd had voor energieverlies. Meer nog, het eerste nieuwe materiaal sinds Sounds Of The Animal Kingdom (intussen al twaalf jaar oud) klonk bijzonder fris en vitaal.
Een goed gevulde Negasonic (waarvan ik eigenlijk dacht dat ‘m veel te klein ging zijn) was getuige van een uitmuntende performance van een stelletje muzikanten dat in de wereld van de extreme metal al pensioengerechtigd is. Dan Lilker is intussen 45, speelde mee op de eerste plaat van Anthrax (1984!), bij S.O.D. en Nuclear Assault. Zanger Kevin Sharp is 41 en ook bekend van Venomous Concept (met volk van Napalm Death en The Melvins), terwijl gitarist Erik Burke ooit bij Lethargy speelde met Brann Dailor en Bill Kelliher, die later Mastodon zouden oprichten. Geen idee wat drummonster Richard Hoak deed voor Brutal Truth. Iets met eerlijk geweld. Ze hebben de bagage en de technische skills om het wat makkelijker aan te pakken en de lat wat lager te leggen.
In plaats daarvan varen ze hun eigen koppige koers en pakken ze uit met indrukwekkende uitgevoerde precisiebombardementen. De vier raasden door hun recentste album, een resem korte en brute songs, met de hellehonden op de hielen. Ondanks de ultratechnische stijl (waarbij vooral drummer Hoak en gitarist Burke monden deden openvallen) had het echter niets van een klinische, zielloze performance. Als er iets is wat deze band onderscheidt van de horden wannabes, dan is het wel dat hij een zekere, euh, soul, in een performance weet te leggen. Met Kevin Sharp beschikt het kwartet dan ook over een charmante frontman die ook alle regels van het genre aan z’n laars lapt. Die combinatie van geblaf en diepe grom is dan wel typisch voor het genre, de man staat er met een frisse no nonsense-attitude. En een cowboyhoed. Die ‘m dan nog staat ook.
Was die eerste set een uitstekend staaltje van hyperactieve grindcore, dan ging de tweede set, een keuze uit het oude werk, al helemaal ervoor zorgen dat de energiemeters het rood in gingen. Hectische drumsalvo’s, abrupte breaks, hoekige thrashwendingen en de occasionele rustpunten zorgden voor een performance waarbij je niet anders kon dan grijnzen en mee gaan. de naam is typisch, de band niet. Al bij al dus een retestrakke, verschroeiend energieke en ronduit imponerende set van een band die het etiket van levende legende in het genre meer dan verdient. En zo kwam een van de hoogtepunten van het voorjaar uit onverwachte hoek. Fuck yeah.
(En merci aan Batarang om me op de komst van de band te wijzen.)
NP: Pig Destroyer – Phantom Limb
Geplaatst in Concerten, Lawaai, Muziek | Getagged anthrax, brutal truth, evolution throughj revolution, grindcore, negasonic, nuclear assault, venomous concept | 3 Commentaar »
Intussen al oud nieuws, maar de trailer van The Road, de verfilming van de roman van Cormac McCarthy die uitkomt in oktober, is intussen beschikbaar. De reacties her en der zijn vrij positief, maar je kan niet anders dan je oordeel uitstellen. Met zo’n sterrencast en een fors budget zal de film zonder twijfel toegankelijker (minder grimmig) en actiegerichter zijn dan het boek, maar ik hou niet van die al te dramatische geluidseffecten, het sloganeske (“PROTECT – SACRIFICE – KILL“) en het steroïdentoontje. Nu ja, voor ‘t zelfde geld blijkt dat de film erg sober gebleven is.
Ook wel opmerkelijk dat meteen wordt meegegeven dat het gaat om een reeks natuurrampen. In de roman is er ook sprake van een met as bedekt landschap en wolken die alle zonlicht tegenhouden, maar de oorzaak (natuurramp of oorlog, al dan niet nucleair) wordt een beetje in het midden gelaten.
NP: Loretta Lynn – Van Lear Rose
Geplaatst in Boeken, Film | Getagged amerikaanse literatuur, cormac mccarthy, the road, trailer, viggo mortensen | 4 Commentaar »

OK, niet bijster spectaculair, maar hey: nog 116 dagen! Ha!
(En een bak Westmalle voor wie me een advance copy kan bezorgen)
NP: Sun Ra – Jazz In Silhouette
Geplaatst in Boeken, Helden | Getagged 22 september, american tabloid, blood's a rover, demon dog, james ellroy, the cold 6000, underground usa trilogy | Leave a Comment »
Met zijn tweede roman True Grit (1968), ging Charles Portis een andere richting uit. Was Norwood nog een karaktergebaseerde, humoristische soep, dan is dit boek veel strakker van opbouw en aanpak. En het is een western, het meest Amerikaanse aller genres. Ooit kon je daar niet mee uitpakken, het was immers iets voor pulpliefhebbers, nostalgici of rechtse geweldfanaten op zoek naar een Dirty Harry tussen de comanches. De laatste tijd lijkt er weer verandering in gekomen met films als 3:10 To Yuma en The Assassination Of Jesse James By The Coward Robert Ford, en natuurlijk de moderne westerns van Cormac McCarthy (Border Trilogy, No Country For Old Men, etc). Hoewel Portis al een reputatie met zich meedroeg en de western al een beetje passé was aan het einde van de jaren zestig, kan je toch moeilijk spreken van een parodie of uitbuiting van het genre. Je zou het zelfs kunnen beschouwen als een ietwat aparte hommage. Dat uitgerekend John Wayne (de über-cowboy) de hoofdrol voor zich nam in de verfilming van Henry Hathaway een jaar later, maakte het plaatje compleet.
In het boek draait het echter allemaal om Mattie Ross, die als bejaarde vertelt hoe ze op haar veertiende de moord op haar vader wist te wreken. Ze roept daarbij de hulp in van de gemeenste marshall die ze kan vinden, Rooster Cogburn, een kerel met ‘true grit’ (kloten als galiameloenen). Samen met hem en een Texas Ranger zet ze de jacht in op de laffe moordenaar, die zich ophoudt tussen een dievenbende in een indianenterritorium. Een avonturenverhaal dus, en bovgendien geschreven met een opmerkelijke klaarheid. Roald Dahl was een grote fan van het boek, niet verwonderlijk door de grote dosis laconieke humor die in het boek terug te vinden is. We zien alles gebeuren door de ogen van een tiener, maar de knipogen zijn duidelijk die van een volwassene. Daardoor komt geweld nooit als een schok, maar wordt het terloops meegegeven (“At the city police station we found two officers but they were having a fast fight and were not avaiable for inquiries”), als iets dat dagelijkse kost is.
Even charmant is de religieuze inslag van Mattie’s verhaal, dat doorspekt is met bijbelse verwijzingen in plechtstatige taal, waardoor het meteen ook doet denken aan het theatrale van Deadwood. Zoals deze opmerking: “(…) it was wrong to charge blame to these pretty beasts who knew neither good nor evil but only innocence. I say that of these ponies. I have known some horses and a good many more pigs who I believed harbored evil intent in their hearts. I will go further and say all cats are wicked, though often useful. Who has not seen Satan in their sly faces?” (p. 19) Je hoort het E.B. Farnum al debiteren. Toch verliest Portis nooit uit het oog dat een western voornamelijk actie-gebaseerd is en de obligatoire shootout is er dan ook eentje die volledig tegemoet komt aan de verwachtingen. Op die manier is True Grit een onweerstaanbare brok pulp met een rebelse toon en combinatie van humor en actie die ook nu nog imponeert. Het is dan ook geen verrassing dat net de Coen Brothers werken een een nieuwe verfilming. (****)
NP: Ralph Carney - I Like You (A Lot)
Geplaatst in Boeken | Getagged charles partis, coen brothers, cowboys, mattie ross, rooster cogburn, true grit, western | Leave a Comment »
Cathedral (1984) ligt in het verlengde van voorganger What We Talk About What We Talk About Love. De verhalen zijn opnieuw wat meer uitgewerkt; terwijl ze ten tijde van Will You Please Be Quiet Please vaak niet langer dan een pagina of drie-vier waren, zijn ze nu een pak minder compact en voelen ze vaak aan als een aanzet tot een novelle. Opnieuw bewandelt Carver de dunne grens tussen pijnlijke herkenbaarheid en ongemak, met melancholische, soms bijna meditatieve verhalen gedrenkt in subtiele spanning en menselijk drama. “The Compartment”, over een vader die zijn zoon na een breuk van jaren gaat opzoeken in Europa, is er eentje die hier wat vreemd aanvoelt, maar de rest is vintage Carver. “Feathers” haalt zijn aantrekkingskracht uit absurde details, “Where I’m Calling From” zou de ultieme Carver-collectie zijn titel bezorgen en verhalen als “The Bridle” smeken om een kortfilmuitvoering. Goede stuff over de hele lijn, al wordt de bundel gedomineerd door de geweldige hoogtepunten “A Small Good Thing” (de ouders van een verongelukt kind worden gestalkt door een bakker met een taart op overschot) en “Cathedral” (man krijgt te maken met een blinde vriend van zijn partner), die behoren tot de beste kortverhalen die ik ooit las. (*****)
NP: The Dead Kennedys – Plastic Surgery Disasters
Geplaatst in Boeken, Helden | Getagged a small good thing, amerikaanse literatuur, cathedral, kortverhalen, raymond carver | Leave a Comment »
Nick Cave, Henry Rollins, Pete Townshend, Jimmy Buffett, Mark Everett van Eels, Colin Meloy van The Decemberists, Eugene Robinson van Oxbow, Bruce Dickinson van Iron Maiden, David Berman van the Silver Jews, John Darnielle van The Mountain Goats, etc. Er zijn genoeg voorbeelden van rockmuzikanten die zich ook al gewaagd hebben aan het geschreven woord, maar een van degenen die de beide disciplines het best onder de knie heeft, is ongetwijfeld Willy Vlautin. Overdag songschrijver bij americana band Richmond Fontaine (hun The Fitzgerald is een favoriet ten Huize Boleuzia), ’s nachts over de schrijftafel gebogen om te verhalen over de Amerikaanse onderbuik middels het ‘dirty realism’ dat even grote sier maakte in de jaren tachtig.
Vlautin debuteerde al sterk met The Motel Life, een grimmig portret van twee broers voor wie het leven weinig mooie momenten in pacht heeft, en dat doet hij nog eens over met zijn tweede, al even geslaagde roman, Northline. Hier is geen sprake van excentrieke verhaallijnen, filosofische inzichten en mooischrijverij. Vlautin schrijft over de werkende klasse, over de mensen die we eerder al zagen passeren bij John Steinbeck, Richard Ford en Raymond Carver. Hij schrijft over volk dat met moeite de eindjes aan elkaar kan knopen, steeds opnieuw het gevecht met de fles aangaat, zich verraden voelt door regering en medemens en dieptepunt aan dieptepunt rijgt in een leven dat aanvoelt als een lange, deprimerende trip door het voorgeborgte, voor de gelegendheid gesitueerd in Nevada.
Northline zal voor sommigen wat verlammend zijn met al dat monotone fatalisme, maar dan ga je voorbij aan de zorgvuldig uitgewerkte personages, het sterke gevoel voor realistische dialogen en de spaarzaam uitgebouwde verhaallijnen. Deze keer volgt Vlautin Allison Johnson, een dienster met een drankprobleem die haar gewelddadige, racistische vriend in Las Vegas ontvlucht om een nieuw leven te beginnen in Reno. Dat gebeurt met vallen en opstaan – ze heeft vooral talent voor comazuipen en mislukte zelfdmoordpogingen -, maar er is de intentie en een kleurrijke gallerij nevenpersonages die al even gehavend uit het leven komen.
Het is een deprimerend zootje, met dat gezuip, het seksueel misbruik, mutilatie en vernederingen, al gunt Vlautin zijn protagoniste ook een beetje hoop op een beter leven (aan het eind evan het boek daadwerkelijk een vage mogelijkheid) en ingebeelde gesprekken met haar held, Paul Newman, die aandoenlijk zijn in hun confronterende rauwheid. Northline is een zware, emotionele oplawaai, eerlijk en hard en toch vol mededogen, en een tweede argument voor de overtuiging dat Vlautin er ooit nog een meesterwerk uit gaat persen. Het stadium van de-muzikant-die-ook-een-boek-schreef is ruimschoots overstegen. (****)
(De editie die ik las bevatte ook een CD met een instrumentale soundtrack bij het boek. De muziek ligt in het verlengde van de alt. country van Richmond Fontaine en is goed genoeg om wat extra moeite voor te doen)
NP: Mostly Other People Do The Killing – This Is Our Moosic
Geplaatst in Boeken | Getagged dirty realism, john steinbeck, northline, raymond carver, richard ford, richmond fontaine, willy vlautin | 1 reactie »